nieuws

Schuifbaar veiligheidsgordijn aan viaducten moet verkeer ontzien

bouwbreed

Het aanbrengen van een extra vandaalbeveiliging op een viaduct veroorzaakt hinder bij het verkeer. Maar het kan ook anders.

octrooi
nummer: 1028919
houder: Grontmij (De Bilt), BAM Civiel (Gouda)
uitvinder: J. Hartman
Nog steeds loopt verkeer dat onder een viaduct doorrijdt, het risico te worden getroffen door zware voorwerpen die met opzet naar beneden worden gegooid. Brokken beton, straattegels, ijzeren staven, en soms zelfs fietsen. Niet alleen autobestuurders op een snelweg kunnen eronder lijden, maar ook treinmachinisten en passagiers. Zelfs omwonenden lopen gevaar, bijvoorbeeld als viaductvandalen een ernstig ongeluk zouden veroorzaken bij een vrachtwagen of goederentrein met een giftige of licht-ontvlambare lading.
“Men stelt zich op nabij de rand van het viaduct, schat de snelheid van het verkeer en vervolgens laat men het voorwerp vallen”, schrijft J. Hartman in octrooiaanvrage 1028919. “Vaak zijn enkele pogingen nodig om het voorwerp op het juiste moment te kunnen loslaten teneinde de voertuigen op een bepaalde plaats te kunnen raken. Weliswaar bevindt zich nabij de rand van het viaduct een hekwerk, maar dat vormt geen enkel beletsel.”
Het aanbrengen van een net of een extra hekwerk langs een viaduct is een relatief kostbare aangelegenheid. Het blijft immers niet alleen bij de kosten van produceren en aanbrengen van de extra bescherming, want bijna altijd zullen onder het viaduct ook tijdelijk rijbanen of spoorbanen moeten worden afgesloten. Met bijkomende kosten en ongemak, bijvoorbeeld in de vorm van files.
Hartman, senior projectleider bij de afdeling Wegen van Grontmij, ontwikkelde voor viaducten een stalen net waarvoor het niet nodig is om tijdens het aanbrengen de onderliggende transportbaan af te sluiten. Voor deze viaductafscherming worden twee stijlen vastgezet aan de betonnen rand van een viaduct, links en rechts buiten de onderliggende snelweg. Een derde stijl komt boven de middenberm tussen de gescheiden rijbanen. Het aanbrengen daarvan kan dus in principe gebeuren zonder gevaar voor het verkeer. Tussen de bovenste uiteinden van de stijlen komt daarna een staalkabel. En tussen de basis van de stijlen, op de langsrand van het viaduct, een kokerprofiel met aan de bovenzijde een doorlopende gleuf. Ook in de koker loopt een staalkabel tussen de stijlen. Met musketonhaken aan de bovenste mazen wordt het net aan de bovenste staalkabel opgehangen. Net als bij opengeschoven gordijnen komt een deel bij de stijl aan de linkerkant, en een deel bij de stijl aan de rechterkant. Aan de onderzijde wordt een deel van de netmazen met musketonhaken vastgezet aan de onderste kabel. Door elke onderste maas van het net komt vervolgens een tand van een van de ‘kammen’ die daarna vanaf de zijkanten in het kokerprofiel worden geschoven. Hierdoor schuift het veiligheidsgordijn langzaam naar de middelste stijl, waar de twee delen aan elkaar kunnen worden vastgezet. De onderste kabel in het kokerprofiel zorgt voor een opspanning in verticale richting, terwijl de tanden van de kammen verhinderen dat de onderste rand van het net kan worden opgetild door een ondernemende vandaal.

Goedkoop

“Ik heb het veiligheidsgordijn bedacht na een ernstig ongeval een paar jaar geleden”, vertelt Hartman, die als uitgangspunten hanteerde dat het redelijk goedkoop moest zijn en het verkeer niet te veel mocht belasten bij het aanbrengen. De vinding is nog niet in gebruik, ook niet als test op een van de nog niet opgeleverde viaducten van mede-octrooihouder BAM. Hartman: “Bij Rijkswaterstaat loopt nu een pilot met twee systemen die voortkomen uit een prijsvraag onder architecten. Wij mochten niet meedoen aan die prijsvraag, omdat we een ingenieursbureau zijn en geen architectenbureau. Die pilot loopt bij vijftig viaducten, terwijl Rijkswaterstaat in beginsel ongeveer 300 viaducten extra wil beveiligen. Misschien is er in de toekomst nog plaats voor een derde systeem.”

Het net (9) is gespannen tussen drie stijlen: één (10) in het midden en twee (8) aan de uiteinden. Aan de bovenzijde zit het net met musketonhaken vast aan een kabel (11) die tussen de stijlen loopt. Aan de onderzijde verdwijnt het net in de doorgaande sleuf van een kokerprofiel (17) dat is bevestigd aan de betonnen rand van het viaduct, buiten het bestaande hekwerk. De onderste mazen (22) van het net zitten vast aan de tanden (21) van een reeks kammen (20) die vanaf de zijkanten in het kokerprofiel zijn geschoven. Voor een opspanning in verticale richting zorgt een ‘trekorgaan’ (27) dat met musketonhaken vastzit aan een deel van de onderste mazen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels