nieuws

Tweede offshore windpark in gebruik genomen

bouwbreed Premium

Met zestig 2 megawatt windturbines buiten de twaalfmijlszone breekt het Prinses Amaliawindpark (vroeger Q7) een nieuw record. Gisteren werd het officieel in gebruik genomen.

Het windpark ligt een fractie zuidelijker dan het een jaar eerder geopende windpark Egmond aan Zee. Maar het ligt met 23 kilometer bijna 13 kilometer verder in zee dan zijn voorganger. Het water is daar een stuk dieper, namelijk 19 tot 24 meter. Volgens eigenaren Eneco en Econcern is dat een wereldrecord voor offshore windparken.
De windmolens zijn stuk voor stuk gefundeerd op een paal van 50 meter lengte. Die zijn met het door Mammoet en Van Oord ontwikkelde schip Jumping Jack zo’n 30 meter in de zeebodem geslagen. Daarop is met grout een transitiestuk geplaatst, waar bovenop de 60 meter hoge masten kwamen. De rotorbladen steken nog eens zo’n 40 meter verder de lucht in.
Hoe indrukwekkend ook die afmetingen zijn allemaal net wat kleiner dan die van windpark Egmond aan Zee. Het vermogen van de individuele turbines is daardoor lager, namelijk 2 megawatt tegenover 3 megawatt bij Egmond. Maar Eneco en Econcern hebben 24 molens meer geplaatst, 60 in totaal, waardoor de totale capaciteit groter is en er in totaal 125.000 huishoudens van stroom kunnen worden voorzien. Op die manier wordt er 225.000 ton CO2-uitstoot vermeden.
De turbines zijn met 22 kV kabels over de zeebodem verbonden met een transformatorstation midden in het park. Dat voert de spanning op tot 150 kV om de verliezen tijdens het transport beperkt te houden.
De kabel is in de bodem afgezonken door hem plaatselijk met een sterke waterstraal vloeibaar te maken. Bij Wijk aan Zee is de kabel met behulp van een horizontaal gestuurde boring onder de duinen door getrokken. Daarvoor tekende Visser en Smit. In Velsen-Noord takt de lijn aan op het bestaande elektriciteitsnet.

Reageer op dit artikel