nieuws

Constructeur ziet fouten ineigen beroepsgroep toenemenpopinie40

bouwbreed

Constructief ontwerpers hebben volgens Remko Wiltjer de plicht goede, efficiënte en slimme con- structies te ontwerpen die boven alles veilig zijn. Zij moeten aan opdrachtgevers en alle andere partijen in de bouw be-wijzen wat daarvan de toegevoegde waarde is. Dat is de beste garantie om het vak het aanzien te kunnen geven dat het verdient.

Praten over het constructeursvak kan sinds het balkondrama in Maastricht nauwelijks meer zónder het over ongelukken te hebben. Sinds de eeuwwisseling is het aantal incidenten flink toe-genomen. Steeds vaker maken media melding van (bijna) bouw-fouten. Die meldingen zijn slechts het topje van de ijsberg; het gros van de problemen komt niet in de openbaarheid. De schuldige is meestal de aannemer, dacht ook ik altijd. Ten onrechte, zo blijkt. Bij second opinions en plantoetsingen krijg ik de laatste jaren een goede indruk van de kwaliteit van engineering in Nederland … en die valt niet mee. Fouten zijn vaak het gevolg van het doen, maar vooral van het laten van vakgenoten. Het ontkennen daarvan heeft de ontwikkeling van ons vak in de weg gestaan.

Prijsduiken

Opdrachten worden uitgekleed – dat is waar. Soms hoeft alleen nog een ‘schets’ te worden uitgewerkt. Maar constructeurs laten dat ook gebeuren. Zij hebben daarin hun eigen verantwoordelijkheid. Dat betekent niet dat we aansprakelijk zijn voor het totaal als de opdracht maar voor een deel is, maar wel dat we die deelopdracht misschien niet moeten aannemen. Prijsduiken is ook in ons vak schering en inslag. Maar wie het voor de helft doet, doet ook maar de helft. De gaten die vallen moeten vervolgens door de aannemer worden dichtgelopen. Lang niet altijd is duidelijk dát hij dat moet doen – met menige (bijna) bouwfout tot gevolg. De constructeur moet helder communiceren over wat hij wel en wat hij niet voor z’n honorarium doet.

‘Leuker’

Constructeurs moeten beter worden in hun communicatie, maar ook inhoudelijk. Opdrachtgevers mogen meer van ons verwachten: oplossingen die duurzamer, eenvoudiger te bouwen, efficiënter en daardoor goedkoper zijn. Met een goed advies of een slimme constructie is geld te verdienen. Constructeurs moeten die toegevoegde waarde veel meer laten zien. Beter worden betekent veranderen. Dat begint met onze opleiding. Techniek heeft de wind tegen. Opleidingen hebben de neiging het daarom ‘leuker’ te maken in de hoop meer studenten te trekken. Harde bèta wordt zo steeds zachter. Misschien een oplossing op korte termijn, maar op de lange duur zaag je zo aan de poten van je vak. Dat geldt ook voor het constructeursvak. TU’s en hbo geven al snel les in ontwerpen. Dit gaat ten koste van de basisvaardigheden. Maar waarom moeten derdejaarsstudenten hoogbouw van 300 meter ontwerpen, iets wat zelfs voor veel constructeurs te hoog gegrepen is. Onderwijsinstellingen moeten zich meer richten op harde bèta-

Organisatievorm

Ons vak is een puur en eerlijk ambacht. Laten we ons dan ook volgens die traditie organiseren. Ik pleit voor de oprichting van een echte beroepsvereniging voor constructeurs – deze bestaat nu niet. Zeg maar een gilde ‘nieuwe stijl’ dat ook de scholing verzorgt of er op z’n minst op toe ziet. Een organisatie uiteraard zonder mo-nopolistische trekken en verboden prijsafspraken. Oók pleit ik voor meer onderzoek naar de optimale organisatievorm in ons vak. De branche kent een paar megabureaus, een aantal middelgrote bureaus en heel veel hele kleintjes. De vraag is of megabureaus optimaal zijn ingericht voor ambachtelijk werk. Vakmensen opgegroeid in het ambacht worden manager en gaan zo verloren. Kleine bureaus daarentegen hebben moeite om de kennis die nodig is voor steeds complexere opdrachten in huis te halen én te houden.
www.imdbv.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels