nieuws

Almere heeft de toekomst

bouwbreed Premium

Almere is weer in het nieuws. En niet in positieve zin. Er is geen cultuur, er is niets te doen. Toch ben ik net terug van een prachtig congres in Almere over ‘particulier opdrachtgeverschap’: burgers laten hun eigen huis bouwen.

Almere is weer in het nieuws. En niet in positieve zin. Er is geen cultuur, er is niets te doen. Toch ben ik net terug van een prachtig congres in Almere over ‘particulier opdrachtgeverschap’: burgers laten hun eigen huis bouwen.
Adri Duivesteijn maakt zich hier in Almere sterk voor. Hij zou daarmee wel eens goud in handen kunnen hebben.
Stadsuitbreidingen associëren we sinds de twintigste eeuw met geplande nieuwbouwwijken. Geleidelijk werd niets meer aan het toeval, of beter: aan de burger, overgelaten. Stedenbouw werd symbool voor de maakbare samenleving en moest ertoe bijdragen dat iedere burger licht, lucht en ruimte zou krijgen. En dat hij zich voortaan goed zou wassen in de bijgeleverde douchebak. Bovendien moest de stedenbouw ervoor zorgen dat functies zo goed mogelijk werden gescheiden. Geen fabrieken in woonwijken en, ter vergroting van de veiligheid, een duidelijke scheiding tussen verkeersstromen en woondomein. Niet de burger bepaalde hoe zijn huis eruit zou zien, maar stedenbouwkundigen, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en gemeenteambtenaren. Zo werd de maquette gaandeweg symbool voor de stedelijke uitbreiding.
Wel veranderde de vorm van de nieuwbouwwijken regelmatig. Naoorlogse wijken waren niet te vergelijken met de woonerven van de zeventiger jaren. En de Vinexwijken van de laatste tien jaar werden bovenal gekenmerkt door variatie. Maar fundamenteel veranderde er weinig: er was nog steeds sprake van planning van bovenaf.
De variatie van de Vinex was geen onregelmatigheid die ontstond doordat burgers de vrijheid kregen om hun eigen woning vorm te geven. De variatie ontstond op de tekentafel door per groepjes huizen een andere architect aan te wijzen.
Een fundamentele omslag deed zich voor met de introductie van het ‘wilde bouwen’ door de architect Carel Weeber. Kavels moesten worden uitgegeven aan individuele burgers die zelf hun woning gingen bouwen.
Helaas kwamen die burgers met hun allerindividueelste bouwwerken vaak niet verder dan een simpele woning uit de catalogus. Op deze ongeplande stedenbouw kwam dan ook snel kritiek. Een stedelijke structuur ontbrak en de architectuur voldeed niet aan de normen die binnen de architectenwereld gangbaar zijn. Regie was nodig. Die regie was er op Borneo-eiland in Amsterdam, waar burgers onder leiding van Adriaan Geuze hun eigen huis bouwden aan een nieuwe ‘Amsterdamse gracht’. In Almere zou dit experiment de komende jaren wel eens groots kunnen worden herhaald. Almere wil burgers veel vrijheden geven binnen bepaalde stedenbouwkundige randvoorwaarden die van de afzonderlijke woningen een buurt moeten maken, met identiteit en geborgenheid.
In Almere mag er dan sprake zijn van een omslag in het denken, elders blijft het maquettedenken nog steeds dominant. Dat is op zich niet vreemd gezien de wijze waarop het bouwproces is georganiseerd. Projectontwikkelaars hebben de stedelijke uitbreiding in hun greep. Daardoor krijgt de individuele opdrachtgever nauwelijks kans en is het aanbieden van een nieuwe wijk als totaalpakket het meest logische gevolg.
Toch zou 30 procent van de mensen graag zelf zijn eigen woning bouwen. Gelet op de welvaart en de mondigheid van de burger mogen we verwachten dat deze behoefte in de komende jaren alleen maar groter zal worden. Almere heeft dus de toekomst!
Prof.dr. Wim Derksen
Directeur van het Ruimtelijk Planbureau (RPB) Den Haag
column@rpb.nl

Reageer op dit artikel