nieuws

Voegen en tussenkomen: wat is wijsheid?

bouwbreed

Het Wetboek van Rechtsvordering biedt eenieder die een belang heeft bij de uitkomst van een procedure tussen twee andere partijen, de mogelijkheid om tussen te komen of te voegen. Het aanbestedingsrecht, en dan met name aanbestedingskort gedingen waar een gunningsvoornemen wordt aangevochten, is een van de weinige rechtsgebieden waar actief van deze mogelijkheden gebruik wordt gemaakt.

Het Wetboek van Rechtsvordering biedt eenieder die een belang heeft bij de uitkomst van een procedure tussen twee andere partijen, de mogelijkheid om tussen te komen of te voegen. Het aanbestedingsrecht, en dan met name aanbestedingskort gedingen waar een gunningsvoornemen wordt aangevochten, is een van de weinige rechtsgebieden waar actief van deze mogelijkheden gebruik wordt gemaakt.
Bij tussenkomen stelt de derde partij – bijvoorbeeld de beoogde winnaar van een aanbesteding – in beginsel een zelfstandige vordering in jegens zowel de eiser (meestal de teleurgestelde concurrent-inschrijver) en tegen de gedaagde (de aanbestedende dienst). Deze vorderingen kan de afwijzing van de stellingen van eiser zijn, respectievelijk een gebod tot gunning. Bij voeging stelt de derde partij zich op aan de kant van een van de strijdende partijen – in het voorbeeld van de beoogde winnaar zal die zich voegen aan de zijde van de aanbestedende dienst om de stellingen van de aanbestedende dienst – dat terecht aan hem is gegund – nog een kracht bij te zetten.
Lang niet altijd is bij alle mede-inschrijvers bekend dat een kort geding aanhangig is gemaakt. Toch loont het als aanbestedende dienst de andere inschrijvers hiervan op de hoogte te stellen: het expliciet wijzen op de mogelijkheid tot voeging of tussenkomst kan voorkomen dat – als de vordering in het eerste kort geding wordt toegewezen – men opnieuw een kort geding aan de broek heeft, nu van een andere partij (meestal de oorspronkelijke beoogde winnaar).
Argumenten hiervoor kunnen worden ontleend aan een recente uitspraak te Arnhem (al een aantal malen aan de orde geweest in Cobouw). Kortgezegd overwoog de rechter, nu de aanbestedende dienst de beoogde winnaar van een aanbesteding expliciet had gewezen op de mogelijkheid tot voeging en tussenkomst, deze beoogde winnaar niet na het eerste kort geding alsnog een rechtsmiddel toekwam om de – hem onwelgevallige – uitkomst van het eerste kort geding aan te vechten.
Het oordeel van de rechter was mede ingegeven doordat deze derde partij géén andere argumenten aanvoerde dan de aanbestedende dienst reeds in het eerste kort geding had gedaan. De rechter ging zelfs zover de actie van de derde te betitelen als ‘misbruik van procesrecht’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels