nieuws

Opdrachtgevers realisatiefase kennen hun verantwoordelijkheid

bouwbreed Premium

In Cobouw van 3 april (nummer 65) stond op deze pagina het artikel ‘Veilig onderhoud geen zaak meer voor opdrachtgever’ van Cor van den Berg. Naar aanleiding hiervan ontving hij verschillende reacties. Een veel gestelde vraag is of de opdrachtgever zich volgens het gewijzigde Arbobesluit Bouwproces nu wel of niet moet druk maken over het veilig onderhoud. Om verwarring te voorkomen moet er onderscheid worden gemaakt tussen de opdrachtgever voor de realisatiefase en de opdrachtgever tijdens de beheersfase van een bouwproject. Een opdrachtgever realisatiefase geeft de opdracht voor het ontwerpen en uitvoeren van bouwprojecten. Bijvoorbeeld een projectontwikkelaar. Sinds begin dit jaar hoeft deze opdrachtgever volgens het Arbobesluit Bouwproces geen rekening meer te houden met de arbeidsomstandigheden in de beheersfase. Een belangrijk verschil met de eerdere versie.

In Cobouw van 3 april (nummer 65) stond op deze pagina het artikel ‘Veilig onderhoud geen zaak meer voor opdrachtgever’ van Cor van den Berg. Naar aanleiding hiervan ontving hij verschillende reacties. Een veel gestelde vraag is of de opdrachtgever zich volgens het gewijzigde Arbobesluit Bouwproces nu wel of niet moet druk maken over het veilig onderhoud. Om verwarring te voorkomen moet er onderscheid worden gemaakt tussen de opdrachtgever voor de realisatiefase en de opdrachtgever tijdens de beheersfase van een bouwproject. Een opdrachtgever realisatiefase geeft de opdracht voor het ontwerpen en uitvoeren van bouwprojecten. Bijvoorbeeld een projectontwikkelaar. Sinds begin dit jaar hoeft deze opdrachtgever volgens het Arbobesluit Bouwproces geen rekening meer te houden met de arbeidsomstandigheden in de beheersfase. Een belangrijk verschil met de eerdere versie.

Dossier

Het enige waar een opdrachtgever realisatiefase voor hoeft te zorgen is een ‘Dossier’. Een dossier dat is bestemd voor degene die beslist over de uitvoering van latere werkzaamheden. De opdrachtgever in de beheersfase dus. Het dossier vermeldt “bouwkundige en technische kenmerken die van belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van werknemers die latere werkzaamheden aan het bouwwerk verrichten”.
Meestal zal de opdrachtgever beheersfase de gebouweigenaar of beheerder van het gebouw zijn. Als zo’n opdrachtgever beheersfase opdracht geeft voor grootschalige werkzaamheden, dan moet hij zich houden aan de bepalingen van het Arbobesluit Bouwproces. Wel moeten er dan minstens twee werkgevers betrokken zijn bij de uitvoering van deze werkzaamheden. In zo’n situatie zijn dezelfde bepalingen van toepassing als bij de opdrachtgever realisatiefase. Ofwel, de opdrachtgever beheersfase moet dan de organisatie van het werk, de planning en de bouwmethodiek zodanig inrichten dat de uitvoerende bedrijven in staat zijn hun arbowettelijke verplichtingen na te komen. In de praktijk schuilt hier niet het probleem. Geen opdrachtgever van grootschalige onderhoudswerkzaamheden zal vreemd opkijken als er in de begroting van de aannemer een post voor het aanbrengen van tijdelijke maatregelen (zoals steigerwerk of dakrandbeveiliging) is opgenomen.
Veel van de werkzaamheden die de opdrachtgever beheersfase opdraagt zijn echter incidenteel en van korte duur (denk aan dakinspecties, reparaties, reiniging en onderhoud aan installaties). Een type werkzaamheden waarbij de veiligheid van de betrokken onderhoudsmedewerkers sterk afhangt van het al dan niet aanwezig zijn van permanente veiligheidsvoorzieningen. Omdat dit type werkzaamheden meestal aan één bedrijf worden opgedragen zijn de bepalingen van het Arbobesluit Bouwproces niet van toepassing. Wel zijn de algemene arbowettelijke bepalingen van kracht. Maar deze richten zich tot de werkgever en niet tot zijn opdrachtgever. De Arbeidsinspectie kan alleen handhaven als hij ter plaatse een overtreding constateert. De werkzaamheden worden dan stilgelegd en het bedrijf dat de werkzaamheden uitvoert, wordt beboet. Pas als de Arbeidsinspectie heeft geconstateerd dat er passende veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht, mogen de werkzaamheden worden hervat.
De Arbeidsinspectie brengt de opdrachtgever schriftelijk op de hoogte van een stillegging, die overigens ook geldt voor andere werkzaamheden met een soortgelijk risico. Indirect wordt de opdrachtgever dus hooguit getroffen, door een ‘besmetverklaring’ van zijn gebouw door de Arbeidsinspectie.

Arbitrage

Samenvattend kun je stellen dat de overheid op grond van de arbowetgeving een opdrachtgever realisatiefase niet kan dwingen in het ontwerp noodzakelijke gebouwvoorzieningen mee te nemen voor veiligheid in de beheersfase.
Uitspraken van de Raad van Arbitrage voor de Bouw en het Garantie Instituut Woningbouw hebben in het afgelopen decennium aangetoond dat het tekortschieten van arbowetgeving in een later stadium kan worden gecorrigeerd. Althans bij glazenwasgeschillen en vooral als het om appartementencomplexen gaat. Inmiddels zijn meerdere opdrachtgevers realisatiefase verplicht om na oplevering van het gebouw alsnog ontbrekende gebouwvoorzieningen aan te brengen. Maar als je bij glazenwasgeschillen je gelijk kunt halen, dan moet dat toch ook kunnen voor andere onderhoudswerkzaamheden? Bijvoorbeeld voor inspectie en klein onderhoudswerk op platte daken. Net als in de glazenwassersbranche is er voor het werken op daken inmiddels sprake van een in een convenant vastgelegde “stand der techniek”.

Civiel

Een heel andere vraag is of een opdrachtgever realisatiefase civielrechtelijk aangesproken kan worden bij het ontbreken van gebouwvoorzieningen. Bijvoorbeeld na de val van een onderhoudsmedewerker. De getroffene zal zijn schade verhalen op de eigen werkgever en zal zich hierbij beroepen op het zorgplichtartikel BW 7:658. Deze werkgever kan vervolgens proberen een deel van zijn schade te verhalen op de opdrachtgever realisatiefase, door hem te verwijten dat hij de stand van de techniek heeft genegeerd. Men zou kunnen stellen dat hij daarmee onrechtmatig heeft gehandeld (BW 6:162). Jurisprudentie over dit onderwerp is mij niet bekend.
Ik prijs me gelukkig dat desondanks steeds meer opdrachtgevers realisatiefase het als hun verantwoordelijkheid zien, om te zorgen voor voorzieningen voor veilig onderhoud. Zij zien dit als een stuk intrinsieke waarde van het gebouw. Onderhoudsmedewerkers zullen hen hier dankbaar voor zijn.
Cor van den Berg
Veiligheidskundige bij Aboma+Keboma, Ede
berg@aboma.nl

Reageer op dit artikel