nieuws

Naar een nieuwe aanpak van bouwtoezicht

bouwbreed

Sinds de ontruiming van het complex aan het Bos en Lommerplein buitelen de (vermeende) deskundigen over elkaar heen.

Teruggrijpen op het verleden is nooit een goede oplossing geweest, als het betrekking heeft op een sector waar continu nieuwe technieken worden geïntroduceerd. Waar bovendien elk jaar de technische eisen waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen, worden aangescherpt. Het wordt dan ook tijd om het bouwtoezicht aan te passen aan de bouwopgave en misschien ook wel aan de tijdgeest. Want zoals Melanie Maatman van de VNG aangeeft: bestuurders voelen zich niet meer aangetrokken tot handhaving: “Handhaven is niet sexy”. Dit is dan ook het moment om bouwtoezicht opnieuw vorm te geven, passend bij de huidige bouwopgave en passend bij het huidige bestuurlijke klimaat.

Een mooi voorbeeld is te vinden in luchtvaartsector, waar falen al snel enorme gevolgen heeft. Twee fulltime en twee halftime inspecteurs controleren in Nederland jaarlijks een kwart miljoen vliegbewegingen. Moderne, goed gecertificeerde vliegtuigen van gecertificeerde maatschappijen worden beperkt gecontroleerd. Maar het bejaarde vrachtvliegtuig van een obscure maatschappij uit de Oekraïne kan rekenen op een zeer zorgvuldige controle.

Kwalificatie

Als we die methodiek overzetten op de bouw kan het er als volgt uit zien: Voordat de bouw van een project start, moet de opdrachtgever aangeven wie de bouw gaat realiseren. Is het een bekend bouwbedrijf dan wordt in een openbaar register opgezocht welke kwalificatie dat bedrijf heeft. Des te beter de kwalificatie, des te minder overheidstoezicht. Hoe minder overheidstoezicht, hoe lager de leges. Worden er tijdens de uitvoering fouten geconstateerd, of zoals in het geval van Bos en Lommerplein ernstige vraagtekens gesteld bij de veiligheid, dan zakt de kwalificatie. Het is zeg maar het puntenrijbewijs voor aannemers.

Is er sprake van particuliere bouw, dus ongeorganiseerde klusbedrijven of bijvoorbeeld doe-het-zelvers, dan is meer overheidstoezicht gerechtvaardigd, want door onoordeelkundigheid zijn in het verleden ernstige ongelukken gebeurd. Ook ongebruikelijke constructiemethoden of innovatieve technieken vragen om meer toezicht, tot het moment dat ze als bewezen techniek onderdeel zijn geworden van de dagelijkse bouwpraktijk.

Bouwwerken met grote risico�s krijgen vanzelf meer toezicht: een woontoren van 100 meter krijgt verhoudingsgewijs meer toezicht dan een vrijstaande woning; een kerncentrale meer toezicht dan een opslaghal.

Steekproeven

Voor opdrachtgevers wordt het interessant in zee te gaan met bouwers die een goede rating hebben. Deze hebben het bouwen onder de knie en kennen ook intern een goede kwaliteitscontrole. Afdelingen Bouwtoezicht van gemeenten kunnen zich met deze nieuwe manier van inspecteren concentreren op daar waar de echte risico�s liggen: bij slechte aannemers, onbekende technieken en bij complexe bouwwerken.

Om iedereen scherp te houden zijn natuurlijk onverwachte steekproeven nodig, zoals de onverwachte dopingcontroles tijdens de training in de topsport.

Voor degene die verantwoordelijk is voor het projectmanagement, degene die verantwoordelijk is voor het ontwikkelingsproces, verandert er iets wezenlijks. Is kwaliteitscontrole in de bouw tot nog toe een spel tussen uitvoerder en opzichter, een gevecht tussen aannemer en opdrachtgever, met de nieuwe aanpak wordt kwaliteitsbeleid verplichte kost voor de producerende partij. Het is dan aan de professionele opdrachtgever om daarin zijn positie te kiezen en vooral te sturen op het selecteren van de juiste partners voor het ontwikkelingsproces.

Voor de overheid is het dè kans om de regulerende taak uit te bouwen, te handhaven waar het moet, en vooral nutteloze controles terug te dringen. Zo wordt handhaving toch weer een beetje sexy.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels