nieuws

Varkenspest basis voor gebiedsbeleid

bouwbreed Premium

De resultaten van het project Reconstructie Zandgebieden laten op zicht wachten. Het initiatief van het Rijk naar aanleiding van de varkenspest eind vorige eeuw om de vernieuwing van plattelandsgebieden met veel intensieve veehouderij een impuls te geven, heeft wel een goede basis gelegd voor toekomstige gebiedontwikkeling. Dat blijkt uit een evaluatie van het onderzoeksinstituut Alterra uit Wageningen.

De onderzoekers hebben op verzoek van het ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Voedselkwaliteit bekeken wat vijf jaar na de invoering het effect is van de Reconstructiewet. Het rapport werd gisteren gepresenteerd op het landbouwbedrijf van de familie Van Santvoort in Handel in de gemeente Gemert-Bakel. Daar was LNV-minister Gerda Verburg op bezoek in het kader van de dialoog met de samenleving waarvoor het kabinet de eerste honderd dagen van zijn bestaan heeft uitgetrokken.
Onder de Reconstructiewet vallen delen van het landelijk gebied in de provincies Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Utrecht en Overijssel. Na de varkenspestcrisis in 1997 werd gevreesd dat de plattelandseconomie er zou instorten. Maar voordat de voorgenomen Reconstructie Zandgebieden officieel van de grond kwam, moest er heel wat worden afgepraat.

Effectief

Het was 2002 toen de hiervoor gemaakt Reconstructiewet concentratiegebieden het licht zag. Doel was het effectief combineren van de reorganisatie van de intensieve veehouderij met het oplossen andere ruimtelijke vraagstukken op het gebied van milieu, natuur, landschap, water en economie.
Veel praktische initiatieven zijn sindsdien onder de vlag gebracht van deze reconstructie. Maar volgens Alterra zouden de meeste waarschijnlijk ook los daarvan wel zijn uitgevoerd. Zoals boeren die nevenactiviteiten ontwikkelen op het gebied van recreatie, zorgboerderijen en natuur- en landschapsbeheer. “Vanuit de reconstructie worden deze initiatieven vaak wel extra ondersteund”, rapporteren de onderzoekers. “Het kan dan gaan om concreet advies, ondersteuning bij gemeentelijke vergunningsprocedures of het verkrijgen van subsidies.”

Herbestemming

Verder is in de geest van het nieuwe beleid veel geïnvesteerd in de recreatief-toeristische invulling van gebieden, bijvoorbeeld door de aanleg van wandel-, fiets- en ruiterroutes en de landschappelijke inpassing van recreatiebedrijven. “Ook wordt gewerkt aan minder stringente regels voor de herbestemming van vrijkomende agrarische gebouwen.”
Vergelijkbare ontwikkelingen zijn ook te zien buiten de reconstructiegebieden maar een belangrijk verschil zit volgens Alterra in de ontwikkelde gebiedsgerichte benadering. Daarmee is de afgelopen jaren een fundament gelegd dat in de resterende negen jaar die voor de reconstructie zijn uitgetrokken zijn vruchten zal afwerpen. De gecombineerde aanpak van zaken werkt inhoudelijk én financieel doeltreffend en – onderstrepen de Alterra-mensen – wordt bovendien gedragen door alle betrokken partijen.

Reageer op dit artikel