nieuws

Kritiek op schoolgebouwen

bouwbreed

Er wordt in ons land fors gebouwd en geïnvesteerd in schoolgebouwen. De vier grote gemeenten hebben hiervoor honderden miljoenen extra gereserveerd. De bouwkundige en architectonische kwaliteit van onderwijsvoorzieningen is hoog, alleen lukt het nog onvoldoende de nodige flexibiliteit in het ontwerp te borgen.

Er wordt in ons land fors gebouwd en geïnvesteerd in schoolgebouwen. De vier grote gemeenten hebben hiervoor honderden miljoenen extra gereserveerd. De bouwkundige en architectonische kwaliteit van onderwijsvoorzieningen is hoog, alleen lukt het nog onvoldoende de nodige flexibiliteit in het ontwerp te borgen.
“Je bouwt eigenlijk altijd de school van gisteren op basis van een programma van eisen van nu. Dat is onvermijdelijk, maar zo’n gebouw moet in potentie wel mee kunnen groeien met de maatschappelijke, technologische of pedagogische ontwikkelingen. Kan dat niet dan is zo’n gebouw onvoldoende doordacht en duurzaam”.
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen organiseerde onlangs in samenwerking met ICSadviseurs voor de achtste keer de Scholenbouwprijs. Het is een opdrachtgeverprijs voor nieuw- en verbouw binnen het primair en voortgezet onderwijs. Het ministerie wil met deze prijs opdrachtgevers stimuleren op een visierijke, creatieve en professionele wijze nieuwe scholen te bouwen, te verbouwen of bestaande scholen te renoveren. Doel is het onderwijsproces zo goed mogelijk te faciliteren.
De Scholenbouwprijs 2006 werd op 25 januari door staatssecretaris Bruno Bruins uitgereikt aan het Metzo College, een vmbo-school in Doetinchem en de basisschool Prinsenhaghe in Den Haag. Dat geschiedde tijdens de Nationale Onderwijstentoonstelling met een symposium met als thema vernieuwende inrichtingsconcepten. Een goed gekozen thema, omdat schoolgebouwen vaker worden betrokken in de activiteiten van de buurt en ook steeds vaker een ‘integraal’ onderdeel uitmaken van de ruimtelijke structuur. Daardoor werken scholen bij nieuw- en verbouw nauw samen met gemeenten, architecten en andere partijen om zo hun eigen concepten voor het onderwijsproces vorm te geven. Voorbeelden zijn de brede school, multifunctionele gebouwen of nieuwe concepten binnen het vmbo en het havo/vwo, en het faciliteren van nieuwe leerwerkomgevingen. Niettemin is er toch kritiek op de nieuwe generatie schoolgebouwen. Ze zijn – volgens hoogleraar Hubert Coonen – teveel ingericht op de leerlingen, waardoor leraren er bekaaid afkomen. Waarom is vrijwel nooit aandacht en (financiële) ruimte voor aparte learning rooms voor docenten.
Ook bestaat twijfel of onderwijsvoorzieningen wel rekening houden met de ict-ontwikkelingen. Scholen woorden daardoor eerder een fysieke ontmoetingsplek, terwijl het leren thuis of op andere plekken plaatsvindt. Dit soort nieuwe onderwijsvormen moet wel leiden tot een andere inrichting van onderwijsgebouwen, maar in de praktijk wordt nog redelijk klassiek gebouwd en ontworpen, aldus architect Richard Steenborg. Daardoor ligt onherroepelijk het gevaar van verkwisting van maatschappelijke investeringen op de loer, tenzij schoolgebouwen qua ligging en ontwerp voldoende flexibel en duurzaam zijn. Nu al worden onderwijsvoorzieningen in Vinex-gebieden gebouwd die later tegen geringe kosten kunnen worden omgevormd tot woningen. Maar ook in technische zin kan die multifunctionaliteit worden bevorderd. Zo zoekt Jacques Mol (van raadgevend adviesbureau Valstar Simonis) in het blad ‘Schooldomein’ het ook in praktische oplossingen. Niet alleen bij nieuwbouw, maar zeker ook bij bestaande schoolgebouwen is een goed klimaat een factor die vaak wordt vergeten. “Wij vinden het belangrijk om flexibiliteit aan te brengen door meer functies in een ruimte mogelijk te maken. Ook de installaties moeten die functies ondersteunen. Een leerconcept gaat tien jaar mee, een gebouw veertig jaar maar moet wel mee kunnen bewegen met het primaire proces”. Duidelijk is dat schoolgebouwen langzamerhand een duidelijker, meer publieke functie vervullen waar allerlei maatschappelijke activiteiten worden georganiseerd. De school als puur monofunctioneel gebouw waarin alleen onderwijs wordt gegeven is langzamerhand uitgestorven. Die ontwikkeling leidt dan ook tot andere ontwerpen en gebouwen, die een aanvulling vormen op de sociaal-economische en ruimtelijke structuur van een gebied.
Drs. Robbert Coops is sociaal-geograaf en directeur van HVR Den Haag.

Scholenbouwprijs

Sibo Arbeek: Scholenbouwprijs 2006; ‘mijn school is uniek omdat…’
ICSadviseurs, Amsterdam, 65 blz., prijs: 12,50 euro (te bestellen via 088-2350427)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels