nieuws

Bouwer pur sang zal het zeker niet redden

bouwbreed

Een psycholoog in de top van een bouwbedrijf. Volgens de kop van een interview met Regieraad Bouw-voorziter Hovers in Cobouw Totaal, april 2006 (nummer 7) is dat de toekomst. De interviewer heeft zich vermoedelijk iets te veel laten meeslepen door Hovers betoog dat het tijd wordt voor meer gamma-invloeden in de bouwsector, want hij tekent […]

Een psycholoog in de top van een bouwbedrijf. Volgens de kop van een interview met Regieraad Bouw-voorziter Hovers in Cobouw Totaal, april 2006 (nummer 7) is dat de toekomst. De interviewer heeft zich vermoedelijk iets te veel laten meeslepen door Hovers betoog dat het tijd wordt voor meer gamma-invloeden in de bouwsector, want hij tekent geen loepzuiver citaat op. Maar het typeert wel een trend die zich steeds meer aftekent: weg met de beta, hup met gamma in de bouwtop. Laat het niet waar zijn.

De vernieuwing van de bouwsector is alweer een tijdje geleden in gang gezet. Met de installatie van de Regieraad Bouw in 2004 trok uiteindelijk ook de politiek het been bij, maar in de bouw zelf en ook in de hoek van kennisinstellingen en wetenschap werd al veel eerder, direct na de eeuwwisseling (commissie Robers), indringend geconcludeerd dat het zo niet langer kon.

Natuurlijk is de remweg van een wat verouderde bedrijfstak zoals de bouw een aanzienlijke, dus voordat het oude tot stilstand is gekomen en het nieuwe op gang is gebracht zijn we een generatie verder. Die vernieuwing zal de bouw grotendeels echt op eigen kracht moeten blijven organiseren, zoals onder meer met de voortzetting van de commissie Robers in het innovatieprogramma PSIBouw.

De top van het huidige bouwbedrijfsleven zit ondertussen in een niet te benijden positie. Wie niet beter gaat samenwerken, zich niet meer richt op eindgebruikers, niet integer is, niet meer functioneel specificeert, niet transparant aanbesteedt en niet met behulp van de nieuwste intelligente 3D-technieken werkt, zal in de bouw van de toekomst van de kaart geveegd zijn. Maar zeker nu de orderportefeuilles weer gevuld beginnen te raken kan dat de bazen van de bouw verleiden om de noodzaak van vernieuwen in een wat milder daglicht te plaatsen. Met als mogelijk gevolg dat de vernieuwingsbeweging in de versukkeling raakt en er een vertraagde en uiteindelijk pijnlijke sanering zal plaatsgrijpen. Maar laten we eens aannemen dat die steven tijdig gewend wordt. Zal het dan een psycholoog zijn die aan het roer staat? Vermoedelijk niet en laten we dat maar zo houden. De opgave van bouwbedrijven is er een waar een enkelvoudige aanpak per definitie tot mislukken zal leiden.

Een bouwer pur sang zal het zeker niet redden evenmin als een jurist, een econoom, een ingenieur, een architect of, vooruit, een psycholoog. Een team waarin dit soort disciplines samenwerken maakt meer kans. Waar het dan wel om gaat is dat het vermogen wordt gestimuleerd om nu eindelijk eens goed naar elkaar te luisteren, niet te schijterig te zijn als je het even niet meer weet, angst durft te laten zien maar ook leiderschap durft neer te zetten als daarin je belangrijkste kwaliteit zit.

Bouwbedrijven zijn, net als andere bedrijven, ook mensenzaken en juist de mensenzaken zijn hier zo verschrikkelijk verwaarloosd. De HRM-functie in het bouwbedrijfsleven behoort niet tot de best ontwikkelde van het Nederlandse bedrijfsleven.

De relaties tussen mensen in hun werkverband en de band die ze met hun werk willen hebben is niet iets waar je in deze sector de handen direct voor op elkaar krijgt. Want voor je het weet zit je op het softe terrein van welbevinden, van de spanning tussen het individu en de omgeving, op dat van persoonlijke motivatie en overtuiging, kortom op het terrein van de mens. En daar hebben vele managers, of ze nou alfa, beta of gamma geschoold zijn een broertje dood aan. Nou, dat is dan jammer. Ik pleit sterk voor een reveil van de menselijke maat in de bouw. Niet alleen in de output maar ook en vooral in de organisatieontwikkeling. Het zal doorslaggevend zijn voor een duurzame vitaliteit van de sector.

Ik vroeg eens een bestuursvoorzitter van een bouwbedrijf waarom hij zich zo onophoudelijk inzet voor innovaties. Waar ik een soepel lopend betoog had verwacht over processen en systemen en markt en gebruikers enzo, kreeg ik een eenvoudig, overtuigend en nederig antwoord: “Omdat ik er in geloof.”

Wie de angst voorbij is om te vernieuwen, door te gaan waar hij het even niet meer weet, de eigen kracht heeft gevonden om te staan voor wat hij gelooft en zich er niet voor schaamt dat in alle eenvoud te uiten, die verdient het aan de top te staan. Dat een psycholoog, of voor mijn part een coach (ik ben er ook zo een) of counselor kan helpen die kracht te vinden, bij wie dan ook in de organisatie, staat buiten kijf. Maar maak niet de kolossale fout te denken dat de therapeut zelf de plaats van de patiënt in moet nemen. Want daarmee ontneem je de patiënt de kans op heling en spreek je een failliet uit over het vermogen van mensen te veranderen, hun verantwoordelijkheid te nemen voor authenticiteit en autoriteit en daarmee hun omgeving te inspireren.

Peter Vroom is socioloog en als organisatieadviseur, interimmanager en coach verbonden aan QM-maatschap voor organisatieontwikkeling, Delft

peter.vroom@inter.nl.net

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels