nieuws

Verbreding A2 kan met andere methode sneller

bouwbreed

Rijkswaterstaat voert de verbreding van de A2 Amsterdam-Utrecht versneld uit. Vanaf 2010 zijn vijf keer twee rijstroken beschikbaar. De oplevering had nog een jaar sneller gekund als de opdrachtgever ruimte had gegeven voor technisch slimmere aanlegmethoden als de paal matras-methode.

Delftse onderzoekers hebben dat uitgewerkt voor de A2 bij Abcoude. De Techneuten Fred Jonker (CUR) en Marcel Visschedijk (Geodelft) presenteren morgen hun bevindingen met de A2 op de studiedag ‘Op het snijvlak van proces en techniek’. Door traditionele bouwmethode slim te combineren met nieuwe aanlegtechnieken kunnen onderhoudsarme wegen ontstaan, is hun stelling. “Niets is frustrerender dan binnen een paar jaar de stootplaten te moeten ophalen.”
De specialisten in de ondergrond voelen zich een tikkeltje miskend. “Mensen die verstand hebben van de ondergrond komen pas ergens laat in het proces aan bod. Dan is de aanbesteding allang rond, zonder dat zelfs maar is nagedacht over andere aanlegmethodes en bijbehorende onderhoudsfrequenties”, ervaren zij. Een gemiste kans, want zettingen na oplevering is een groot risico en bouwcombinaties zijn bij de nieuwe contractvormen steeds vaker verantwoordelijk voor dat risico.

Andere aanpak

Ook bij de verbreding van de A2 tussen Amsterdam en Utrecht is niet in een vroegtijdig stadium nagedacht over een echt andere aanpak van ontwerp en uitvoering. De 30 kilometer snelweg is in vijf deelcontracten gegund en moet uiterlijk eind 2010 worden opgeleverd. Daarbij wordt al twee jaar tijdwinst geboekt.
Inbreken op dat proces ligt gevoelig. Daarom is het doel zoveel mogelijk van de A2 te leren en in de praktijk te brengen bij nieuwe projecten als de A15 en A4 Midden Delfland. De wetenschappers durven de uitdaging aan dat met andere aanlegmethode minimaal een jaar extra tijdwinst is te behalen.
De traditionele aardebaan met asfalt, eventueel in combinatie met drainage, is voor het grootste deel van het wegennet prima geschikt, stelt Visschedijk. Maar bij slappe veengrond zijn andere aanlegmethoden slimmer zoals diverse paalmatrassystemen, eps en toevoegingen aan de ondergrond ‘mixed in place-methode’.
“Zeker als je bedenkt dat de aanleg veel sneller kan en meeweegt dat de onderhoudskosten daarna veel lager uitpakken. De meerkosten vallen in het niet bij de filekosten die worden uitgespaard”, vult Jonker aan. Bij de A2 is daar jaarlijks zo’n 50 miljoen euro mee gemoeid.

Grondonderzoek

Volgens de onderzoeksmanagers is ook nog veel winst te behalen bij de integratie van het wegontwerp. Het ontwerp voor de onderbouw (zandlichaam of andere methode) staat nu helemaal los van het ontwerp van de bovenbouw (onderlaag en asfalt). In Delft zijn die twee disciplines bijvoorbeeld ondergebracht bij verschillende vakgroepen. “Dat zegt genoeg.”
Daarnaast moet volgens de techneuten het grondonderzoek verbeteren dat bij tenders wordt meegeleverd. “Dat is meestal volstrekt onvoldoende voor een bouwer om snel een risicoanalyse op los te laten. Het wordt hoog tijd daar wat meer uniformiteit in te brengen. Uiterlijk 2009 moet de standaard daarvoor klaar zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels