nieuws

Marktwerking verward met aanbesteden

bouwbreed Premium

Er is regelmatig onderzoek gedaan naar de mate waarin door publieke opdrachtgevers (zoals gemeenten) wordt voldaan aan de Europese aanbestedingsregels. Nog steeds blijkt een groot deel niet te voldoen aan de wettelijke verplichting tot het volgen van de Europese aanbestedingsrichtlijnen. Deze zomer bleek dat ook de regering zich in meerdere gevallen niet aan haar eigen aanbestedingsregels heeft gehouden. Volgens Jaap de Koning gooien politici de begrippen markwerking en aanbesteden door elkaar.

Nadat eerst minister Koenders zwaar onder vuur kwam te liggen (over de onderhandse gunning van het festival ‘Het akkoord van Schokland’) bleken er meer ministers te zijn die vragen moesten beantwoorden over het niet voldoen aan aanbestedingsregels. De antwoorden waren vooral onhandig en niet relevant (‘er was geen tijd meer” of “het waren meerdere aparte busritten”), maar vooral bleek iedereen wel wat boter op het hoofd te hebben. Bij meerdere ministeries zijn opdrachten onderhands aan één partij gegund, zonder dat andere partijen in de gelegenheid zijn gesteld om een aanbieding te doen. Dat gaat in tegen geldende regelgeving en zeker als de overheid zelf de schuldige partij is, geldt dat als een grote zonde. Opvallend is dat de discussie ook niet verder ging dan het uiten van grote verontwaardiging en excuses van de andere partij. Niemand vroeg zich af wat de functie van aanbesteden nu ook weer is.
Tegelijkertijd speelt er politiek de voortdurende discussie over marktwerking. Dat is een heel ander onderwerp dan aanbesteden, maar voor politici is het één pot nat. Als de discussie afzonderlijk gevoerd zou worden, levert dat meer inzicht, een helderder beleid en minder ongelukken (zoals met de WMO) op.

Keuzes

Marktwerking is niets anders dan keuzes maken over rol- en taakverdeling. De overheid heeft een aantal kerntaken en kan ervoor kiezen om bepaalde elementen daarvan – met name op het operationele niveau – door derden te laten uitvoeren. Dat ontslaat haar niet van haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de kosten en het toezicht op die uitvoering. Hier zit primair de kern van marktwerking, de keuze tussen zelf doen of laten doen, en alle voor- en nadelen die daar uit voort komen.
Voor de bouw gaat het bijvoorbeeld om de keuze tussen een geïntegreerde contractvorm (zoals D&C) of een traditionele opzet, met scheiding tussen ontwerp en uitvoering. Pas nadat deze keuze is gemaakt, komt de afweging op welke wijze een uitvoerende partij dan gekozen gaat worden. Dat hoeft niet altijd middels een aanbestedingsprocedure te zijn, zoals ook recent bleek uit mededelingen uit Brussel over marktwerking in het openbaar vervoer. Feitelijk is daarmee volop ruimte beschikbaar voor andere selectiemethoden dan openbaar aanbesteden, maar helaas gaat daar de politieke discussie vervolgens niet over.

Selectieproces

Aanbesteden is simpelweg een selectieproces, waaruit uiteindelijk een partij of een aanbieding gekozen wordt. Er bestaan verschillende soorten procedures en er moet rekening worden gehouden met veel bepalingen, maar de basis is niet ingewikkeld. De aanbesteder moet op een objectieve en transparante wijze de marktpartijen in staat stellen om een goede aanbieding uit te brengen. Aanbesteden is één manier om het achterliggende doel – effectieve en verantwoorde besteding van openbare middelen – te bereiken, maar het is geen wondermiddel. Voor een succesvolle aanbesteding moet namelijk wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan.Ten eerste moet er wel een markt zijn, met andere woorden, zijn er wel voldoende marktpartijen die het gevraagde kunnen bieden?
Het kan zijn dat er überhaupt slechts weinig aanbieders zijn – zoals bijvoorbeeld de markt voor openbaar vervoer – of dat de totale vraag zo groot is, dat aanbieders weinig of geen behoefte hebben aan werk. Dat laatste is momenteel in veel sectoren van de bouw aan de orde. Het houden van een aanbesteding zonder dat er voldoende markt is, leidt meestal tot een averechts effect. De prijzen zijn veel hoger dan verwacht of de kwaliteit van de aanbieding is onder de maat.
Ten tweede moet er duidelijk kunnen worden gedefinieerd wat er wordt gevraagd, de aanbesteder moet weten wat hij wil. Een vage omschrijving leidt tot opportunistische aanbiedingen – met alle risico’s van dien – of ongewenste aanbieders. Een voorbeeld van het laatste is de aanbesteding van de WMO, waar de gevraagde kwaliteit zo lastig bleek te omschrijven dat ook schoonmaakbedrijven aan de eisen bleken te kunnen voldoen. Tenslotte moet de procedure zelf goed worden ingericht en dat vergt kennis en vakmanschap.
Als aan één van de bovenstaande voorwaarden niet wordt voldaan, is er een grote kans op een slecht aanbestedingsresultaat of zelfs een mislukte aanbesteding. Achteraf moet je dan constateren dat het houden van een aanbesteding geen goede keuze was. De overheid heeft zich te houden aan aanbestedingsregelgeving, maar ze heeft ook de neiging zich erachter te verschuilen. Bij de overheid kent men maar één smaak en dat is “aanbesteden”. Het dogma dat alleen door aanbesteden een scherpe prijs wordt verkregen, staat helaas onwrikbaar overeind.

Kennis

Overigens bestaan ook binnen de huidige regelgeving wel degelijk manieren om met meer maatwerk en sturing tot een goede keuze te komen. Dat vergt echter kennis en inzicht in het vak dat aanbesteden heet.
Voor meer resultaat uit alle politieke discussies over marktwerking en aanbesteden zou men het volgende ter harte moeten nemen.
Voer allereerst een zuivere discussie over marktwerking. Dat gaat over rollen, taken en risicoverdeling en heeft niets te maken met aanbesteden. Pas daarna speelt de vraag hoe de juiste marktpartij kan worden gevonden. Aanbesteden is een instrument, maar kent voorwaarden voor een goed resultaat. En als er een aanbestedingsprocedure wordt gevolgd, doe dat dan met kennis over de procedure én de markt.
Drs.ing. J.N. de Koning is werkzaam
bij Witteveen+Bos, Amsterdam.

Reageer op dit artikel