nieuws

Architect wantrouwt outsourcing lagelonenlanden

bouwbreed

Nederlandse architecten besteden hun bestek- en werktekeningen zelden uit naar lagelonenlanden. Maar daarmee kunnen ze fikse arbeidskosten besparen en zo hun rol in het bouwproces versterken. Dit concludeert Marlies Mulder, onlangs cum laude afgestudeerd aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft.

Het besparen van arbeidskosten is een belangrijk voordeel wat architecten uit het offshoretekenwerk kunnen halen, volgens Mulder. Door het tekenwerk uit te besteden en zo goedkoper uit te laten voeren in lagelonenlanden kunnen Nederlandse architecten het goedkoper aan opdrachtgevers aanbieden.
Mulder denkt dat ze zo meer kans hebben de hele opdracht binnen te halen, in plaats van alleen het ontwerpdeel. Een ander voordeel is dat een architect zich beter kan concentreren op het ontwerpen zelf. Daardoor kan hij meer of grotere opdrachten aannemen.

Vietnam

Nederlandse architecten zouden volgens Mulder een voorbeeld kunnen nemen aan het Engelse Atlas Industries. De ‘outsource’ dienstverlener heeft 200 tekenaars in Vietnam in dienst die, aangestuurd door Britse senior architecten, ontwerpen van Britse architecten uitwerken.
De Nederlandse markt ontbeert nog een professioneel bedrijf à la Atlas Industries. Wel kent Mulder de Nederlandse pionier Dirk Kievith. Hij richtte in 1990 CADD Studio op, een tekenbedrijf met veertien Indische medewerkers. Kortom, een gat in de markt hoewel de kosten voor het opzetten van een groot bureau in een lagelonenland volgens Mulder niet moeten worden onderschat. Die gaan zitten in training van lokale tekenaars, digitale infrastructuur en het regelen van formaliteiten.
Mulder noemt het een ingebakken Nederlandse traditie werk uit te besteden. Vooral binnen de landsgrenzen, maar steeds meer overzees. Dit wordt gestimuleerd door internet en de digitalisering van de bouwpraktijk. Toch is het uitbesteden van werk naar lagelonenlanden zoals India, een nauwelijks ontgonnen gebied voor Nederlandse architecten. Vooral als het gaat om bestek- en werktekeningen.
“Architecten willen hun geestelijk eigendom – hun persoonlijke signatuur – beschermen. Daarom is kwaliteit voor hen, naast geld, heel belangrijk,” verklaart Mulder. “En werk uit India wordt vaak als inferieur gezien, de kwaliteit zou daar niet hoog genoeg zijn.” Dat komt door de manier van bouwen. “Die ziet er wat rommeliger uit,” zegt Mulder. Bovendien twijfelen architecten eraan of Indiërs een CAD-tekening kunnen maken dat aan het Nederlandse Bouwbesluit voldoet. Zo kennen ze in India het probleem van isoleren niet, omdat ze dat vanwege het klimaat nooit hoeven doen. De oplossing is het laten overvliegen van een Nederlandse senior tekenaar of architect. Die kan de Indiase CAD-tekenaars trainen. Bovendien kan hij ter plaatse de cultuurverschillen beter opvangen. Dat is ook nodig, volgens Mulder, want in de Indiase cultuur maken ze eerst een fout, voordat ze een vraag stellen.

Tijdsdruk

Om offshoring helemaal te laten slagen is een lange termijn relatie noodzakelijk. Het moet onderdeel van de nieuwe manier van werken worden, dat hoort bij de strategie van een architectenbureau. Mulder: “Architecten moeten niet ad-hocprojecten met een hoge tijdsdruk willen uitbesteden naar India, dan wordt het een ramp.” Ze baseert haar uitspraken op een vragenlijst onder 300 Nederlandse architecten en dertien interviews met ervaren professionals op het vlak van het uitbesteden van werk.
Intussen vrezen Nederlandse tekenaars voor hun baan, omdat de Indiase tekenaars zo goedkoop zijn. Mulder: “Het is een macro-economische trend dat een tekort aan geschoold CAD-personeel ontstaat. Tekenaars in ons land kunnen dus met een gerust hart naar hun werk blijven gaan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels