nieuws

Tijd voor slimme mobiliteit

bouwbreed

Een stagnerend verkeers- en vervoerssysteem is inefficiënt en kostbaar. Structurele ingrepen ter verbetering zijn dan ook hard nodig. Geplaatst binnen de kaders van een duurzame ontwikkeling. Dit vraagt om slimme mobiliteit passend in het beginsel van ‘People, Planet and Profit’. Paul Oortwijn en John van Langeveld pleiten na VNO-NCW en MKB Nederland ook voor een deltaplan met betrekking tot mobiliteit.

26 Juni was het weer eens in het nieuws: “De landelijke filezwaarte nam dit voorjaar met ruim 14 procent toe”. Ook de nota van 18 april 2007 ‘Verkeersinfarct onafwendbaar’ van het ministerie van VROM geeft aan dat we afstevenen op een verkeersinfarct in 2040, met in het slechtste geval zelfs een verdubbeling van het autobezit.

Distributieland

Als gevolg van de genoemde mededelingen in de media en de nota van VROM zou je verwachten dat er groots gereageerd zou worden en dat de voorbereide plannen versneld in uitvoering worden genomen. Immers, wij noemen Nederland ‘distributieland’ en files kosten handen vol geld, om over de ergernis nog maar niet te spreken. Maar helaas, een, op een paar stellingen na (zie ook ‘Bouwers: Oogst na honderd dagen is mager’ 16 juni in Cobouw ) volgde een grote stilte. Stellingen dat de capaciteit van de Nederlandse verkeersinfrastructuur voldoende zou zijn en dat telewerken dé oplossing is, bagatelliseren de dwingende ernst en omvang van het probleem. Het leidt de discussie af van waar het werkelijk om gaat.
Het mobiliteitsvraagstuk vraagt om een krachtige beleidsuitvoering dat zowel investeert in de aanbodkant (onder meer wegcapaciteit, openbaar vervoer) als aan de vraagkant (onder meer kilometerbeprijzing en flankerend beleid). De nota Mobiliteit, het MIRT en alle overige regionale en lokale programma’s zetten hier al sterk op in. De kunst is de plannen daadwerkelijk én snel te realiseren. De netwerkanalyses bieden veel houvast voor gerichte en doelmatige investeringen in de regionale verkeersnetwerken. Overleg en afstemming zijn nodig. Kortom, het hoort bij onze cultuur. Echter, dat mag niet leiden tot impasses en halfzachte oplossingen, het is tijd dat de macht van de beslissers om te ‘overrulen’ eens in praktijk wordt gebracht. Doorzettingslef en acties worden gevraagd.
De leden van de ONRI (dat zijn de advies- en ingenieursbureaus in Nederland) bezitten een helicopterview en bieden hun expertise aan om concreet en doelgericht bij te dragen aan de implementatie van de vele goede plannen.
De branche beschikt over alle benodigde kennis en over het vermogen om tot innovaties in onze verkeers- en vervoerssystemen te komen. In samenwerking met universiteiten en andere kennisinstituten koppelen wij theorie aan praktijk. Wij zien met lede ogen aan dat er oplossingen zijn, maar er geen gebruik van gemaakt wordt.

Lef

De ONRI nodigt de politiek en andere partijen graag uit om samen en zo snel mogelijk aan de slag te gaan. Minister Eurlings laat zien dat hij de doorzettingsmacht heeft om heldere en daadkrachtige besluiten te nemen.
De bal ligt bij de Minister. Minister, wij stellen onze expertise ter beschikking voor een goed deltaplan. Een ‘Deltaplan Duurzame Mobiliteit’. Kortom, gewoon doen; met lef en visie. Op naar een duurzame, mobiele, maatschappij.
Paul Oortwijn is directeur van de Organisatie van advies- en ingenieursbureaus (ONRI) en John van Langeveld is voorzitter van de themagroep Mobiliteit ONRI,
Den Haag

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels