nieuws

Indeukbare krib geeft rivierwater de ruimte

bouwbreed

Gewone rivierkribben kunnen bij hoge waterstanden een belemmering vormen voor de afvoer van het water.

Om de waterloop van onze rivieren te reguleren worden kribben aangelegd: korte dammen van zand met een bedekking van stenen, die haaks op de dijken of kades staan. Ze moeten er onder andere voor zorgen dat de vaargeul op zijn plaats blijft. De robuuste starheid van een krib is echter een minpuntje als de betreffende rivier veel meer water moet afvoeren dan normaal. Onder die omstandigheden blijken kribben een belemmering op te leveren voor een snelle waterafvoer, met als gevolg een grotere kans op overstromingen. Domweg de kribben verlagen heeft geen zin, want dan vermindert ook bij normale waterstanden hun regulerende functie.
In het kader van een openbare prijsvraag voor een nieuw kribontwerp ontwikkelde Bureau DN Urbland (‘Ontwerpers voor ruimte en proces’) een verbeterde krib, die bij hoge waterstanden minder weerstand geeft aan het wegvliedende water. Ook deze krib is opgebouwd uit de gebruikelijke basis van zand, met een afdekking bestaande uit stenen. Maar in tegenstelling tot de gewoonlijk rechte kribben heeft de nieuwe krib een gebogen vorm, met een flauwer talud en met een brede ronde kop die stroomafwaarts is afgebogen. Op de as van de krib, ingegraven in de basis, liggen in de lengterichting enkele langwerpige betonnen kuipen gevuld met omhoogstaand veerkrachtige materiaal. Deze modules kunnen worden gemaakt van een schuimachtige versie van polymeren als polyurethaan, polyetheen of rubber, of uit een mengsel daarvan. Ze kunnen worden voorzien van een waterdichte afsluiting van rubber en met flexibele banden worden vastgezet aan de kuip. Door hun geringe massa zijn ze relatief goedkoop, makkelijk te transporteren en – zeker als ze vooraf in de kuip worden gemonteerd – snel te installeren. Ter afdekking kan na de plaatsing een steenmat worden aangebracht, die wordt vastgezet aan de stenen langs het talud van de krib. Het staat niet in de octrooitekst, maar het ligt voor de hand dat de bovenkant van het schuimvormige materiaal ongeveer op dezelfde hoogte moet komen te liggen als de bovenkant van de gebruikelijke krib.
Tussen de veerkrachtige delen is de nieuwe krib juist wat lager gemaakt, waardoor het er uitziet of er dwars over de krib sleuven lopen. Vanaf de oever gaande is elke volgende sleuf breder dan de voorgaande. Bij een normaal waterniveau steken deze sleuven nog steeds boven het wateroppervlak uit. Als het water in de rivier stijgt lopen de sleuven onder water, de breedste sleuven bij de vaargeul als eerste. Op die manier fungeren ze als overlaten. Als het water nog verder stijgt, kan het door zijn gewicht het veerkrachtig materiaal indrukken, waardoor de hele krib tijdelijk in hoogte wordt verlaagd. Beide voorzieningen zorgen er zo voor dat overvloedig rivierwater sneller kan worden afgevoerd. Hoe hoog het water moet komen om het materiaal voldoende in te deuken, staat niet vermeld in de tekst, maar naar verwachting van de uitvinders zal het verschijnsel maar een paar maal per jaar optreden.

Vlammen

Niet alleen bij hoge waterstanden moet de krib een verbetering zijn ten opzichte van de bestaande kribben. Zo zullen er door de afgebogen kribkop en de taludverflauwing in de rivierbedding ook kleinere ‘vlammen’ en ‘neren’ ontstaan. Dat zijn zandheuvels en putten die de scheepvaart onveiliger maken en zorgen voor extra onderhoud.
De nieuwe krib kreeg de naam ‘Jack the Kribber’ en behaalde een gedeelde eerste prijs in de ontwerpwedstrijd. Geen van de uitvinders was beschikbaar voor een nadere toelichting, maar volgens een medewerker van DN Urbland is het ontwerp nog niet in de praktijk uitgevoerd.
octrooinummer: 1033098
houder: DN Urbland, Delft
uitvinders: J. Dekker, M. vd Meij, M. Straver-Nevalainen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels