nieuws

Arbobeleid gaat niet alleen meer over ongevallen op het werk

bouwbreed Premium

Hoe kan een (bouw)bedrijf de gezondheid en dus de inzet van medewerkers blijvend waarborgen. Die vraag bepaalt volgens Marianne Ingenhoven steeds meer het arbobeleid. “Het gaat niet meer uitsluitend om ongevallen op het werk,” zegt de projectleider van de internationale arbobeurs A+A 2007 in Düsseldorf.

De bouw heeft met het voorkomen van ongevallen nog een hele weg te gaan. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), participant in de A+A, telt elke 10 minuten wereldwijd een dodelijk ongeval op een bouwplaats; een totaal van meer dan 60.000 per jaar. Meer specifiek schrijft de ILO elk zesde arbeidsongeval toe aan aan de bouw. In de geïndustrialiseerde landen gebeurt een kwart tot 40 procent van alle dodelijke ongevallen op de bouwplaats, ook al werkt hooguit 10 procent van de beroepsbevolking in de bouw. “Bedrijven krijgen door deregulering meer ruimte voor een eigen arbobeleid. Tegelijk neemt hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid en de gezondheid van het werk toe.”
Ergonomie helpt de problemen oplossen die ontstaan door onder meer verkeerd vormgegeven gereedschap, slecht ingerichte kantoren en productiehallen vol trillingen en lawaai. Onderzoek van bijvoorbeeld het Duitse Fraunhofer Instituut voor arbeidswetenschap en organisatie toont in cijfers aan dat de productiviteit en de efficiëntie toenemen naarmate een bedrijf meer aandacht inruimt voor ergonomie.
Aanbevelingen uit een onderzoek komen niet altijd in de praktijk, weet directeur Bruno Zwingmann van de Duitse federale vereniging voor veiligheid en gezondheid op het werk (BASI). Dat kost de maatschappij geld terwijl goede preventie mensen langer aan de slag houdt; geen overbodige maatregel omdat de beroepsbevolking door de vergrijzing steeds verder afneemt. Preventie moet bijvoorbeeld de veiligheid op het werk bevorderen en bescherming bieden tegen lawaai en trillingen, onder toezicht van bedrijfsartsen en veiligheidstechnici. “Ook bij kleine(re) bedrijven”, benadrukt Zwingmann.

Toezichthouder

In het verlengde daarvan moeten wet en regel de arbodeskundige meer mogelijkheden geven om maatregelen te treffen. Een andere optie is de oprichting van een onafhankelijke toezichthouder die ingrijpt wanneer de bedrijfsveiligheid te wensen over laat. Bijvoorbeeld bij het gebruik van chemische stoffen. Vanaf 1 juni van dit jaar moet de Registratie, Evaluatie en Authorisatie van Chemicaliën oftewel REACH meer kennis genereren over de gevaren en de risico’s rond het gebruik van deze stoffen in bijvoorbeeld de bouw. “Ondernemingen krijgen daarbij aanzienlijk meer eigen verantwoordelijkheid voor een veilige omgang met zulke producten”, weet Zwingmann. “In Europa valt het over het geheel genomen weinig aan te merken op de arbeidsomstandigheden”, zegt Gerd Zeisler, directeur Duitsland van Dräger Safety uit Lübeck.

Veiligheid

Als adviseur voor de A+A weet hij ook dat ondernemingen hun personeel na- en bijscholing laten volgen om de veiligheid van werken te verbeteren. Tegelijk waken steeds meer installaties over de veiligheid op de werkvloer. Zeisler: “Al die technologie leidt er wel toe dat mensen die zich in hun werkomgeving zo goed beschermd wanen, maar al te gemakkelijk een vals gevoel van veiligheid ontwikkelen. Met het gevolg dat ze risico niet herkennen zodra een gevaarlijke situatie ontstaat.”
De vakbeurs A+A 2007 laat van 18 tot en met 21 september in de beurshallen van Düsseldorf de recente ontwikkelingen zien op het gebied van persoonlijke bescherming, veiligheid op de werkvloer en gezondheid op het werk.

Reageer op dit artikel