nieuws

Relatie tussen ongevallen op galerijen

bouwbreed

Voor de tweede keer in korte tijd is een galerij van eenzelfde soort noodwoning ingestort. Hoewel de twee ongevallen veel op elkaar lijken, ziet de gemeente Arnhem, getuige van het laatste incident, geen relatie. De aannemer en de architect van de houtskeletwoningen die een tweede leven kregen, denken daar toch anders over: “Demonteren en verplaatsen komt woonunits niet ten goede.”

Arnhem, terug naar zondagavond. Vermoedelijk twaalf tot vijftien studenten staan op de galerij van een houten noodwoning als deze instort. Vijf studenten lopen snij- en schaafwonden op. Een zesde student breekt een rugwervel. Snel laat de gemeente Arnhem weten dat de juiste procedures tijdens de vergunningverlening in 2005 zijn gevolgd. De gemeente betreurt het incident en start een bouwtechnisch onderzoek. Eind deze week moet blijken of er sprake is geweest van extreme piekbelasting of dat het een fout in de constructie betreft.
Het ongeval in Arnhem is bijna een kopie van wat tweeënhalf jaar geleden in Lent plaatsvond. Ook toen ging het om een semi-permanente woning (van hetzelfde type) dat voor de tweede keer was opgebouwd. Ook toen stond er een fors aantal studenten op de galerij die instortte, en ook toen braken er botten. Toch wil de gemeente Arnhem geen parallel trekken: de constructies zijn totaal anders, staat expliciet in een verklaring aan de pers.
Navraag bij de betrokken partijen leert dat niet iedereen het met de gemeente Arnhem eens is. Eerst even de feiten van de noodwoning op een rij. Beide woonblokken (Lent en Arnhem) zijn oorspronkelijk gebouwd in opdracht van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). Tachtig van deze woonblokken van Noorse afkomst zijn ongeveer zeven jaar geleden door zes of zeven verschillende aannemers of systeembouwers gebouwd. Volgens Bert van Mourik van Maat Caravans uit Sliedrecht, één van de aannemers, is het zeer goed denkbaar dat de constructies per bouwer verschillen zoals de gemeente aangeeft. De woonblokken zien er overigens wel hetzelfde uit. Elk blok bestaat uit ongeveer acht woningen en herbergt op tweeënhalve meter hoogte een galerij van ongeveer een meter diep.
De woningen die werden bewoond door asielzoekers, gingen vijf jaar zonder noemenswaardige incidenten mee. Toen moest het COA noodgedwongen een groot deel van de woonunits verkopen. Volgens Laurens de Wolff, medewerker van architectenbureau Hurenkamp, het oorspronkelijke adviesbureau, worden de ontmantelde woonunits aan “Jan en Alleman” verkocht. In steden als Utrecht, Leiden, Oegstgeest en Arnhem zijn de blokken opnieuw opgebouwd en kreeg de voormalige asielzoekerwoning een tweede leven als studentenwoning.
Hoewel de noodwoningen demontabel bedoeld zijn, gaat het volgens architect De Wolff en aannemer Van Mourik mis na demontage. “In al die jaren is er niet één asielzoeker door de galerij gezakt”, claimt De Wolff. Ook Van Mourik kijkt er niet van op dat er twee keer een gemonteerde en opnieuw opgebouwde woonunit is ingestort. “Als één geheel zijn de blokken destijds op de locatie gemonteerd. Op het moment dat de galerij in stukken uit elkaar worden gehaald en opnieuw wordt opgebouwd, kun je niet langer uitgaan van de eerder berekende constructie. Ik heb voorbeelden gezien waarbij de woonblokken in een tweede leven er heel anders uitzagen.” Ook De Wolff trekt de conclusie dat tijdelijke woningen de tweede keer minder sterk zijn. Beiden roepen steden met dezelfde huisvesting op nader onderzoek te doen.

Verwarring

Wim van Alebeek directeur van PBO Bouw en Ontwikkeling, verantwoordelijk voor de tweede montage in Arnhem voelt zich niet aangesproken. “Nee, het lijkt me niet dat wij aansprakelijk kunnen worden gesteld. Er is tenslotte een vergunning afgegeven.” Van Alebeek vertelt dat zijn bedrijf de demontage niet voor zijn rekening nam. “Ik weet nog dat wij de galerijen uit het hele land kregen aangeboden.”
Over een aantal punten zijn alle partijen het eens; twee keer is sprake geweest van een extreme situatie. “Een galerij is niet gebouwd voor een hossende menigte. Het is een looppad”, aldus Van Mourik. De Wolff gaat nog een stap verder. “Geen enkele galerij in welke Nederlandse flat dan ook is berekend op zoveel springende mensen.” Duidelijk aangeven hoe hoog het maximale draagvermogen van een balkon of galerij is (zoals in liften), vindt De Wolff onzinnig. “Ga jij dat controleren? Nee, laten we eerst eens zelf logisch nadenken. Het ging hier om een houten galerij. Hout piept en kraakt. Op een gegeven moment moet je toch echt wel doorhebben dat iets kan instorten.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels