nieuws

Funderingspalen kaarsrecht gezet met luchtkussens

bouwbreed

De bovenkant van de funderingspalen voor het ondergrondse metrostation bij Amsterdam Centraal komen na ontgraving in zicht. Luchtkussens in de bodem en een speciaal stelframe bovenin het boorgat zorgen ervoor dat ze netjes recht komen te staan.

Ze rijken diep, de funderingspalen voor de ondergrondse stationshal bij het Amsterdamse Centraal Station. Zoals zoveel constructiedelen voor de Noord/Zuidlijn staan ze met hun tenen in de derde zandlaag; zo’n 60 meter -NAP. Normaal gesproken mogen dergelijke kolossen een paar decimeter uit het lood staan zonder dat hun constructieve functie in het geding komt. Maar aangezien de bovenkant van de palen straks in zicht komt als de kolommen in de stationshal, moet funderingscombinatie Terracon-Brückner zo’n grote scheefstand zien te vermijden. Dat levert immers geen fraai beeld op.
Niet voor niets is de bovenste 20 meter van de paal uitgevoerd als stalen buispaal; die moet een strakke slanke aanblik geven. De 40 meter daaronder wordt gerealiseerd als in de grond gevormde paal met een diameter van 1200 millimeter en zal een veel grilliger uiterlijk vertonen. Maar dat ziet niemand.
Het bestek ging er vanuit dat de stalen buispaal gevuld met beton, in de verse beton van het onderste paaldeel zou worden gedrukt. Daarvoor zou de buispaal aan de onderkant worden afgedicht met een stalen punt. De funderingscombinatie vreesde echter dat de betonkwaliteit rondom de buispaalpunt minder zou zijn, omdat bij een betonstort in bentonietvloeistof de bovenste laag beton vervuild zou raken. Daarom ontstond volgens werkvoorbereider Ralf Buzink van Terracon het idee om de buispaal te koppelen aan de wapening voor het onderste paaldeel en beide in één keer in het boorgat te laten zakken. Volgens die methode zijn inmiddels de eerste vier palen gerealiseerd.

Secties

De wapening voor het onderste paaldeel bestaat uit drie secties. Die zijn in Duitsland vervaardigd door Brühler Stahlhandel. De korven bestaan uit 24 forse wapeningstaven van rond 40 millimeter met rondom een spiraal van rond 12 millimeter. Voor het Centraal Station worden ze gekoppeld met wapeningklemmen, waarna de 20 meter lange buispaal er met een ketting aan vast wordt gemaakt. Omdat de buispaal niet helemaal tot het maaiveld reikt, wordt hij met een speciaal opzetstuk in de kraan genomen die hem in het voorgeboorde gat plaatst.
Om een loodrechte stand van de buispaal te garanderen, wordt hij voordat het beton wordt gestort, tijdelijk opgehangen aan een stelframe bovenin het boorgat. Onderin zijn vier luchtkussens bevestigd op de schacht. Met een persluchtinstallatie en vier slangen kunnen die kussens naar believen worden opgepompt om de paal te positioneren. Volgens Buzink kan dat tot op de centimeter nauwkeurig. De controle van de hellingshoek vindt plaats met een waterpas bovenin de buis.
Daarna wordt het beton in twee fasen gestort. Onderin de paal komt beton van kwaliteit B25, die tot circa 2 meter in de buispaal wordt gestort. Zodra dat is uitgehard, wordt de bovenste laag beton, verontreinigd met de bentoniet weggeboord en wordt wapening in de buispaal geplaatst. Geen 24 staven rond 40 meer, maar nog altijd veertien stuks van maatje 32. Daarna wordt de buispaal volgestort met beton B35. Deze werkwijze garandeert volgens Buzink dat er geen beton aan de buitenkant van de buispaal komt. Dat moet immers bij het ontgraven van de stationshal weer worden weggehakt en levert werk op waar niemand op zit te wachten. Bovendien wordt het eindresultaat er niet fraaier op.
Zodra het beton is uitgehard, worden de luchtkussens omhoog getrokken waarna de ruimte tussen het boorgat met een diameter van 1200 millimeter en de wand van de buispaal gevuld met grind.

Obstakel

Volgens werkvoorbereider Buzink is de planning strak: een dag boren, een halve dag wapening plaatsen en dan beton storten in twee fasen. Zo moeten drie palen per week gerealiseerd kunnen worden.
Maar bij de eerste palen op de krappe bouwplaats voor het Centraal Station werd dat tempo nog niet gehaald. Vorige week stuitte de aannemingscombinatie nog op een obstakel in de grond. Het bleek nota bene om een groutkolom te gaan die Keller twee jaar terug in de grond had gerealiseerd als proef voor de sandwichwand onder het stationsgebouw. Die kolom had blijkbaar toch een grotere diameter dan gedacht, want de booremmer van Terracon-Brückner werd scheef gedrukt en was niet meer in het juiste spoor te krijgen. De aannemers restte niets anders dan het gat te vullen met cementbentoniet, de omgeving op een vergelijkbare manier te bewerken om vervolgens door de cementbentonietmassa een gat op de juiste plek met de juiste hellingshoek te realiseren.
In deze fase realiseert de funderingscombinatie tien palen. In volgende bouwfasen komen daar nog eens elf palen bij. Maar dan moet eerst ruimte worden gecreëerd op het stationsplein waar zoveel aannemers vechten om een plekje om hun aandeel aan de Noord/Zuidlijn te realiseren.

Diepwanden

Terracon en Brückner realiseren ook samen de diepwanden voor de stationshal onder het stationsplein. Een deel van de diepwanden rijkt tot 60 meter -NAP; een deel komt tot 31,5 meter -NAP. Kunnen aannemers van diepwandconstructies normaal gesproken volstaan met een paar detailtekeningen en is de rest repetitiewerk; voor de stationshal moest elk paneel worden uitgetekend. Op verschillende niveaus zijn stekeinden aangebracht om wapening voor voorzetwanden, vloeren en stempels op aan te laten sluiten. Zodra de diepwanden voltooid zijn komt er een dak op, waarna de ruimte daaronder wordt ontgraven en de funderingskolommen dus weer tevoorschijn komen. De stationshal vormt de schakel tussen de caissons die Heijmans heeft afgezonken van waaruit de tunnelboormachine voor de Noord/Zuidlijn vertrekt en de zinktunnel die Combinatie Strukton Betonbouw-Van Oord ACZ onder het Centraal Station realiseert.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels