nieuws

Lege Huls

bouwbreed

De Tweede Kamer heeft zich voor het eerst in jaren duidelijk uitgesproken over aanbesteden van overheidsopdrachten. Daarbij is onder meer gezegd dat de uitvoeringstijd een belangrijker gunningscriterium zou moeten worden. Ook vindt de Kamer dat ongebreideld stapelen van opdrachten, zeker als het om verschillende werksoorten gaat, niet zonder meer mag.Op zich is het prijzenswaardig dat de politiek nu een duidelijke richting wijst op deze twee punten. De beschikbaarheid van voldoende infrastructuur is immers belangrijk voor de economische ontwikkeling van ons land. En het niet langer stapelen van opdrachten geeft het midden- en kleinbedrijf meer kansen. Toch ligt het gevaar op de loer dat dit wederom een lege huls zal blijken te zijn. Het zijn de aanbestedende diensten die het beleid zullen moeten uitvoeren. Het verleden toont aan dat – alle fraaie woorden ten spijt – de praktijk weerbarstiger is dan de theorie.Verder blijkt telkens weer dat aanbestedingen succesvoller zijn naarmate opdrachtgever en opdrachtnemers dezelfde taal spreken. Dat lijkt door een andere kijk op aanbestedingen en reorganisaties bij Rijkswaterstaat steeds minder het geval.Rijkswaterstaat lijkt dat zelf ook in te zien als de dienst zegt trendsetter te willen zijn. In het kader van de ook door onder meer Regieraad Bouw en PSIBouw uitgesproken wens tot professionalisering van het opdrachtgeverschap, is het ook een logische stap. Het is nu aan de politiek om dit streven van de Waterstaat te ondersteunen met de juiste regelgeving. De uitvoeringsbesluiten bij de Aanbestedingswet bieden daar het handvat voor.

De Tweede Kamer heeft zich voor het eerst in jaren duidelijk uitgesproken over aanbesteden van overheidsopdrachten. Daarbij is onder meer gezegd dat de uitvoeringstijd een belangrijker gunningscriterium zou moeten worden. Ook vindt de Kamer dat ongebreideld stapelen van opdrachten, zeker als het om verschillende werksoorten gaat, niet zonder meer mag.Op zich is het prijzenswaardig dat de politiek nu een duidelijke richting wijst op deze twee punten. De beschikbaarheid van voldoende infrastructuur is immers belangrijk voor de economische ontwikkeling van ons land. En het niet langer stapelen van opdrachten geeft het midden- en kleinbedrijf meer kansen. Toch ligt het gevaar op de loer dat dit wederom een lege huls zal blijken te zijn. Het zijn de aanbestedende diensten die het beleid zullen moeten uitvoeren. Het verleden toont aan dat – alle fraaie woorden ten spijt – de praktijk weerbarstiger is dan de theorie.Verder blijkt telkens weer dat aanbestedingen succesvoller zijn naarmate opdrachtgever en opdrachtnemers dezelfde taal spreken. Dat lijkt door een andere kijk op aanbestedingen en reorganisaties bij Rijkswaterstaat steeds minder het geval.Rijkswaterstaat lijkt dat zelf ook in te zien als de dienst zegt trendsetter te willen zijn. In het kader van de ook door onder meer Regieraad Bouw en PSIBouw uitgesproken wens tot professionalisering van het opdrachtgeverschap, is het ook een logische stap. Het is nu aan de politiek om dit streven van de Waterstaat te ondersteunen met de juiste regelgeving. De uitvoeringsbesluiten bij de Aanbestedingswet bieden daar het handvat voor.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels