nieuws

Roer moet volledig om op woningmarkt

bouwbreed

Het woningmarktbeleid moet drastisch op de schop. In plaats van de vraag moet het aanbod worden gestimuleerd, vindt hoogleraar vastgoedfinanciering Piet Eichholtz.

“Het beleid stimuleert de vraag, terwijl het aanbod rigide is. De prijzen gaan dus omhoog, waardoor alle financiële steun van de overheid uiteindelijk bij de eigenaren van woningen en grond terechtkomt”, onderwijst Eichholtz zijn gehoor van ontwikkelaars en bouwondernemers van de NVB.
Door die vraagstimulering is bovendien de woningmarkt scheefgegroeid. Nederland heeft momenteel 2,3 miljoen sociale huurwoningen. Maar liefst 1,7 miljoen bewoners van die woningen zitten in het segment midden- en hogere inkomens. De feitelijke doelgroep voor sociale woningen bestaat uit 1,3 miljoen huishoudens.
“Door de scheefwoners is er dus nog een tekort van 600.000 sociale woningen. Geen wonder dat de plaatselijke wethouder roept dat u voor de onderkant van de markt moet bouwen. Gevolg is dat we bezig zijn te bouwen voor de sloop over 20 tot 30 jaar”, aldus Eichholtz.
Het scheefwonen is volgens hem een gevolg van de goedbedoelde huurbescherming in ons land, die curieus genoeg niet de zwakkeren beschermt, maar juist de sterkeren. “Als die scheefwoners ervoor kiezen weinig aan wonen uit te geven omdat ze andere behoeften hebben, dan moeten ze dat zelf weten. Maar ze bezetten woningen die met maatschappelijk kapitaal zijn neergezet. Dan mag de overheid best ingrijpen”, vindt hij.

Inkomenstoets

De hoogleraar is er dan ook voorstander van dat regelmatig een inkomenstoets wordt uitgevoerd bij bewoners van sociale huurwoningen. Verdienen ze te veel, dan zullen ze eruit moeten. Dat bevordert de doorstroming en bovendien komen de woningen vrij voor mensen voor wie ze zijn bedoeld.
Eichholtz is er verder voorstander van het hele systeem van huursubsidies en hypotheekrenteaftrek op de schop te gooien. “Huren en kopen allebei subsidiëren is inkomenspolitiek. Dat kun je beter via de inkomstenbelasting doen.”
Om het aanbod te stimuleren zal de ruimtelijke ordening moeten worden aangepast, waardoor die minder beperkend is. Als voorbeeld neemt hij Belgiëwaar de ratio woongrond/landbouwgrond 12,8 is. In Nederland is die 9,5. “Als we naar het Belgische cijfer zouden gaan, betekent dat 31 procent meer woongrond in Nederland. Voordeel is ook nog dat de grondprijzen omlaag gaan”, aldus de hoogleraar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels