nieuws

Angst rond bouwtafel voltooid verleden tijd

bouwbreed Premium

Lef, openheid en vertrouwen. Dat wil de kersverse Stichting Bouwgame mensen spelenderwijs leren. Doel is samenwerking in de keten stimuleren en de bouw duurzamer maken.

“Mensen zitten vaak met chagrijn en angst om de bouwtafel. Beslissingen zijn dikwijls gestoeld op onduidelijkheid en onwetendheid. Daarom duren bouwprojecten langer en wordt duurzaamheid geschrapt. Wij willen mensen opener en transparanter naar elkaar laten zijn. Als de angst verdwijnt, wordt de kwaliteit van het bouwproces vanzelf hoger.”
Dat zegt Cora Gijswijt, die samen met Jenny Senhorst begin dit jaar de Stichting Bouwgame oprichtte. Aan tafel in het provinciehuis van Utrecht zitten nog twee bestuursleden: Wim van Dijk en Joost Wijnen. Alle vier zijn ze even gepassioneerd over de manier waarop de stichting die samenwerking wil stimuleren.
Namelijk door het spelen van games. Dat woord doet meteen denken aan computerspelletjes, maar die associatie gaat hier niet op. Een bouwgame is een simulatiespel, waarbij spelers uit de hele bouwkolom rond de tafel zitten om bijvoorbeeld een nieuwbouwwijk te bouwen. Daarbij worden ze bijgestaan door een coach en een deskundig publiek dat feedback geeft.
“Veel mensen schieten eerst in vertrouwd gedrag: kennis voor jezelf houden en problemen altijd bij iemand anders neerleggen. Een coach spreekt ze daarop aan”, legt Van Dijk uit. Wijnen is nog stelliger: “Het imago in de bouw is dat je elkaar niet kunt vertrouwen. Projectontwikkelaars verdienen extreem veel, woningeigenaren betalen te veel en aannemers worden uitgeknepen.”
“Daarom stellen wij een duurzame uitdaging centraal en nodigen alle partijen in de keten uit. Lef, openheid en vertrouwen staan daarbij centraal”, aldus Senhorst. “Eigenlijk is de game een gedrags-eye-opener voor de bouw. Mensen leren kijken naar een gezamenlijk einddoel in plaats alleen van het eigen belang.”
De vier denken terug aan het eerste “proefspel”, waaraan gemeentes en bedrijven uit de provincie Utrecht meededen. Zij moesten in de niet bestaande wijk ‘Paardeveldje’ 200 woningen ontwikkelen. Al na vijf minuten liep het spel vast. Dat kwam eigenlijk door Van Dijk, die in het dagelijks leven directeur is van een elektrotechnisch installatiebureau.

Installateur

“Ik wilde als installateur al bij de eerste bouwvergadering aan tafel zitten, maar de voorzitter – een projectontwikkelaar – verbood dat. Hij vond dat installateurs pas aan het eind betrokken moesten worden. Toen is een time-out ingelast. Aan de voorzitter is gevraagd zijn belangen op tafel te leggen en af te wachten wat er dan gebeurt. Dan wordt je heel erg met jezelf geconfronteerd. Gelukkig leidde dat tot het zoeken naar oplossingen”, herinnert Van Dijk zich.
Naast samenwerken leert de game ook het belang van de eindgebruiker centraal te stellen. Dit is volgens Gijswijt de eerste stap van een duurzaam proces. “De eerste vraag is: wat vinden bewoners belangrijk in hun woonsituatie? Als al hun wensen vertegenwoordigd zijn, dan ontwerp je per definitie een wijk die duurzaam is. Dat betekent: veilig, niet te duur, met een sociale structuur, enzovoorts. Iedereen wil kwaliteit. Niemand wil immers een woning met een ventilatiesysteem waarvan ze verkouden wordt.”
De technische consequenties van al die bewonerswensen moeten bouwers vervolgens gezamenlijk invullen. Van Dijk: “Want als warmtekrachtkoppeling toevallig je specialisme is dat je gewend bent te verkopen, hoeft dat niet per se aan te sluiten bij de wens van de eindgebruiker.” Senhorst vult aan: “Duurzame technieken liggen al op de plank, maar ze worden nog niet omarmd, omdat de manier van samenwerken er nog niet op aansluit.
Aan het verbeteren van die samenwerking heeft de bouwwereld grote behoefte, volgens de initiatiefnemers. Gijswijt: “Bouwpartijen en gemeenten merken dat het vaak niet lukt om samen te werken. Dat is voor hen een trigger mee te doen met onze bouwgame. We hoeven mensen nauwelijks over de streep te halen.”
“Bovendien maakt het niet uit dat het een simulatie is en dat het niet om echt geld gaat”, zegt Van Dijk. “In een game krijgen ze juist de kans om te leren, zodat ze er in hun eigen situatie geld mee kunnen verdienen. Het is gewoon business. Het levert een besparing van 30 procent op de bouwsom op als faalkosten voorkomen worden.”
Wel blijkt het belangrijk de game binnen een stichting te spelen. De initiatiefnemers zeggen zelfstandig te willen zijn. “Als je onder een overheid of ontwikkelaar valt, ben je niet onafhankelijk en niet neutraal. En dat is juist belangrijk in samenwerking, aldus Gijswijt.” De stichting is nu in gesprek met TNO en Syntens om landelijk een game te ontwikkelen. In het najaar willen ze een tweede game op maat te spelen.
Stichting Bouwgame is niet de enige club die zich met duurzaamheid bezighoudt, maar wel de enige die met gedragsverandering bezig is, volgens Gijswijt. “Gedrag leren om beter samen te werken kan in principe ook in trainingen, maar dat blijft beperkt tot techniekjes.”
“Trainingen zijn minder krachtig dan het spelen van een game waarin je veilig kunt oefenen. Zonder dat je kop eraf wordt gehakt of andere risico’s loopt, zoals in de nieuwe contractvormen.” Wijnen: “Als je dat vertaald naar projecten: wat nu een boete voor te laat opleveren is, moet straks een gedeelde beloning worden voor gezamenlijk succes.”

Bewustwording

“Met de game creëren we bewustwording hoe het bouwproces beter kan”, vat Wijnen samen. “En dat het leuker kan”, vult Senhorst aan. Ze vouwt haar handen in elkaar: “Als je vernieuwers bij elkaar brengt, dan bruist het: plof!” Haar handen beschrijven de weg van twee vuurpijlen die afgestoken worden. “Ik hoef er niet rijk van te worden, maar ik wil wel een rijk leven”, besluit ze enthousiast. n

Reageer op dit artikel