nieuws

Herijken veiligheid hijsen en heffen gewenst

bouwbreed

Het is populair om ‘te doen in veiligheid’. Sommigen zien het als een hobby, maar dan gaat ’t niet goed. Veiligheid vereist volgens Kees Pasmooij een professionele aanpak en heeft recht op eenduidige en heldere regelgeving.

Hoe hoog leggen we de veiligheidslat en wat vinden we met elkaar acceptabel en gewenst? Hoeveel ongevallen accepteren we of gaan we uit van de ‘nul’? Wanneer spreken we over een ongeval? Ben je het slachtoffer of zit je aan de andere kant? Het is maar vanuit welke hoek je de criteria bekijkt. Voor de één zal het veiligheidsglas halfvol zijn, voor de ander is hetzelfde glas halfleeg. Aan dergelijke vragen hebben beleidsmakers en beoefenaren in veiligheidsland hun handen vol. Het heeft feitelijk te maken met het definiëren van een niveau van beschaving en ontwikkeling.

Gesloten

Veiligheid wordt naast de voortschrijdende stand der techniek beïnvloed door traditie en historie. Wat in een hoog geïndustrialiseerde maatschappij normaal is, zal dat niet zijn in een ontwikkelingsland en omgekeerd. De neerslag van zo’n stellingname kan worden gevonden in normering en regelgeving. Vaak nationaal, in toenemende mate Europees en soms mondiaal. Hiermee is een kiem gelegd voor diversificatie. Kleine producenten bedienen locale markten en snijden hun producten daarop toe. Daar ligt hun kracht, ‘small is beautiful’, voor hen liever geen eenheidsworst. Grote fabrikanten streven naar eenheid van regelgeving, zodat één en hetzelfde product wereldwijd kan worden afgezet.
Eindgebruikers hebben maar één zorg: het product moet gegarandeerd veilig zijn en hoe dat bereikt wordt zal ze worst wezen. Installateurs, dealers, onderhoudsfirma’s en handelaren bestrijken het tussengebied en verdienen de kost met het afstemmen van het aanbod op de vraag; maatwerk heet dat.
Hans Broeren, makelaar o.g. in Amsterdam, schreef in zijn column van 27 oktober 2006 in Cobouw : “Terwijl trappen lopen veel gezonder is, gebruiken we in woon- en werkpanden graag de lift. Al te vanzelfsprekend gaan u en ik ervan uit dat dit een veilige manier van transport is. Daarom is de regelmatige keuring van de liftinstallatie van het grootste belang, naast een jaarlijkse onderhoudsbeurt aan deze installatie. Er kunnen immers mensenlevens mee gemoeid zijn”. Een alleszins redelijke veronderstelling gezien de mogelijke risico’s bij een niet veilig functionerende lift. Ieder kind zal dit kunnen begrijpen. De cirkel van fabrikant, installateur, onderhoudsfirma en onafhankelijke derde (keuringsbureau) is hier op een adequate manier gesloten. Maar geldt dit nu ook voor andere soorten objecten in het verticaal transport?
Bij grote hijskranen is het helder geregeld. Een trits van verplichtingen voor de fabrikant (CE-markering), onderhoudsfirma en de onafhankelijke derde partij (keuringsbureau) moeten de eigenaar helpen zijn materieel veilig te hebben en te houden gedurende de volledige levenscyclus. Opdat er in de praktijk veilig mee gewerkt kan worden door daartoe goed opgeleide kraanbestuurders. Het publiek c.q. de werkenden mogen geen gevaar lopen.

Ratjetoe

Bij hoogwerkers ligt het helaas geheel anders. Deze machines, uitgerust met een schaarmechanisme of een scharnierende en uitschuifbare arm, kunnen werken tot hoogtes van circa 100 meter. Afgelopen weken draaide op de Bauma, de giga-materieelbeurs in München, een hoogwerker op 101 meter hoogte! De meeste van deze machines worden verhuurd zonder bedieningsman, dus bij wijze van spreken aan iedere halve zool. Voorzien van een CE-markering gaan ze aan de slag. De eigenaar is zelf verantwoordelijk voor onderhoud en veiligheidsinspectie. De inschakeling van een onafhankelijke derde (keuringsbureau) in de gebruiksfase is niet voorgeschreven. Achtergrond: minder ongevallen? Nee. Veel simpeler: deregulering van de overheid! Je kunt je in gemoede afvragen of de veiligheid hier mee gediend is. En hoe zit het dan bij installaties voor glazenbewassing, bij hefsteigers, hanggondels, werkbakken aan kranen, personen- en goederenliften in de bouw, autolaadkranen, verreikers?
Ook met een verreiker kunnen pallets met dakpannen op 3-hoog worden weggezet en anders wel met de autolaadkraan die op de vrachtauto is gemonteerd.
Relaties met risico’s? Het is één grote lappendeken met heel veel verschillende lapjes. Alleen de echte specialisten weten nog van de hoed en de rand, maar begrijpen niet waarom de regelgeving op dit dossier zo weinig consistent is. Daar komt helaas nog bij dat de overheid, de toezichthouder, zelf niet meer over dit type specialisme beschikt. Waar is de ratio gebleven, de heldere uitleg waarom het regiem is zoals het is?
Ik breek hier weer eens een lans voor het herijken van het regime van veiligheid in het verticaal transport. Ik bepleit een zwaar regime inclusief de inschakeling van onafhankelijke derden (gespecialiseerde keuringsbureaus) voor die objecten waar sprake is van majeure risico’s met grote gevolgen voor gebruikers, bedieners, omwonenden en publiek. Ik denk dan aan grote hijskranen, grote hoogwerkers, personenliften en groot ander materieel en machines. Met periodieke, jaarlijkse controles op goed functioneren van het object en de veiligheidscomponenten. Waar sprake is van mineure risico’s (kleine kranen en hoogwerkers, klein overzichtelijk materieel) kan een APK-achtige structuur voldoen met ‘eigen’, periodieke veiligheidskeuringen door leveranciers, onderhoudsfirma’s en eigenaren. Met een helder ‘vangnet’ voor alle machines en materieelstukken die buiten beide categorieën vallen.

Balans

Er is het afgelopen decennium in het verticaal transport veel veranderd. Innovaties in het materieel zelf, in de toepassingen, in de regelgeving en in de aansturing (of het gebrek daaraan) van de overheid. Het is de hoogste tijd om de balans op te maken. Waar gaat het goed, waar gaat het mis.
Er zou opnieuw een eenduidige basis moeten worden gelegd. Met als basis een doorwrochte risico- en ongevallenanalyse door de wetgever. Dat lijkt me, gezien het belang van het onderwerp, alleszins op zijn plaats. Graag denken wij met allen mee die aan dit dossier nader inhoud willen geven. Laten we van de lappendeken één mooi dekbed maken.
Kees Pasmooij
Directeur Aboma+Keboma, Ede
pasmooij@aboma.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels