nieuws

Welstandsadvies rijp voor sloop of nuttig instrument?

bouwbreed Premium

Welstandszorg wordt omarmd en verguisd. Omarmd als onmisbaar instrument in de borging van ruimtelijke kwaliteit. Verguisd als betuttelend restant van een periode waarin de overheid alles dacht te kunnen regelen.

Nu het kabinet heeft aangegeven dat de verplichting van een advies van de welstandscommissie bij elke bouwvergunning kan komen te vervallen, zal het debat over de rol en functie van welstandscommissies opnieuw oplaaien.
Gemeenten zouden – in de opstelling van het kabinet – heel wel in staat moeten zijn hun bouwplannen te toetsen aan de welstandsnota. Dat kan procedures versnellen, vooral ook als het welstandsbeleid onderdeel is van het bestemmingsplan.
Het zal geen verbazing wekken dat de overkoepelende Federatie Welstand juist krachtig pleit voor verbreding en verdieping van de adviesrol. “De opgebouwde kennis van welstandsorganisaties moet worden gebruikt om de urgente ruimtelijke ordeningsproblemen van een onstuimig bouwend land mede te beoordelen op noodzaak, duurzaam en schoonheid”, schrijft directeur Flip ten Cate enigszins bombastisch in het jaarverslag van de Federatie Welstand. Hij baseert zich daarbij op de ervaringen die sinds 2003 zijn opgedaan in het kader van de gewijzigde Woningwet. Die wet bepaalt immers dat welstandsadvisering openbaar, transparant, afrekenbaar en binnen democratische kaders moet plaatsvinden. Elke bouwaanvraag moet worden getoetst, tenzij de gemeente anders bepaalt. Die toetsing vindt plaats door een onafhankelijke commissie die door de gemeenteraad benoemd is.
In de praktijk blijkt dat mede door de rol van de welstandsadviescommissies discussies over stedenbouwkundige kwaliteit nu gebaseerd zijn op – zij het deels subjectieve – criteria en niet (of minder) op persoonlijk-ethische oordelen. Dat is winst, vooral omdat daardoor gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke kwaliteit, die uiteindelijk juridisch wordt vastgelegd in bestemmingsplannen, gewaarborgd is.

Kritiek

Maar het systeem kent ook een zwakte. “De kritiek van welstandscommissies is terug te voeren op een bestuurlijke onmacht om ruimtelijke planning tot onderwerp te maken van lokale besluitvorming: de welstandscommissie heeft de wettelijke taak te oordelen over bouwplandetails, maar mag niets zeggen over ruimtelijke keuzes (…)”.
Vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten komt – mede op basis van een advies van de Taskforce Deregulering Gemeenten onder voorzitterschap van Jacques Wallage – fundamentele kritiek. Zij deelt met het kabinet de wens de wettelijke verplichting van welstandsadvisering uit de Woningwet te schrappen. Gemeenten zouden het toetsen van een bouwplan aan het welstandsbeleid voelen als een te strak keurslijf. Kortom, de discussie over welstandsadvisering zal binnenkort opnieuw oplaaien wanneer de Tweede Kamer de evaluatie van de Woningwet bespreekt. Daar blijkt ongetwijfeld opnieuw dat uit de wereld van de bouwregelgeving een heel andere wind waait dan uit die van de ruimtelijk ordenaars en ontwerpers. In de bouwregelgeving staat de rechtszekerheid centraal en het recht van de burger om met zo min mogelijk tegenwind zijn ambities te realiseren. Hier viert de deregulering hoogtij. In de ruimtelijke ordening gaat het vooral over identiteit en geborgenheid, over het behoud van historische kwaliteiten dankzij vernieuwing. Hier wordt juist gezocht naar nieuwe instrumenten om deze te waarborgen. Kom maar eens op constructieve wijze uit deze schijnbare tegenstelling.

Reageer op dit artikel