nieuws

Fusiegolf in bouwsector op komst

bouwbreed

DEN HAAG – De bouwnijverheid staat aan de vooravond van de derde grote fusie- en overnamegolf in de geschiedenis van de sector.

Dat constateert adviesbureau PricewaterhouseCoopers (PwC) op basis van zijn jaarlijkse onderzoek naar de prestatie van de grootste bouwondernemingen in Nederland. �Uit ons onderzoek blijkt dat de leencapaciteit van bedrijven sterk is verbeterd�, verduidelijkt Edmond Verstraete van de sectorgroep bouw van PwC. �Ze hebben, met andere woorden, een ruime overnamekas die ze kunnen inzetten om branchegenoten over te nemen.�

Volgens Verstraete is de tijd nu ook gunstig voor overnames. De economie trekt weer aan en als gevolg van opvolgingsproblemen staan veel familiebedrijven te koop. �Bovendien is er sprake van een zichzelf versterkend effect. Ondernemers redeneren: �de concurrentie is op overnamepad, dus moeten wij wel volgen�. Als ze niet meedoen, zijn ze bang terrein te verliezen.� Eind jaren tachtig vond de eerste grote fusie- en overnamegolf plaats. Bouwbedrijven wilden zich toen wapenen tegen buitenlandse concurrenten, die hier actief dreigden te worden. Tien jaar later bereikten het aantal fusies en overnames wederom een piek. Ondernemingen zochten toen naar landelijke dekking en schaalgrootte. Verstraete constateert dat de jaren geleden voorspelde internationalisering van de bouw niet van de grond is gekomen. Echt Europese bouwbedrijven zijn immers niet ontstaan. Dat neemt volgens hem niet weg dat de schaalvergroting wel onverminderd doorzet. �Grote bedrijven worden steeds groter, waarbij de omzet procentueel vaak meer stijgt dan de personeelsomvang. Op dit moment heeft het er veel van weg dat we voor een nieuwe overnamegolf staan.�

Belangrijker

De bouwexpert van PwC waarschuwt aannemers die blindstaren op groei. �Als uit onze onderzoeken één ding blijkt, dan is het wel dat onderscheidend vermogen belangrijker is dan de bedrijfsomvang. Het bedrijfsprofiel moet duidelijk zijn gedefinieerd. Ik ken middelgrote bedrijven die uitsluitend in de uitvoerende sfeer bezig zijn, met stenen stapelen zogezegd. Toch maken ze mooie marges omdat ze hun processen goed op orde hebben, beter dan menig grootbedrijf.� Uit het PwC-onderzoek blijkt dat de elf grootste bouwbedrijven van Nederland vorig jaar beter hebben gepresteerd dan het jaar ervoor. Maar de winstmarges mogen dan verbeterd zijn, ruimte om achterover te leunen is er niet.

Verstraete: �Uit alle onderzoeken blijkt dat de bouw een risicovolle en versnipperde bedrijfstak is en blijft. Er hoeft maar iets te gebeuren en het gaat alweer fout. De tienduizenden bouwbedrijven zullen voortdurend hun eigen plaats op de markt moeten bevechten. Scherpe prijsconcurrentie en structureel lage winstmarges zijn het gevolg.�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels