nieuws

Voornemen van gunning is nog geen opdracht

bouwbreed

Misverstanden kunnen al gauw ontstaan als het gaat om gunningsbesluiten en opdrachtverstrekking in aanbestedingsprocedures. De winnende inschrijver claimt na de aanbesteding en de beoordeling van de inschrijvingen al snel de opdracht terwijl de aanbestedende dienst deze nog niet kan en wellicht ook niet wil verstrekken.

De inschrijver die recentelijk hierover een kort geding bij de rechtbank Haarlem aanhangig maakte, kreeg nul op rekest. In december 2005 had de aanbestedende dienst aan de inschrijvers bekend gemaakt dat zij voornemens was te gunnen aan de laagste inschrijver en de andere aanbieders af te schrijven. Daarbij had de aanbestedende dienst aan de laagste inschrijver aangegeven dat het werk aan hem zou worden gegund onder opschortende voorwaarde dat binnen een tijdsbestek van 15 kalenderdagen door de afgeschreven aanbieders geen kort geding tegen de gunningsbeslissing aanhangig is gemaakt.

De aanbestedende dienst werd na deze mededeling bekend met het feit dat de laagste inschrijver niet voldeed aan de bestekseis omtrent referentiewerken. Deze inschrijver stelde zich op het standpunt dat bij het uitblijven van een vordering in kort geding door één van de andere inschrijvers, de gunning aan hem een onvoorwaardelijk karakter had gekregen.

De aanbestedende dienst was een andere mening toegedaan. Nu de inschrijver niet voldeed aan de in het bestek vermelde geschiktheidseisen, kwam zijn inschrijving volgens de aanbestedende dienst niet voor gunning in aanmerking. De laagste inschrijver vordert vervolgens in kort geding onder meer nakoming van de overeenkomst van aanneming die volgens hem tot stand zou zijn gekomen. De President oordeelt anders. Met het verstrijken van de termijn van 15 dagen is niet automatisch een overeenkomst tussen de inschrijver en de aanbestedende dienst tot stand gekomen. Er was slechts sprake van een voornemen tot gunning en niet van een schriftelijke mededeling inhoudende de opdrachtverlening. Bovendien houdt een gunningsbeslissing geen aanvaarding in als bedoeld in artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek.

Het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) bepaalt dat de mededeling van de gunningsbeslissing geen aanvaarding inhoudt van een aanbod van de inschrijver.

Deze voorziening is opgenomen om uitvoering te geven aan de Europese regelgeving en rechtspraak. Hieruit volgt dat na het besluit, waarbij de aanbestedende dienst kiest met wie hij een overeenkomst wil sluiten, een redelijke termijn moet worden gegeven zodat de afgewezen inschrijvers in rechte om een voorlopige maatregel kunnen verzoeken.

Gedurende deze standstill-termijn, in het Bao gesteld op 15 dagen, is het de aanbestedende dienst niet toegestaan een overeenkomst te sluiten. Zij moet wachten totdat die termijn ongebruikt is verstreken dan wel op de uitslag van het kort geding. Feitelijk betekent de in het Bao voorgeschreven standstill-termijn voor de aanbestedende dienst en de beoogde opdrachtnemer een langere periode. Immers een aanbestedende dienst zal in beginsel eerst na de periode van 15 dagen kunnen beoordelen of er argumenten zijn om af te zien van een overeenkomst met de beoogde opdrachtnemer. Pas dan kan aan de inschrijver de verlangde zekerheid over de opdracht worden gegeven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels