nieuws

Aannemer aansprakelijk voor uitvoeringsfout

bouwbreed Premium

De waarschuwingsplicht en het begrip verborgen gebrek houden arbiters regelmatig bezig. In een uitspraak over het verzakken van een begane grondvloer (26 maart 2007, nummer 71.059) kwamen beideonderwerpen aan bod.

Een opdrachtgever laat een bestek vervaardigen door A. Architecten, dat vervolgens wordt aangepast/afgeslankt. De afslanking bestond in doorvoering van wijzigingen in hoofdzaak bestaande uit het vervangen van een groot aantal funderingspalen onder een gedeelte van de begane grondvloer door een (door opdrachtgeefster in eigen beheer aangebracht) gestabiliseerd zandbed en een in gewicht uitgedrukt lichtere (constructie)opbouw in combinatie met relatief geringe vloerbelasting (geen vrachtwagens en/of vorkheftrucks). De paalfundering bleef gehandhaafd onder de bedrijfshal zelf en onder de scheidingsmuur tussen magazijn, werkplaats en showroom. Daarna is aannemer benaderd om het gewijzigde ontwerp uit te voeren.
Opdrachtgever is door aannemer, Adviesbureau R. en Bouwadvies F. gewezen op mogelijke zetting (zakking) van niet onderheide vloervelden ten opzichte van de wel onderheide betonbalken. Tijdens de bouw zijn zettingen van 2 tot 3 mm van de begane grondvloer geconstateerd door partijen. Vervolgens is het pand in gebruik genomen. Hierna zijn de niet onderheide delen van de begane grondvloer verder verzakt. De verzakking is het gevolg van het weglaten van de funderingspalen.

Verzekerd

De opdrachtgever verwijt de aannemer hem niet gewaarschuwd te hebben. In eerste en tweede instantie vindt hij met dat verwijt arbiters niet aan zijn zijde. Vast is komen te staan dat aannemer wel heeft gewaarschuwd net als de andere genoemde partijen. Maar hij heeft niet gewaarschuwd voor de mogelijke ernst van het probleem, zo betoogt opdrachtgever vervolgens. Niet van belang overwegen appelarbiters. Immers opdrachtgever is gewaarschuwd door de architect, de constructeur en de bouwadviseur. Deze specialisten zijn ter zake deskundiger dan de aannemer. In die situatie is het niet aan aannemer om de raadgevingen van die deskundigen te bekritiseren, maar kon hij volstaan met het in vervolg daarop wijzen op de te verwachten risico’s.
Tot slot van dit onderdeel wordt het verzekerd zijn van aannemer er nog bij gehaald. In zijn arrest van 5 januari 1968, NJ 1968, 102, heeft de Hoge Raad overwogen dat het verzekerd zijn van de aangesproken partij een factor is die kan meewegen bij de vraag of de aangesproken partij ook de schade dient te dragen (dat wil zeggen: uiteindelijk in zijn vermogen moet voelen). Opdrachtgever leest dit arrest verkeerd, zo overwegen arbiters terecht. Het gaat in dat arrest immers niet om de vraag of iemand aansprakelijk gesteld kan worden omdat hij verzekerd is, maar om de vraag dat gegeven dat iemand aansprakelijk is, hij ook de schade uiteindelijk moet dragen. Daarbij kan verzekerd zijn een factor zijn.Zoals bekend heeft de Raad bij de vraag of een gebrek verborgen is bij oplevering al vaker betrokken dat de gevolgen van een gebrek eerst later blijken. Ook al is iets bij oplevering zichtbaar, dan nog kan eerst later blijken dat het een verborgen gebrek is, waarvoor de aannemer aansprakelijk gesteld kan worden. De onderhavige uitspraak past in die categorie thuis. Uitgangspunt, zo overwegen arbiters, is dat een gebrek reeds als verborgen kan gelden wanneer bij oplevering de mogelijkheid daarvan bekend was, doch de uiteindelijke ernst van het gebrek niet door de opdrachtgever wordt beseft, mede omdat dit bij oplevering niet duidelijk zichtbaar was. Dat deed zich hier voor. Hoewel zetting (het ging hier om de vloerdelen bij de wanden van de toiletgroep en het uitgifte magazijn) verwacht werd, volgde daaruit niet noodzakelijkerwijs dat de besproken schade zich zou voordoen.

Dilataties

Appelarbiters hebben ter plaatse geconstateerd dat aannemer consequent in de vloerdelen doorgezette dilataties niet heeft doorgezet in de wanden bij de aansluiting van de onderheide op niet onderheide bouwdelen. Dat behoorde wel te geschieden bij deugdelijke uitvoering van het werk en zou deze schadepost hebben voorkomen. Opdrachtgever mocht daarop rekenen en dat zij dat niet zag bij oplevering valt haar niet te verwijten. Dit is een uitvoeringsfout, waarvoor aannemer aansprakelijk is.
Prof.mr.dr. M.A.B. Chao-Duivis is directeur van het Instituut voor Bouwrecht en hoogleraar Bouwrecht aan de TU Delft. Voor meer bouwrechtelijke actualiteiten. jurisprudentie, vakliteratuur en regelgeving zien ook de website van het IBR: www.ibr.nl/actueel

Reageer op dit artikel