nieuws

Rechter steekt stokje voor onredelijke bouweis

bouwbreed

De aanbesteding voor de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken is op last van de rechtbank afgebroken. Belangrijkste aanleiding bleek de eis om verplicht een besloten vennootschap aan gaan met een onbekende derde partij. De rechter maakte ook korte metten met de eisen die de Rijksgebouwendienst stelt aan individuele werknemers.

De opdrachtgever legt zich bij het vonnis van de rechtbank neer en gaat opnieuw aanbesteden, zoals Cobouw gisteren meldde. Dat betekent een forse vertraging. Eigenlijk zou de gunning direct na de bouwvak plaatsvinden. De uitspraak zorgt ervoor dat na de vakantieperiode de aanbestedingsprocedure op z’n vroegst weer kan worden opgestart. Desondanks hoopt de Rijksgebouwendienst nog steeds dat de bouw begin volgend jaar begint.
De komende vier weken trekt de opdrachtgever uit om de aanbesteding opnieuw vorm te geven. De belangrijkste wijziging zal moeten plaatsvinden op het gebied van de verplichte bv. Deelnemen was verplicht, maar de bijbehorende voorwaarden waren nog onbekend. “Een onaanvaardbaar risico” oordeelt de rechter waarbij het ondoenlijk is op voorhand in te schatten of de opdracht wel interessant is. “Terwijl dit nu juist wel de bedoeling is van een aanbesteding.”
Bovendien verplicht de rechter de opdrachtgever tot een coördinerende rol tijdens de bouw. De Rijksgebouwendienst wilde nadrukkelijk af van die rol tijdens en op de bouw. Volgens de rechtbank is dat onmogelijk bij de gekozen contractvorm en wil de opdrachtgever zowel de voordelen van het werken in percelen als de voordelen van het niet werken in percelen.

Opgeknipt

De Rijksgebouwendienst had de opdracht voor de nieuwbouw nu opgeknipt in vier percelen: bouw, elektra, werktuigbouw en liften. Daarbij is gekozen voor een geheime vaste prijs waarbij wordt geselecteerd op de economisch meest voordelige aanbieding. De nieuwe aanpak stelt de opdrachtgever voor de keus minder kieskeurig te zijn ten opzichte van de prijs/kwaliteit of zich toch intensiever met de bouw te bemoeien. “Als de staat aan ‘cherry-picking’ wil doen, moet hij ook aanvaarden dat er meerdere contractanten zijn en hij een coördinatieverplichting heeft.”
De rechter heeft het Rijk ook teruggefloten als het gaat om het stellen van onredelijke bekwaamheidseisen. Naast een tevredenheidsverklaring eist de opdrachtgever ook nog een kopie van een opdrachtbrief of het contract van een referentiewerk. Plus bewijsstukken inzake werkervaring.
De rechter oordeelt dat deze eis onredelijk is omdat hij gegadigden afhankelijk maakt van individuele werknemers. De wet stelt dat de opdrachtgever tot vijf jaar terug mag kijken, maar de Rijksgebouwendienst wil stukken die teruggaan tot 1995. Ook op dat punt wijst de rechter terecht. Het volledige vonnis staat op www.cobouw.nl.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels