nieuws

Gedrag brandende parkeergarage onbekend

bouwbreed

Onderzoek naar de brand in ‘Harbour Edge’ levert harde conclusies op maar roept ook tal van nieuwe vragen op over de brandveiligheid in open parkeergarages. Zelfs na het blussen gedroeg de constructie van het Rotterdamse gebouw zich totaal onvoorspelbaar. Een reconstructie.

Hoekprofiel hield Harbour Edge overeind

1 oktober 2007, 04.16 uur. Bewoners van het net opgeleverde woongebouw Harbour Edge (zeven lagen) maken melding van een brand in de onderliggende parkeergarage (zestig plaatsen). Door het ontbreken van – niet verplichte – detectiesystemen – is onduidelijk wanneer de brand is aangewakkerd. Bewoners schrokken wakker van klappende autobanden en vallende constructiedelen.
Bij aankomst van de brandweer is er sprake van een uitslaande brand. Eenmaal in de garage is het zicht door een dikke rooklaag zeer beperkt. Zelfs op een afstand van 5 meter kan de brandweer geen vlammen waarnemen. Als na een half uur – al anderhalf uur voor de brandwerendheidsgarantie van 2 uur – de eerste betonbrokken van de kanaalplaatvloer afspatten, trekt de brandweer zich uit het gebouw terug. Met een waterkanon dat goed is voor 35.000 kuub water per minuut, wordt de brand gedoofd vanaf een blusboot. De brandduur blijft daardoor beperkt. Het verhitte gebouw koelt snel af.
Als de situatie ‘veilig’ is blijken vijf personenauto’s volledig te zijn uitgebrand, één auto voor 75 procent en een andere heeft schroei en smeltschade. De zestig bewoners worden geëvacueerd, de zwaarbeschadigde vloer in de garage onderstempeld. Een even verstandige, als gevaarlijke keus blijkt achteraf, want ook de constructie van het gebouw is door extreme hitte (circa 1000 graden ) zwaarbeschadigd. Zo is de binnenzijde van de dragende prefab gevelelementen afgespat tot achter de wapening. Door de excentrische belasting die dat oplevert bestaat het risico dat de gevel naar buiten knikt. De voor zover nog aanwezige vloer, die aan de gevel trekt, moet dit bezwijkmechanisme tegengegaan. Het geval wil dat die kanaalplaatvloer grote scheuren vertoont. Horizontale scheuren, van kanaal naar kanaal, die er in veel gevallen toe leidden dat grote delen van de onderkant van de plaat naar beneden kwamen. Enkele stalen voorspanstrengen zijn volledig uit elkaar gedraaid en losgekomen van de constructie; ze zijn uit hun bedding getrokken tijdens het bezwijken van de onderkant van de vloer. Spatschade is waarneembaar tot aan de kanalen. Tot uren na het blussen spatten betonstukken af. Vooral dankzij de met brandwerende beplating ingepakte stalen THQ-liggers en -hoekprofielen die aan de buitengevel en de wand aan de stijve betonkern van het gebouw zijn bevestigd, stort de vloer niet helemaal in. Was dat wel gebeurd dan had de constructie kunnen bezwijken. Glijdenden kanaalplaten zouden een grote schokbelasting op de onderliggende vloer geven. Kennis op het gebied van het bezwijken van constructies is ontoereikend. Maar, als de buitengevel onvoldoende zijdelingse steun had gehad en naar voren was geknikt, dan waren de bovengelegen parkeer en woonverdiepingen mogelijk bezweken.
Op de bewuste brandverdieping waren tien parkeerplaatsen beschikbaar. Drie waren er niet in gebruik. Het is niet ondenkbaar dat de brand groter zou zijn geweest wanneer op alle plaatsen auto’s hadden gestaan.

Vragen

Deze reconstructie is gebaseerd op een rapport van veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond dat is uitgevoerd door TNO-bedrijf Efectis Nederland, de Forensische opsporingsdienst van de politie Rotterdam-Rijnmond. Het onderzoeksteam komt met aanbevelingen aan de ministeries van VROM en Binnenlandse Zaken (zie kader).
Vooralsnog roept het onderzoek tal van nieuwe vragen op. Zo is onbekend hoe constructies zich gedragen in de afkoelperiode na een brand en tijdens plotselinge afkoeling door blussing.

Conclusies

lKanaalplaatvloer bezweek anderhalf uur te vroeg.
l Betonconstructies worden doorgaans niet berekend op een verlies aan betondekking door spatten of scheurvorming. Regelgeving houdt evenmin rekening met de afkoelfase.
l Stabiliteit gebouw na brand is amper te beoordelen.
l Mét brandmeldinstallatie was brand eerder onder controle geweest.
l Standaard brandkromme gaat hier niet op. Te snel 1000 graden Celsius bereikt.
l Bij brand in open parkeergarages kan brandweer niet optreden zonder extra voorzieningen.
lNaast het Bouwbesluit worden aan natuurlijk geventileerde parkeergarages geen bijzondere eisen gesteld.l Regelgeving gaat uit van de verbrandingswaarde van 5020 MJ per auto, deze zou 6650 moeten zijn.

Aanbevelingen

Voor VROM en Binnenlandse ken
l Onderzoek branden parkeergarages
l Onderzoek of het verplicht stellen van branddetectie in niet verwarmde, aan buitenlucht blootgestelde parkeergarages wenselijk is
Voor Norm-commissie NEN 6071
l Onderzoek de gevolgen van scheurvorming bij brand door thermische gradiënten in ongewapende en licht gewapende betonconstructies
l Specifeer bij onverwarmde, open constructiedelen de kans op spatten
Voor brandweer
l Houdt tot uren na blussen rekening met spanningen en verplaatsingen in betonnen gebouw
Voor vergunningverlener
l Accepteer gelijkwaardige oplossingen voor parkeergarages > 1000 vierkante meter slechts op basis van aanwezige installaties

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels