nieuws

Opdrachtgever heeft wel belang bij veilig onderhoud

bouwbreed Premium

In Cobouw van 3 april (nummer 65) schreef Cor van den Berg van Aboma+Keboma onder de titel ‘Veilig onderhoud geen zaak meer voor opdrachtgever’ over het per 1 januari 2007 vernieuwde Arbobesluit Bouwproces. Naar de mening van Dik Spekkink geeft dit artikel geen juiste voorstelling van zaken.

In Cobouw van 3 april (nummer 65) schreef Cor van den Berg van Aboma+Keboma onder de titel ‘Veilig onderhoud geen zaak meer voor opdrachtgever’ over het per 1 januari 2007 vernieuwde Arbobesluit Bouwproces. Naar de mening van Dik Spekkink geeft dit artikel geen juiste voorstelling van zaken.
In het artikel wordt gesuggereerd, dat de opdrachtgever op grond van de vorige versie van het Arbobesluit de verplichting had om ervoor te zorgen dat gebouwen veilig zijn te onderhouden, maar dat die verplichting nu is vervallen. Hetzelfde zou gelden voor de zorg voor de veiligheid van derden en de omgeving van de bouwplaats.
Ik heb het ‘oude’ Arbobesluit er nog eens op nageslagen en concludeer dat er inhoudelijk weinig of niets is veranderd. Ook in het oude Arbobesluit is niets te vinden over een expliciete verantwoordelijkheid van de opdrachtgever voor veilig onderhoud of veiligheid voor derden. De bestaande verplichtingen zijn – en dat ben ik met Van den Berg eens – duidelijker en scherper verwoord, maar er is per saldo niets weggelaten en nauwelijks iets toegevoegd. Het enige écht nieuwe is – en ook dat ben ik met Van den Berg eens – dat de bouwkundige, technische en organisatorische keuzen die in het ontwerp in verband met V&G zijn gemaakt, nu in het V&G-plan voor de ontwerpfase moeten worden vermeld. Maar zelfs dat is eigenlijk niet meer dan een aanscherping van de al bestaande verplichtingen.
Het ‘Model V&G-plan Ontwerpfase’ dat BNA, ONRI en de Rijksgebouwendienst een kleine tien jaar geleden publiceerden, bevatte al een tabel voor het opnemen van de bedoelde maatregelen. Je zou kunnen stellen, dat de regelgever anno 2007 het advies van BNA, ONRI en Rgd anno 1998 heeft overgenomen.

Ernst

Iets anders is, dat opdrachtgevers wel degelijk aandacht aan veilig onderhoud en veiligheid voor derden willen besteden. Begrijpelijk, want het is in hun eigen belang, vooral wanneer ze ook verantwoordelijk zijn voor het beheer. Ze moeten een pand namelijk 50 jaar onderhouden. Wanneer dat niet veilig kan, krijgen ze iedere keer een vette rekening gepresenteerd voor de veiligheidsmaatregelen die onderhoudsbedrijven gedwongen zijn te nemen. In cursussen die ik voor opdrachtgevers verzorg, merk ik iedere keer weer dat dit hét argument is voor opdrachtgevers/beheerders om ernst te maken met de naleving van het Arbobesluit Bouwproces.
Het aangrijpingspunt is het ‘Gebouwdossier’, voorheen het ‘V&G-dossier’ geheten, dat de opdrachtgever volgens het Arbobesluit moet (laten) opstellen. Daarin moeten de bouwkundige en technische kenmerken van het bouwwerk worden vermeld, die van belang zijn voor veiligheid en gezondheid van werknemers die latere werkzaamheden verrichten. Het gaat dan bijvoorbeeld om inspectie-, schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden. Mijns inziens is ook wat dit betreft inhoudelijk niets veranderd in het Arbobesluit. Daar komt bij dat opdrachtgevers in de beheerfase ook te maken hebben met andere regelgeving, zoals de regels voor het werken op hoogte, het convenant gevelonderhoud en het ladderbesluit. Misschien is het wel zo, dat de regelgever het eigen belang van veilig onderhoud zo hoog inschatte voor opdrachtgevers, dat ze het niet nodig achtte daar nog méér wettelijke regels voor vast te stellen.

Logisch

Terecht stelt Cor van den Berg, dat de opdrachtgever er op basis van het Arbobesluit voor moet zorgen dat “… het ontwerp zodanig in elkaar steekt, dat het (onder-)aannemers en zelfstandig werkenden in staat stelt om in de uitvoeringsfase hun arbowettelijke verplichtingen na te komen”. Hij verwijst daarbij vooral naar verplichtingen die voortvloeien uit convenantafspraken. Daar heb ik een probleem mee. In de eerste plaats omdat het Arbobesluit niet naar zulke convenantafspraken verwijst, maar in het bijzonder naar een aantal algemene verplichtingen die in de Arbowet zijn geregeld. In de tweede plaats, omdat opdrachtgevers worden geconfronteerd met convenantafspraken, waarin ze zelf geen partij zijn. Sterker nog: opdrachtgevende en ontwerpende partijen zijn stelselmatig buiten het Arboconvenant Bouw gehouden. Maar nu het aankomt op de implementatie van de convenantafspraken, lijken de convenantpartners verontwaardigd te wijzen naar de opdrachtgevers en ontwerpers. Logisch dat deze niet staan te trappelen om er nu alsnog rekening mee te houden. Het directe, eigen belang ontbreekt. De convenantpartners hebben zich mijns inziens wel erg laat gerealiseerd, dat ze voor het uitvoeren van de convenantafspraken afhankelijk zijn van de opdrachtgevers en ontwerpers.
Concluderend stel ik, dat het artikel van Cor van den Berg, met alle goede bedoelingen, niet alleen feitelijk onjuist is, maar ook het verkeerde signaal afgeeft.

Sleutel

Kortom, veilig onderhoud is wel degelijk een zaak voor de opdrachtgever, in ieder geval niet meer of minder dan onder het ‘oude’ Arbobesluit. Er is naar mijn idee voldoende wettelijke basis voor. Maar wat veel belangrijker is: opdrachtgevers/beheerders hebben een – door velen van hen goed begrepen – eigen belang bij veilig onderhoud. Daar ligt naar mijn overtuiging de sleutel voor een succesvolle implementatie van het Arbobesluit Bouwproces in de ontwerpfase.
Dik Spekkink
Directeur van Spekkink C&R,
een onafhankelijk advies- en onderzoeksbureau voor bouwprocesinnovatie, Woudrichem
d.spekkink@spekkink.nl
Hij verzorgt verder de cursus ‘V&G-coördinatie ontwerpfase’ voor opdrachtgevers en ontwerpers.

Reageer op dit artikel