nieuws

Het wachten is op de eerste echte Nederlandse vogelstad

bouwbreed

amsterdam – Bouwbedrijven, projectontwikkelaars en architecten moeten bij binnenstedelijke projecten meer rekening houden met de woonwensen van stadsvogels zoals de mus, de kraai en de kauw. Wat is Koninginnedag zonder de gierende roep van gierzwaluwen?, aldus de Vogelbescherming.

Nestkastjes of nestpannen plaatsen zoals bij het ING-gebouw in Utrecht, neststenen in gevels inmetselen, glooiende oevers bij waterpartijen; het zijn een aantal voorbeelden om het leefmilieu van stadsvogels te veraangenamen. Vooral bij de aanleg en beheer van tuinen en parken moeten bouwers meer oog hebben voor vogels.

Gisteren overhandigde de Vogelbescherming tijdens een Stadsvogelconferentie in Amsterdam Rai het actieplan �Stadsvogels� aan Ineke Bakker directeur-generaal bij het Ministerie van VROM. In het actieplan is een aantal tips opgenomen voor bouwers en gemeenten waarmee onder meer het tekort aan nestplaatsen kan worden weggenomen. Vooral de echte stadsvogels zoals de gierzwaluw en de huismus hebben het moeilijk.

“Er is veel belangstelling van gemeenteambtenaren en er loopt wel een enkele architect of aannemer rond, maar we hadden op iets meer gehoopt”, licht Hans Peeters van de Vogelbescherming toe.

Verkeerde kant

Het is de eerste keer dat de organisatie de Stadsvogelconferentie organiseert. “Het dreigt de verkeerde kant op te gaan. Er wordt te weinig rekening gehouden met de vogels in de stad. Nederland verstedelijkt en de vogels verhuizen van de bossen naar de stad.”

Uit een enquête van de Vogelbescherming blijkt dat vogels het woongenot van mensen verhogen. Momenteel hebben 31 steden een convenant getekend dat rekening houdt met de belangen van vogels. “Maar de echte vogelstad in Nederland is nog niet opgestaan”, besluit Peeters.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels