nieuws

Vertraging project is te voorkomen

bouwbreed Premium

Veelal overheerst het gevoel dat projecten om principiële redenen bestreden worden in plaats van om de effecten op de natuur of de luchtkwaliteit. De vraag is nu of dit een wenselijke situatie is en of er juridische mogelijkheden zijn om hier op een adequate wijze mee om te gaan. De vraag is of het nodig is bij eerste besluitvorming op details in te gaan.

Veelal overheerst het gevoel dat projecten om principiële redenen bestreden worden in plaats van om de effecten op de natuur of de luchtkwaliteit. De vraag is nu of dit een wenselijke situatie is en of er juridische mogelijkheden zijn om hier op een adequate wijze mee om te gaan. De vraag is of het nodig is bij eerste besluitvorming op details in te gaan.
De afgelopen jaren is een aantal grote projecten niet doorgegaan of flink vertraagd door inspraakreacties. Opvallende ontwikkeling is dat dit steeds is geschied door nieuwe (interpretatie van) wetgeving of oudere wetgeving die daarvoor meer slapend was. De eerste jaren van de eeuw bijvoorbeeld op grond van natuur, de laatste jaren luchtkwaliteit. Bekende projecten die op grond van natuur zijn vertraagd, zijn bijvoorbeeld de korenwolf bij bedrijfsterrein Heerlen en de zeggekorfslak bij de aanleg van de A73. Verder hebben veel projecten vertraging ondervonden door de aanwezigheid van de kleine modderkruiper en de rugstreeppad (soorten die in Nederland overal voorkomen). Vaak is bij deze projecten in het voortraject te weinig aandacht besteed aan deze natuurwaarden en is de besluitvorming hier terecht op aangepast. Door deze ontwikkelingen wordt nu veel meer aandacht besteed aan natuur en de effecten erop, waardoor besluitvorming op deze punten veel beter geworden is. Echter, de mogelijkheden tot inspraak zijn daardoor ook enorm toegenomen of in elk geval, deze worden veel meer gebruikt. Het ontbreken van de juiste ontheffingen is hier gebruikt om projecten te vertragen, terwijl er feitelijk niets aan de situatie en de effecten verandert. Hetzelfde geldt de laatste jaren voor de luchtkwaliteit. Zoals de verbreding van de A4 bij Leiderdorp en het gebruik van de bestaande vluchtstroken als spitsstroken, terwijl uit onderzoeken blijkt dat de effecten, zeker op lange termijn, verwaarloosbaar zijn. Zo zijn er ook nog legio voorbeelden ten aanzien van geluid, externe veiligheid en geurhinder.

Verklaarbaar

Opvallend fenomeen is wel dat deze projecten in de meeste gevallen, soms in ietwat aangepaste vorm, uiteindelijk toch worden uitgevoerd. De vertragingen en de maatschappelijke kosten die hiermee zijn gemoeid zijn dan, achteraf, betreurenswaardig.
De vertragingen zijn om twee redenen verklaarbaar. Enerzijds door het niet tijdig en niet adequaat uitvoeren van de benodigde onderzoeken of het niet of niet tijdig aanvragen van benodigde vergunningen, anderzijds door de vele mogelijkheden tot inspraak en schorsende werking. Door schade en schande wijs geworden, wordt nu bij projecten ervoor gezorgd dat de onderzoeken van goed niveau zijn en dat de benodigde vergunningen tijdig worden aangevraagd. Echter, juist door de uitgebreide onderzoeken wordt de mogelijkheid geboden op details te schieten en deze onderzoeken onderuit te halen. Gezien de verplichting van Raad van State om te bekijken of besluitvorming zorgvuldig heeft plaatsgevonden kan zij niet veel anders dan de bezwaarmaker gelijk geven. De consequenties hiervan is dat de kwaliteit van de besluiten afneemt en er vertragingen ontstaan die bij een daadkrachtiger besluitvorming voorkomen hadden kunnen worden. In diverse media is de discussie dan ook opgelaaid dat er iets aan de wijze van besluitvorming moet veranderen, maar hoe en wat? Dat blijft nog wat achter.

Inschatting

Zodra het niveau van de aanvragen en de onderzoeken van een hoog niveau is waaruit een reële inschatting volgt van de effecten, moet de politiek een afweging kunnen maken. Daarbij moet zij niet gehinderd worden met leemten in kennis (zogenaamde vijfprocentsmarge) en deze moet ook niet voor inspraak openstaan. De gedachte die daarbij centraal moet staan, is dat iedereen in Nederland wel inziet dat de ruimte relatief schaars is en dat er daarom een goede en integrale afweging plaats moet vinden over de wijze waarop Nederland ingericht is en wordt. Bestuurders moeten de mogelijkheid krijgen dit te doen. Dat kan niet als besluitvorming op eerste aanleg op detailniveau plaats moet vinden, eerst moeten de structuren bepaald worden. Voor de exacte invulling zijn andere besluitvormingsmiddelen in beeld, zoals de vergunningtrajecten. De organisatie van deze ‘getrechterde’ besluitvorming is complex. In een vervolgartikel in Cobouwwordt hier nader op ingegaan.

Reageer op dit artikel