nieuws

‘Vakmanschap straatmaker onder druk’

bouwbreed Premium

Machinaal bestraten. Mooi bedacht. Wil de overheid dan ook eventjes voor de extra kosten lappen? Roon Veugelers ziet geen aanstalten om de portemonnee te trekken.

“Een stad hier in de buurt wilde dat we voor 1000 vierkante meter een machine inzetten. Zo’n apparaat kost 100.000 euro. Mij best. Maar dan krijgt je wel een ander kostenplaatje. Toen wilde de gemeente opeens niet meer”.
Roon Veugelers (49) maakt van zijn hart geen moordkuil. Noemt zich een assertief directeur. Bijt waar nodig van zich af. Hij begon als loopjongen en zet nu bij aannemer Pleunis de lijnen uit. “We hebben een omzet van zo’n 7 miljoen euro. Binnen vijf jaar moet het dubbele mogelijk zijn. De vaste kern van het bedrijf bestaat uit zo’n 25 man. Zomers hebben we rond de 120 mensen aan het werk”.
Pleunis kijk terug op driekwart eeuw geschiedenis. Het bedrijf van oprichter Pieter Gerrit Pleunis richtte zich in Voorburg aanvankelijk op het stenen lossen van schepen. Later volgde de verbreding naar kabelwerk.
“Crisisjaren. Met honderden stonden ze voor het huis van meneer Pleunis, in de hoop op werk. Hij kon dan maar zo’n veertig man gebruiken. De uitbetaling was in het café. Huilende moeders als het geld op was. Zo ging dat in die dagen”.
In de oorlogsjaren stond het werk op een laag pitje. Vanaf 1945 diende zich tijdelijk een nieuwe specialiteit aan: bunkers slopen. Tot plezier van Pieter Gerrit. De hoofdmoot werd echter tot de jaren zeventig het aanleggen van rioleringen en de werkzaamheden voor de kabelbedrijven.

Driehoek

Zo’n dertig jaar geleden verschoof het accent steeds meer naar de stratenmakerij. De steden breidden fors uit. Sindsdien staat Pleunis in de driehoek tussen Westland, Amsterdam en Pijnacker als een prominent stratenmaker. In 2000 nam Veugelers de leiding over van de laatste Pleunis in het bedrijf.
“We hebben weinig verloop in de organisatie, we zijn ook een gecertificeerd leerbedrijf. In het verleden hadden we wel twaalf tot vijftien leerlingen. Jammer, je houdt ze tegenwoordig niet meer. Ze komen in de tuintjes van de particulieren en worden daar goed betaald. Tweeduizend euro per maand is niet ongewoon. Het is zeldzaam geworden als iemand zijn leerlingentijd uitdient. Meestal haken ze het tweede jaar af en worden ze een soort veredelde hovenier. Na de vakantie, als in de tuinen niet veel meer te doen is, proberen ze dan bij een bedrijf als het onze weer aan de slag te komen”.
Lastig, waar vind je goede stratenmakers? Het vakmanschap staat volgens Veugelers onder druk. Noodgedwongen rukt het minder nauwkeurige vlijen op ten koste van het hamerstraten.
“Ik ben achter onze allochtone vrienden aan gegaan. Geen succes. In sommige landen blijken wegwerkers vaak criminelen te zijn, het werk is dus niet populair. Allochtonen? Nooit een sollicitant gezien. Ik zou ze met open armen ontvangen”. Wat betreft het machinaal bestraten, neemt Veugelers een afwachtende houding aan. Hij heeft respect voor het grote KWS, een baanbreker die durft.
“Vanaf 1500 vierkante meter moet je machinaal. Dat kan alleen in nieuw werk. De machines zijn nog niet volwassen, we hebben nog een hele lange weg te gaan. Al honderd jaar is men bezig met het thema machinaal bestraten”.
Een grote hindernis is in de ogen van Veugelers het materiaal: baksteen. “Konden we maar een kunststof steen maken met hetzelfde gewicht en hardheid van baksteen. Dan was het machinaal bestraten een stuk gemakkelijker”. Zo nodig huurt Pleunis een machine. Aanschaffen is voorlopig niet aan de orde. “Als we machinaal willen bestraten zal iedereen mee moeten werken. Allereerst: stel een verplichting in. Ten tweede: wees ook bereid per meter 2,5 keer zo veel te betalen”.

Reageer op dit artikel