nieuws

Rotterdam koploper bij harmonieuze hoogbouw

bouwbreed Premium

Brede straten met veel wind. Altijd. Wie er komt, moet ergens heen. Dat is het oude cliché van Rotterdam. Daaraan toegevoegd kan worden een skyline met wolkenkrabbers. Die schieten er voor Nederlandse begrippen als paddenstoelen uit de grond. Ze maken van Rotterdam een echte stad.

“We zijn met het beleid voor hoogbouw zo’n twintig jaar onderweg en leren door ervaring. Maar het is nog steeds niet volledig”, weet gemeentelijk stedenbouwkundige Emiel Arends.
In de Verenigde Staten gaat de ervaring veel verder terug. Recent werd de hulp ingeroepen van de Amerikaanse hoogleraar Peter Bosselmann, die als stedenbouwkundige ook Los Angeles en San Francisco adviseert over de hoogbouw.
Volgens Arends loopt Rotterdam voorop in de aanpak om wolkenkrabbers harmonieus in te passen in de stedelijke omgeving. “Het beleid daarvoor staat in Nederland nog echt in de kinderschoenen.” Hij is vanaf begin dit jaar betrokken bij de planontwikkeling voor het Stationskwartier en was daarvoor vijf jaar actief voor de Kop van Zuid.
Een goede leerschool, die Kop van Zuid, heeft hij gemerkt. Niet alleen voor hem maar voor iedereen met hoogbouwplannen. Vanuit het Westen komt de wind er over de Maas op volle sterkte aan op de Wilhelminapier, waar Hotel New York als pionier begon met een groot terras en daarvoor ter bescherming een grote glazen wand liet plaatsen.
Dat terras en de vele overige plaatsen waar met de voortschrijdende ontwikkeling van het gebied verblijfsfuncties ontstonden, mochten niet lijden onder de hoogbouw. “Wind- en schaduweffecten zijn er altijd. Maar die mogen niet optreden in deze zogenoemde comfortzones.”
De belendende hoogbouw veroorzaakt op het terras van Hotel New York, zo werd nauwkeurig van tevoren berekend, geen schaduw in de periode tussen 21 maart en 21 september vanaf 11.00 uur ’s ochtends. De meeste schaduw van de naaste buur, het 125 meter hoge World Port Center (WPC), valt op de Maas. “Behalve in de winter, dan reikt die bij wijze van spreken tot de Coolsingel.”
Het WPC staat aan de westkant van de Wilhelminapier vol in de wind. Om gevaarlijke valwinden te voorkomen, bleek een 12 meter brede luifel noodzakelijk. “Dat die werkt, merk je direct als je eronderuit komt; daar voelt het heel anders.”
Onvermijdelijk blijft het volgens Arends dat niet de hele Kop van Zuid comfortzone is geworden. “Door alle mogelijkheden goed te benutten, komen we nergens in de gevarenzone. Maar het windklimaat blijft op een aantal plaatsen matig tot slecht.”
Hij noemt als voorbeeld waar dat echt ongewenst is, de aanlandingsplaats van een brug die de Wilhelminapier verbindt met Katendrecht. “Daarvoor moet nog een oplossing worden bedacht.”

Ontwerp

Luifels en windschermen maken verschil, maar zijn een te beperkte benadering, vinden de Rotterdammers. De nieuwe gebiedsaanpak waarbij gebouwen elkaars effect gunstig kunnen beïnvloeden, vormt al een belangrijke aanvulling. Op gebouwniveau wordt verder gemikt op ontwerptrucs, zoals een onderbouw die de valwinden opvangt. Met een onderbouw worden deze voor een groot deel geneutraliseerd voor ze op het maaiveld landen.
Zo’n onderbouw helpt vooral tegen valwinden vanaf zo’n 70 meter hoogte. Aanvullende maatregelen bij grotere bouwhoogtes kunnen bestaan uit een opening in het gebouw of een knik die de valwind breekt. “De woontoren Montevideo op de Kop van Zuid is daarvan een mooi voorbeeld.”
Bij de ruim 160 meter hoge Maastoren die verderop wordt gebouwd, bleek het lastiger. Dat de horizontale wind door de gedeeltelijk bovengrondse parkeergarage heen gaat blazen, heeft bijgedragen aan het oplossen van de problemen met windhinder rondom het gebouw, weet Arends.

Reageer op dit artikel