nieuws

A2-tunnel proeftuin voor slimme ideeën

bouwbreed

– De A2-tunnel bij Maastricht wordt een proeftuin om te experimenteren met intellectueel eigendom. Slimme vindingen stranden nu vaak op het technisch juridisch ingewikkelde traject voor octrooien en de neiging van opdrachtgevers om vindingen te annexeren. Daardoor blokkeert innovatie, weet directeur Guus Broesterhuizen van het Octrooicentrum Nederland.

Rijkswaterstaat probeert die blokkade te doorbreken met nieuwe gedragsregels. Samen met Bouwend Nederland, Onri, CROW en het Octrooicentrum heeft de grootste gww-opdrachtgever het convenant getekend om intellectueel eigendom te respecteren. Basisgedachte is om via open licenties slimme vindingen de ruimte te geven om verder te ontwikkelen. De beste partij mag ermee aan de slag, maar de uitvinder kan rekenen op een redelijke vergoeding.
De richtlijn geldt met onmiddellijke ingang voor alle nieuwe projecten van Verkeer en Waterstaat. Echter voor geïntegreerde contracten, eenmalige projecten, proefprojecten en prijsvragen worden nadere regels uitgewerkt. De tunnelbak van de A2 in Maastricht is daarbij aangewezen als pilot. Bij het megaproject krijgen slimme vindingen bijvoorbeeld op het gebied van beton of installaties een betere kans. De overheid waakt ervoor om afhankelijk te worden van een leverancier met een kennismonopolie. Daarom hoeft de uitvinder niet dezelfde te zijn als de uitvoerder. Die moet gewoon meedingen in de aanbestedingsprocedure, maar kan in elk geval rekenen op een redelijke vergoeding als zijn uitvinding wordt toegepast.
Octrooien en intellectueel eigendom zijn nu niet meteen het meest uitdagende gespreksthema. “Een stoffig imago, een ondoordringbaar bastion en technisch juridisch ingewikkeld. Voer voor juristen waar je je als bouwer of opdrachtgever verre van moet zien te houden”, vat Broesterhuizen de houding van de bouwsector ten aanzien van octrooien samen.
Tegelijk is niets zo frustrerend als het feit dat een ander met jouw slimme vinding aan de haal gaat. Marktpartijen zijn in de praktijk dan ook uiterst voorzichtig om het achterste van de tong te laten zien. Dat vindt Broesterhuizen overigens terecht.
“Ik adviseer altijd om op z’n minst een octrooi aan te vragen op alle vindingen die je op beurzen of in offertes laat zien. Pas als een octrooi is verleend, is sprake van juridische status, maar ook een aanvraag geeft al rechten.” Dat laatste heet in Amerika ‘patent pending’. De uitvinder kan gerechtelijk vervolgen als inbreuk wordt gemaakt op een octrooi. Een andere mogelijkheid om noviteiten aan iemand te laten zien, is diegene een geheimhoudingsverklaring te laten tekenen.
Octrooien in de bouw bestaan op allerlei niveau’s. Dat kan variëren van een bijzondere vangrail tot slijtarm asfalt, maar ook op een tunnelboormachine of graafmachine kunnen patenten rusten. Volgens Broesterhuizen is het in Europa overigens alleen mogelijk om producten te patenteren. Op een bepaalde werkwijze wordt geen octrooi verleend.
De octrooi-expert sluit niet uit dat de neiging van Rijkswaterstaat om intellectueel eigendom op voorhand toe te eigenen bij aanbestedingen, voortkwam uit onwetendheid. “Ze wisten waarschijnlijk niet wat voor rem ze daarmee zetten op innovatie.” Achteraf is lastig na te gaan in hoeveel goede ideeën in een bureaulade zijn terechtgekomen uit angst voor leurgedrag en cherry-picking. Vaststaat dat de innovatiegraad van de bouwsector relatief laag is en dat weinig geld wordt gestoken in nieuwe technieken. Het risicomijdende gedrag van overheden speelt daar overigens ook een belangrijke rol in. Opdrachtgevers werken nu eenmaal liever met bewezen technologie omdat daar minder risico’s aan kleven.
Daarbij is het streven om in de gww-sector een evenwicht te vinden tussen kennis beschermen en kennis te delen. Broesterhuizen geeft toe dat het in de praktijk niet altijd even makkelijk zal zijn om dat evenwicht te vinden. “Een billijke vergoeding blijft een kwestie van onderhandelen.” Respect voor vertrouwelijke ideeën, kennis en octrooien is niet moeilijk te beschamen. “Het Rijk hoort een betrouwbare opdrachtgever te zijn, maar Bert Keijts heeft die 11.000 mensen niet aan een touwtje en je weet ook nooit wat een passerende concurrent oppikt.”

Onderhandelingen

Broesterhuizen heeft Rijkswaterstaat weten te overtuigen dat het niet nodig is om altijd het intellectueel eigendom van een product te bezitten om het te gebruiken. We nemen een slimme soort asfalt als voorbeeld. “Uit onderhandelingen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen prima afspraken voortkomen over de reikwijdte van het gebruik van het asfalt, bijvoorbeeld het hoofdwegennet in Nederland. Dat geeft de uitvinder de ruimte om ook nog te onderhandelen met andere partijen zoals gemeenten of Schiphol.”

Hoofdpunten uit het convenant

l Om innovatief te blijven is een redelijk rendement en bescherming van intellectueel eigendom nodig
l Opdrachtgever wil niet afhankelijk zijn van één leverancier met kennismonopolie
l Streven naar evenwicht tussen kennis beschermen en kennis delen
l Respect voor elkaars intellectueel eigendom: vertrouwelijke ideeën, kennis, octrooien
l bevorderen van open licenties
l Onderscheidend vermogen bedrijfsleven mag groter
l Overheid is bereid te investeren in innovatieve producten en diensten
l Leefregels gelden voor alle nieuwe Verkeer en Waterstaat-projecten
l Stichting Bouwreflectie bemiddelt bij conflicten
l Overdracht aan andere publieke opdrachtgevers zoals waterschappen en gemeenten

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels