nieuws

Techniek van bodeminjectie valt nog steeds te verbeteren

bouwbreed

Vakwerk waar je, als het goed is, nooit wat van ziet, noemt Kim de Groot het werk van B&P Bodeminjectie. Aan de methoden van dat vakwerk valt nog steeds wat te verbeteren, constateert de woordvoerster van het bedrijf uit Vianen. Nieuwe technieken en nieuwe apparatuur moeten B&P meer grip geven op het proces van bodeminjectie

De praktijk leert De Groot dat de techniek van de bodeminjectie nog lang niet is uitontwikkeld. “B&P zet binnenkort zijn nieuwe mengautomaat in voor het aanmaken van het injectiemateriaal,” vertelt ze. “Tot nog toe werd dat mengsel uit waterglas en harder met de hand gemengd. De automaat spaart arbeid en levert een gelijkblijvende mengkwaliteit.”
Het bedrijf probeert intussen een oplossing te vinden voor de kunststof injectieslangen die in de bodem achterblijven. “De grond die uit de bouwput wordt gegraven moet altijd gezeefd om de slangen eruit te halen”, zegt De Groot. “Proeven moeten uitwijzen of biologisch afbreekbare kunststof slangen uitkomst bieden.” In het technische arsenaal van de bodeminjecteur ontbreekt vooralsnog een methode om te zien of de injectie het gewenste resultaat oplevert. “Ook een grondradar geeft er geen duidelijk beeld van!” Tot een betere methode is gevonden moet de bodeminjecteur zich verlaten op grafisch en in cijfers weergegeven meetwaarden.
B&P injecteert dezer dagen de bodem van de locatie waar Van der Valk zijn Hotel Gilze wil uitbreiden met 70 kamers. De bouwput beslaat zo’n 2000 vierkante meter; het project nabij de A28 in Gilze is tevens de vijfentwintigste bodeminjectie die B&P sinds de oprichting in 1998 doet. Met elkaar beslaan de bodeminjecties een oppervlak van ruim 15.000 vierkante meter.

Bronbemaling

Het bedrijf biedt de methode aan als alternatief voor bronbemaling. “Bronbemaling is geen vanzelfsprekende techniek meer,” weet De Groot. “Gemeenten geven er ook niet altijd meer een vergunning voor. Bodeminjectie is een alternatieve techniek voor een droge bouwput.” B&P injecteert daarvoor een mengsel van waterglas en een harder in de bodem. Eenmaal uitgehard vormt het mengsel een scheiding tussen het grondwater en de bodem van de bouwput.
De scheidingslaag bestaat uit bollen uitgehard waterglas die elkaar overlappen en zo een aaneengesloten laag vormen. De bollen ontstaan door het waterglasmengsel in de bodem te pompen. Dat gebeurt via kunststofslangen die met een holle buis en een trilblok in de bodem worden geduwd. Aan de onderkant van de slang zit een stalen weerhaak; die zet zich vast in de bodem zodra de boorbuis weer wordt opgehaald.
In het geval van het Van der Valk-project brengt B&P de slangen tot 9 meter diep in de bodem. De bouwput wordt na het uitharden van het waterglas tot 4,5 meter diep uitgegraven. Acht pompen vullen even zoveel slangen met het injectiemengsel. Als de opdrachtgever erg veel haast heeft om in de bouwput aan de slag te gaan zet h et bedrijf zestien pompen in.

Druk

Per dag kan B&P ruim 60 vierkante meter bodem injecteren. “Een hogere productie zit er voorlopig niet in,” zegt De Groot. “De druk die de pomp genereert mag niet zo groot worden dat het waterglasmengsel de grond verdringt; het brengt het gewenste effect alleen teweeg wanneer het de bodem verzadigt. Vooralsnog ontstaat de beste kwaliteit bij acht pompen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels