nieuws

Hydraulische kalkmortel ideaal voor kamwerk

bouwbreed

De 19de-eeuwse gevel van Villa Elswout in Overveen heeft zijn originele uiterlijk teruggekregen. Het betreft een constructie van natuur­steen­elementen, opgevuld met baksteenmetselwerk. De in totaal 500 vierkante meter werd met hydraulische kalkmortel gekamd, een arbeidsintensieve en inmiddels verdwenen techniek.

Kammen, het trekken van strepen in de natte mortel, is een techniek die niet meer wordt toegepast. Lectuur over het aanbrengen dan wel restaureren van kamwerk was maar mondjesmaat te vinden en de gereedschappen waren niet meer voorhanden. “Het op deze manier bewerken van een gevel gebeurt nog wel in marmer, maar dan worden de strepen erin geslepen”, aldus Alex van Ameijden van het stukadoorsbedrijf Ameijden uit Dordrecht, dat de buitengevel van de in 1882 gebouwde villa Elswout in opdracht van Nederlands Monumenten weer in originele staat bracht.
Het stukadoorsbedrijf fabriceerde daarom de kammen, vergelijkbaar met lijmkammen, uiteindelijk zelf: ijzeren platen waarin sleuven werden gefreesd. “Elk oppervlak, rond, gebogen, smal, breed vereist een andere type kam. Om de verschillende breedtematen bij het terugspringen van de gevel op te lossen, hebben we zelfs een schuifkam ontwikkeld. Het resulteerde uiteindelijk in zo’n twintig verschillende kammen.”
In de gevel zit om de circa 3 millimeter een groefje in het stucwerk. Deze bewerking zorgt ervoor dat het licht wordt gebroken. Het stukadoorsbedrijf is een heel jaar bezig geweest om de 500 vierkante meter gevel als vanouds te kammen. Van Ameijden: “Het modelleren van natte mortel is arbeidsintensief werk. Het moeilijke zijn de aansluitingen. De rondingen zijn op het oog en uit de hand gemaakt.”

Egaal

Het eindresultaat omschrijft Van Ameijden als “een egaal spel van verticale strepen”. De strepen werden getrokken met behulp van een profiel dat als geleider dienst deed en moesten tot een hoogte van 4 meter worden aangebracht. “Het uiteindelijke kamwerk is door één stukadoor uitgevoerd om een zo gelijkmatig mogelijk afwerkingsniveau te krijgen.”
Voor de gevelrestauratie werd in totaal 15 ton hydraulische kalkmortel van Unilit verwerkt. Voordat de stukadoors konden beginnen, werd de gevel eerst tot op de steen schoongemaakt.
Op het oude metselwerk werd vervolgens een 1,5 centimeter dikke basislaag, de zogeheten raaplaag aangebracht, gevolgd door een egalisatielaag en de kamlaag, beide van circa 3 millimeter dik. “Om kleurafwijkingen te voorkomen zijn zowel de egalisatielaag als de kamlaag al in kleur aangebracht. De benodigde mortel is daarvoor in Italië in één keer aangemaakt in de gele zandsteenkleur, maar is in principe in elke gewenste kleur te leveren”, aldus Bas Verhey, directeur van Bofimex, importeur van de mortel.

Elasticiteit

De hier toegepaste mortel, Unilit 65, kenmerkt zich door een hoge dampdoorlaatbaarheid en een lage elasticiteitsmodulus. Verhey: “Zo’n 19de-eeuwse gevel is vaak empirisch gefundeerd en noodzaakt tot een bepaalde elasticiteit van het bouwwerk. Deze taaie mortel is in staat om de bewegingen van die eveneens taaie ondergrond te volgen, dit in tegenstelling tot een hardere cementgebonden mortel. Die is veel minder goed in staat om spanningen op te nemen met als gevolg scheurvorming. Daarbij is het een mortel met een ‘open tijd’ en dus ideaal voor het kamwerk. Na het uitsmeren hardt de mortel niet onmiddellijk uit; de stukadoor heeft minstens een uur de tijd om te kammen.”
Verhey signaleert de laatste jaren een toename van hydraulische kalkmortel. “Het wordt doorgaans toegepast bij restauraties van gebouwen ouder dan honderd jaar. Bijkomend voordeel is dat de mortel verhardt door de buitenlucht. Het absorbeert CO 2 (kooldioxide) en daardoor tevens een milieuvriendelijk materiaal.”
De restauratie van Villa Elswout vindt plaats naar een ontwerp van Kentie & Partners Architecten. De uitvoering geschiedt door Bouwbedrijf Bakker Arkel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels