nieuws

Minder stuifoverlast bij aanleg snelweg

bouwbreed Premium

Bij de aanleg van snelweg N31 wordt het biologische antistuifmiddel Nodust gebruikt. De eerste praktijkervaringen zijn positief. Behalve bij bouwlocaties kan deze snelwerkende en milieuvriendelijke oplossing ook uitkomst bieden bij bijvoorbeeld puinbrekerijen en opslagdepots van zand en grind.

De praktijkproef ging medio april van start. Het betreft een traject van circa 6 kilometer lang en 12 meter breed. Voor de aanleg van een autoweg tussen Zürich en Harlingen wordt Nodust toegepast om opstuivend zand te beperken.
Nodust is een gemodificeerd biologisch polymeer dat fijne stofdeeltjes bindt tot grotere eenheden die in gebonden toestand op de grond blijven liggen. Het middel wordt al enkele jaren met succes in de landbouwsector gebruikt.
Peter van der Weide, hoofduitvoerder van bouwcombinatie De Eendracht (Ballast Nedam Infra en Dura Vermeer Infrastructuur), die het product voor het eerst op een bouwlocatie test, is positief. “Het doet wat het moet doen. Prijstechnisch maakt het niet zo veel uit. Deze oplossing biedt vooral gemak. We hebben het middel op voorraad en kunnen het met een watertank op elk gewenst moment eenvoudig aanbrengen.”
Voor W. Rattink van LignoStar International BV uit Oldenzaal, dat het middel ontwikkelde en op de markt brengt, is het een bevestiging. “Ook op een bouwlocatie bewijst het nu zijn werking.”

Behandeling

Voor het stuifvrij maken van zanderige wegen waarop niet wordt gereden, voldoet in principe behandeling van een 1 centimeter dikke laag van het bodemoppervlak. Het middel wordt op een relatief natte bodem gespoten. Het stuifvrij maken van een terrein vergt 0,25 tot 1 kilo Nodust per vierkante meter. Eén behandeling werkt – bij normale weersomstandigheden – 2 tot 3 maanden.
De dosering verschilt per locatie en is sterk afhankelijk van de omstandigheden. Rattink: “De toe te voegen hoeveelheid water is essentieel en mede afhankelijk van het weer. Bij een wat vochtige ondergrond is de vermenging met de bodem optimaal.” Op de zandbaan van de N31 bedroeg de verhouding één deel Nodust op tien delen water. Rattink omschrijft de omstandigheden in Harlingen als “ideaal”.
Op gedeelten waar bouwverkeer rijdt, is tweewekelijkse behandeling nodig, met lagere dosering. Rattink: “Nodust werkt uiteindelijk pas als het droog is.” Een regenbui kan overigens geen kwaad. “Zodra het droog wordt, trekt het middel weer naar de oppervlakte en herkrijgt het zijn bindende werking.”
Op diverse andere locaties vindt de stuifbestrijder navolging. Zo is onlangs een puinweg vanaf het parkeerterrein bij Dolfinarium naar het centrum van Harderwijk, circa 400 meter, voorzien van Nodust. Deze druk bezochte locatie veroorzaakt tijdens droge perioden extreem veel stofoverlast en mag niet worden verhard.
Deze week wordt een stuk onverharde weg van Natuurmonumenten in het buitengebied bij Oldenzaal tegen stofoverlast behandeld.
Vorig jaar al bewees Nodust in Someren zijn werking als bodemstabilisator en stuifbestrijder in bermen. Het project kreeg dit jaar een vervolg. “Destijds werd een 5 centimeter dikke laag gestabiliseerd. De laatste keer waren de weersomstandigheden gunstiger en kon worden volstaan met een lagere dosering.”
De belangstelling voor het product is groot, ook al is voor het stofvrij maken van een bouwproject meestal geen bedrag gereserveerd. Rattink: “Stof en fijn stof vormen een probleem dat steeds meer aandacht krijgt. Op de meest uiteenlopende locaties kan Nodust soelaas bieden. Behalve aan bouwlocaties en buitengebieden denken we aan puinbrekerijen en depots voor zand en grint. We brengen ook een totaalpakket op de markt dat bestaat uit een pompinstallatie met Venturi-systeem waarop een 1000 liter IBC-container met Nodust kan worden aangesloten op de watertoevoer.”
De praktijkproef bij de N31 loopt nog tot eind oktober.

Reageer op dit artikel