nieuws

Heimelijk verlangen naar fluitende bouwvakker

bouwbreed

Het beeld lijkt onuitroeibaar: bouwvakkers, die hun werk onderbreken om fluitend, vooral vrouwelijke, voorbijgangers van commentaar te voorzien. Alleen al in het Nederlands, levert de woordcombinatie fluiten en bouwvakkers op Google duizenden hits op. Het onderwerp houdt de tongen in beweging maar waar zijn de fluiters?

Dat het fluiten deel uitmaakt van het imago van de bouwvakker, is evident. Van een tv-programma als rondom tien tot aan de dorpspomp komt het onderwerp aan bod. Lang niet altijd in negatieve zin. Maar toch: wie bouwplaatsen passeert, krijgt het cliché niet makkelijk bevestigd.
Zo gauw de lente aanbreekt, wordt het onderwerp actueel. “Het heerlijke zonnetje, blote benen, jasloosheid, fluitende bouwvakkers…” In menig weblog, zoals dat van deze ‘Juliëtte’, lijkt de wens de vader van de gedachte. Een zekere ‘Pien’ noemt het “hoog tijd voor fluitende bouwvakkers” want dat betekent “korterokjesweer”.
Omwonenden van een bouwplaats van een ministerie in Zoetermeer kunnen terecht bij een klachtenlijn als bouwvakkers zich niet gedragen, meldde een landelijke krant recent. Het bericht ging over “ranzige” – want fluitende – bouwvakkers. Aanleiding vormde een golf van klachten die de Rijksgebouwendienst zou hebben bereikt. Daarop reageerde deze met een brief aan de bewoners waarin stond waaraan de bouwlieden zich hadden te houden en waar omwonenden konden klagen als z e dit niet deden.

Lokroepen

De brief geraadpleegd, wordt duidelijk dat het cliché en de fantasieën daarover het bij de betrokken verslaggever hebben gewonnen van de realiteit. De gewraakte brief gaat over kwesties als het uitlopen van het storten van een betonvloer tot laat in de avond, wat gebeurd was en het met zware voertuigen over een fietspad rijden. Ook blijkt er onvrede over de gewoonte in de bouw om vroeg in de ochtend te beginnen.
“Bouwvakkers rijden graag voor de files uit”, weet woordvoerder Jan-Jaap Eikelboom van de Rijksgebouwendienst. Maar over lokroepen vanaf de steiger wordt nergens gerept.
Ooit stortte een journalist zich op een groep door BAM gecontracteerde Britse bouwvakkers, verhaalt woordvoerder Arno Pronk van de Bunnikse onderneming uit de oude doos. De Britten zouden naar vrouwen hebben gefloten. Een buitenkansje om het cliché bevestigd te krijgen want Engelse werklui, dat is ruig volk, is algemeen bekend.
Bij BAM vonden ze het verhaal niet leuk, herinnert Pronk zich. Besloten werd de zaak uit te zoeken. “Zo bleek dat onze bouwvakkers niet hadden gefloten maar dat de dames in kwestie alleen hadden gezegd dat ze dat wel zouden willen.”
Pronk zegt het fluiten of naroepen vanaf de steiger als probleem niet te kennen. “In de zeventien jaar dat ik op deze plek zit, heb ik het nooit aan de hand gehad. Ik vind het een gemakzuchtig, stereotiep beeld; alsof onze mensen de hele dag niets anders te doen hebben dan anderen becommentariëren. Ze zijn druk bezig met hun werk en hebben hun aandacht daarvoor nodig.”

Fatsoenlijk

Collega’s van Pronk, bij Ballast Nedam, nij FNV bouw, geven vergelijkbare reacties. Pieter van Nuenen van Heijmans verklaart dat het probleem niet speelt en beleid hiervoor daarom evenmin aan de orde is, laat staan sancties. Want er komt in Rosmalen volgens hem nooit iemand klagen dat de werknemers voorbijgangers onheus bejegenen.
Logisch, vindt hij. “Wij hebben fatsoenlijke mensen in dienst, die zelf wel weten hoe ze zich moeten gedragen.” Hij weet van een studente die ooit langs kwam voor een scriptie over het fluiten. Met gedetailleerde vragen over hoe vaak het gebeurde, hoe, wat daarna, enzovoort. Van die scriptie kan niet veel terecht zijn gekomen, denkt de Heijmans-woordvoerder. “Al zal er best eens worden gefloten; maar dat gebeurt niet onheus.”
Hoe het kan toegaan, beschrijft een fervent fietsster in Den Haag: “Als ik ’s morgens werklui passeer, zeggen ze wel eens goedendag. Of ze glimlachen en dan lach ik terug. Een goed begin van de dag.”
In de krochten van internet is het even zoeken naar koesteraars van het ‘cliché van de hork’. Uit New York komt een digitale schandpaal voor ‘pics of street harassers’. Met de mobiele telefoon heet van de naald aangeleverd. “Vervelend genoeg woon ik naast een bouwplaats”, schrijft een van de anonieme inzenders bij het foto-object wiens begroeting in verkeerde aarde viel. “Ha, you bastard”, voegt ze (?) hem – zelf nogal grof gebekt – toe.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels