nieuws

Versterking architectentitel beslist noodzakelijk

bouwbreed

In Cobouw van 6 april 2006 (nummer 68) maakt CDA Tweede Kamerlid en architect Antoinette Vietsch de Bond van Nederlandse Architecten BNA deelgenoot van haar twijfel over de voorgenomen versterking van de Wet op de Architectentitel. Volgens Joep Habets past in het kader van de internationalisering van de beroepspraktijk geen twijfel.

Waar draait het om? De Rijksbouwmeester heeft eind vorig jaar een advies uitgebracht aan minister Dekker over de versterking van de Wet op de Architectentitel. Dat gebeurde op verzoek van de minister die de Tweede Kamer had toegezegd van de Wet op de Architectentitel een krachtiger kwaliteitsinstrument te maken. Rijksbouwmeester Mels Crouwel doet drie belangrijke aanbevelingen:

1 Stel twee jaar beroepspraktijkervaring als eis voor de definitieve inschrijving als architect in het register.

2 Verplicht de ingeschreven architecten tot permanente beroepsontwikkeling.

3 Stel een gedragscode en klachtrecht voor de consument in.

Dienstenrichtlijn

Wat de tweede en derde aanbeveling aangaat is de twijfel van een Nederlands parlementslid in feite niet relevant. Inhoudelijk is er uit oogpunt van de consumentenbescherming natuurlijk veel voor beide aanbevelingen te zeggen, maar de beslissing is al genomen en wel in Europa! De onlangs door het Europese Parlement goedgekeurde Dienstenrichtlijn die het vrije verkeer van diensten binnen de Europese Unie moet waarborgen legt de lidstaten de verplichting op deze zaken in nationale wetgeving te regelen voor 1 januari 2008.

Het valt alleen maar toe te juichen dat de minister niet, zoals in Nederland vaak gebeurt bij de implementatie van Europese regelgeving, achteraan wil hobbelen, maar voortvarend te werk gaat.

Blijft over de twee jaar beroepservaringeis als mogelijk punt van twijfel. Kijken we naar andere beroepen en naar andere landen dan is zo�n eis helemaal niet ongebruikelijk. Vrijwel alle vrije beroepen, bijvoorbeeld advocaten, artsen, notarissen en accountants, kennen een dergelijke wettelijke verplichting en in een groot deel van Europa is praktijkervaring ook voor architecten een verplicht element in de beroepsvorming.

Het is ook logisch dat een wetenschappelijke opleiding met een praktijkcomponent moet worden aangevuld om tot een volwaardige beroepsuitoefening te komen. Zoals een jurist, niet meteen advocaat is en een basisarts niet onmiddellijk op een patiënt word losgelaten, zo is een bouwkundig ingenieur na het afstuderen nog geen architect.

Natuurlijk komt het voor, zoals Antoinette Vietsch stelt, dat een enkele zeer getalenteerde ontwerper zonder beroepspraktijkervaring tot respectabele prestaties komt. Maar dat kan nooit de maatstaf zijn voor de grote groep. Het CDA-kamerlid moet overigens bijna twintig jaar terug in de tijd om een voorbeeld te vinden dat haar betoog op dit punt ondersteunt.

Zonder voorbehoud kunnen we het CDA-kamerlid steunen als ze betoogt dat als volwaardig architect opereren veel meer is dan een gebouw ontwerpen. Niet voor niets is in andere landen beroepspraktijkervaring verplicht. Ook dat is een majeur argument om in Nederland deze eis te stellen. Van belang is daarbij te beseffen dat Nederland een van de meest geliberaliseerde landen is als het gaat om de uitoefening van het architectenberoep. Wij kennen geen beroepsbescherming en slecht een minimale bescherming van de architectentitel. Volgens de Dienstenrichtlijn – niet te verwarren met de richtlijn voor het aanbesteden van diensten – mogen aan buitenlandse architecten dezelfde eisen worden gesteld waaraan de eigen architecten zich hebben te onderwerpen. In Nederland staat zo de deur wijd open voor buitenlandse architecten, terwijl aan Nederlandse architecten in het buitenland aanvullende eisen worden gelegd. Dat gegeven alleen al is een bron van bureaucratische drempels en hindernissen om in het buitenland te kunnen werken.

Dieptreurig

Wie echt een vrije markt van diensten wil, zal moeten zorgen dat de eisen in de verschillende landen op gelijk niveau komen. Nederland zal zich moeten aanpassen aan wat in de rest van Europa, maar ook elders gebruikelijk is. Berucht zijn de aanvullende eisen die de VS aan Nederlandse architecten oplegt. Vraag het eens aan Rem Koolhaas, dat geeft een beter beeld van de huidige internationale beroepspraktijk dan de kwart eeuw oude anekdote van Bakema die Antoinette Vietsch aanhaalt.

Kortom, om de Nederlandse architect in het buitenland een goede startpositie te geven, is gezien de internationalisering van de beroepspraktijk versterking van de Wet op de Architectentitel hoogst noodzakelijk. Daar past geen twijfel. Integendeel, het zou met zekerheid dieptreurig zijn als het Nederlandse parlement de architecten op dit punt in de steek zou laten.

Nederland zal

zich moeten aanpassen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels