nieuws

Vastgoedmanagement als bloeiende wetenschap

bouwbreed Premium

De beoefening van de wetenschap van het vastgoedmanagement aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft staat sterk in de belangstelling. Dat blijkt uit de recente verdediging van twee proefschriften. Het eerste proefschrift, getiteld: ‘Presteren door vastgoed, Onderzoek naar de gevolgen van vastgoedingrepen voor de prestatie van hogescholen’ is van Jackie de Vries. Het tweede proefschrift is van Yawei Chen. Chen promoveerde op een onderzoek dat in boekvorm de titel kreeg: ‘Shanghai Pudong, Urban development in an era of global-local interaction’.

De beoefening van de wetenschap van het vastgoedmanagement aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft staat sterk in de belangstelling. Dat blijkt uit de recente verdediging van twee proefschriften. Het eerste proefschrift, getiteld: ‘Presteren door vastgoed, Onderzoek naar de gevolgen van vastgoedingrepen voor de prestatie van hogescholen’ is van Jackie de Vries. Het tweede proefschrift is van Yawei Chen. Chen promoveerde op een onderzoek dat in boekvorm de titel kreeg: ‘Shanghai Pudong, Urban development in an era of global-local interaction’.
Al gelijk aan het begin van het boek van De Vries wordt duidelijk waar het over gaat: gebouwen worden steeds vaker niet meer alleen gezien als een kwestie van functioneel huisvesten van mensen en activiteiten. Naast de huisvestingsvraag gaat het om de zichtbaarheid van de identiteit van eigenaar of de gebruiker. De centrale vraag in dit onderzoek, gericht op het vastgoed van hogescholen luidt: ‘Hoe kan vastgoed bijdragen aan het realiseren van organisatiedoelstellingen?’ Waarom gericht op hogescholen? Omdat de wet- en regelgeving daar zeer in ontwikkeling is en omdat er grote maatschappelijke, demografische, onderwijskundige en financiële ontwikkelingen zijn in de wereld van de hogescholen. Niet onbelangrijk is verder dat hogescholen over een grote vastgoedportefeuille beschikken: 2,5 miljoen vierkante meter. Interessant is wat De Vries concludeert. Theoretisch laat ze zien dat de algemene veranderingen in de omgeving van de hogescholen leiden tot een grotere rol van het vastgoed in het management van die hogescholen. Deze verhouding is complex. Haar bevindingen zijn echter niet alleen theoretisch van aard. De praktijk kan zeker iets met dit proefschrift. De Vries heeft namelijk beslisondersteunende modellen ontwikkeld: een routeplanner en een landkaart. Met de routeplanner kunnen vastgoedverantwoordelijken uit hun organisatiedoelstellingen vastgoedingrepen afleiden. Bovendien kan met deze planner een keus onderbouwd worden en kunnen effecten van de ingreep in het vastgoed aangegeven worden. De landkaart vult het gebruik van de routeplanner aan, omdat deze een middel biedt om het effect van beslissingen te monitoren. Voorts doet zij aanbevelingen aan het ministerie: zet een consistente lijn in wat betreft zeggenschap en verantwoording voor de langere termijn. En voor bestuurders van hogescholen: stem de inzet van middelen af op de geformuleerde langetermijn doelen. Kortom, wie gefundeerd beslissingen wil nemen over vastgoed, al gaat het niet om hogeschoolvastgoed, raad ik aan dit boek (en met name de beslismodellen) aan te schaffen.

Factoren

Het tweede boek ‘Shanghai Pudong, Urban development in an era of global-local interaction’, geschreven door Yawei Chen gaat ook over vastgoedmanagement, maar vanuit een ander perspectief. Pudong is een deel van Shanghai; ongeveer 2000 vierkante kilometer en circa 30 procent van het Shanghai gebied uitmakend. Ook dit onderzoek heeft een praktische en een theoretische kant. De praktische vraag: wat waren de belangrijkste factoren die leidden tot de snelheid die werd bereikt in het Pudong-project? En de daaraan verbonden theoretische vraag: in hoeverre kon uit de ontwikkeling van Nieuw Pudong de kenmerken van een ontwikkelingsstaat worden opgemaakt?

Motieven

Het onderzoek is breed aangepakt. De stedelijke theoriën en de theorie van de ontwikkeling zijn toegepast om een idee te krijgen van een grootschalige gebiedsontwikkeling in een specifieke Chinese context in een tijdperk van globalisering. De staat speelde een actieve rol in dit project en die rol wordt ontleed door Chen. Uit die ontleding komen de volgende kenmerken van het Pudong Project naar voren: de motieven voor overheidsinterventie in lokale aangelegenheden en de netwerpaanpak, gericht op een coalitie tussen de mondiale en de lokale markt enerzijds en de staat anderzijds.
Kenmerkend voor de houding van de Chinese overheid was een pragmatische instelling. Het duidelijkst bleek die op het gebied van het (actieve) grondbeleid dat werd gevoerd. Hierbij werd een intermediair gecreëerd tussen de staat en de markt. Mondiale spelers werden aangetrokken voor lokale ontwikkelingen. Het gevolg van dit actieve grondbeleid: aanzienlijke inkomsten en een verdere ontwikkeling van de lokale infrastructuur en een wijziging van de toegangsregels waardoor de private sector betrokken werd in een domein dat vanouds alleen publiek was.
Wat heeft de Cobouwlezer aan dit tweede boek over vastgoedmanagement? Het antwoord ligt voor de hand. De mondialisering maakt dat wij kennis nodig hebben van de interactie van de mondiale en lokale invloeden van landen als China. Bovendien gaat dit boek ook over gebiedsontwikkeling, een onderwerp waar de Cobouwlezer toch zeker belangstelling voor heeft.
Prof.mr.dr. M.A.B. Chao-Duivis is directeur van het Instituut voor Bouwrecht (IBR) in Den Haag. Daarbij is zij hoogleraar Bouwrecht aan de TU Delft.
MabChao@IBR.NL

Reageer op dit artikel