nieuws

Houd alstublieft het hoofd koel bij klimaatverandering

bouwbreed Premium

Klimaatverandering verhit de gemoederen sinds de komst van Al Gore naar Nederland. Met zijn Amerikaans charisma en overtuigingskracht heeft hij het probleem met groot gevoel voor urgentie neergezet: een ongemakkelijke waarheid. Florrie de Pater en Pier Velling a zijn blij met deze geweldige impuls maar hebben problemen met een aantal zeer fantasierijke scenario’s die sindsdien in de Nederlandse media opduiken.

Klimaatverandering verhit de gemoederen sinds de komst van Al Gore naar Nederland. Met zijn Amerikaans charisma en overtuigingskracht heeft hij het probleem met groot gevoel voor urgentie neergezet: een ongemakkelijke waarheid. Florrie de Pater en Pier Velling a zijn blij met deze geweldige impuls maar hebben problemen met een aantal zeer fantasierijke scenario’s die sindsdien in de Nederlandse media opduiken.

De Randstad over 50 jaar onder water, een superstorm, die laag Nederland wegvaagt. Zo stelt R. Roggema zich in Cobouw van 24 november 2006 (nummer 220) de toekomst voor. Dit is een uitermate zwart beeld dat door geen enkele onderzoeker wordt gedeeld. Dat ons ook in de nabije toekomst wat betreft klimaatverandering wat te wachten staat, betwijfelt bijna niemand. Daarom moeten nu de handen uit de mouwen. Want dat de gedachten over meegroeien met het klimaat nog veel te weinig worden omgezet in daden, baart zorgen.Een zeespiegelstijging van 1,5 meter in 100 jaar; dat is het maximum dat ons zou kunnen overkomen, zo hebben onderzoekers vastgesteld. De kans dat het zover zal komen is bijzonder klein. Het KNMI, dat in mei een viertal klimaatscenario’s uitbracht, geeft een maximum stijging van 85 cm tot 2100.
De kans is het grootst dat de realiteit ergens tussen de KNMI scenario’s in zal liggen (35 – 85 cm tot 2100). In die scenario’s is met het deels afsmelten van het ijs op Groenland en Antartica rekening gehouden. Want dat is de onzekere factor: het smelten van het landijs op de polen en vooral op Groenland.

Albedo

Het versneld afsmelten wordt door een aantal terugkoppelmechanismen veroorzaakt; we noemen er hier twee. In de eerste plaats vermindering van het Albedo-effect. Doordat ijs smelt, wordt het witte oppervlak – Albedo betekent wit – kleiner, waardoor minder straling wordt teruggekaatst. In plaats daarvan neemt het donkere zeewater straling, omgezet in warmte op. Daardoor wordt het versneld warmer en smelt het ijs weer sneller.
In de tweede plaats desintegreert de dikke ijslaag sneller doordat doorsijpelend smeltwater de structuur van het ijs aantast. Dit zijn gevaarlijke terugkoppeleffecten, die zich wel eens spoediger zouden kunnen voltrekken dan we tot nu toe rekening mee houden.
Volgens de huidige inzichten kan het versneld afsmelten van het ijs op de polen tot ongeveer 50 cm extra zeespiegelstijging in een eeuw leiden.
WL-Delft heeft berekeningen gemaakt, waaruit blijkt dat ons lage deel van Nederland een zeespiegelstijging van 1,5 meter in 100 jaar aan kan. Het maximum dat we aankunnen is twee meter. Als dat ons te wachten staat – en die kans is dus bijzonder klein – dan moeten we nu aan de slag om ons lage land voor de komende 150 jaar op orde te maken. Je gaat immers nu niet besluiten op basis van een kans van minder dan 1 procent om een terugtrekkende beweging te maken richting hoge land.
Wat we met gezwinde spoed moeten doen staat in het hiernaast opgenomen overzicht ‘Maatregelen’.

Neerslag

We moeten ons verder op basis van nuchter denken en onderzoek afvragen of het wel verstandig is om op traditionele wijze te blijven bouwen in diepe polders.
Laten we stellen dat we het teveel aan neerslag in diepe polders wel weg kunnen krijgen met meer waterbergingscapaciteit en stevige pompen. Met iets minder traditioneel bouwen, waarbij rekening wordt gehouden met hoge grondwaterstanden op z’n tijd, kunnen we dat probleem wel aan. Maar de vraag bij bebouwing van elke diepe polder zou moeten zijn: kunnen we de polder inherent veilig maken en en hebben we de polder later niet nodig als noodoverloopgebied.
Enkele ministeries werken samen met de koepels van gemeenten, waterschappen en provincies aan een nationale adaptatiestrategie. Door de verschillende belangen die aan tafel zitten zal de strategie niet direct tot snelle en adequate actie leiden.
De provincie Groningen, waar R. Roggema werkt, kan andere provincies inspireren om het heft in handen te nemen bij het opstellen van een nationale adaptatie-agenda. Maar dan wel één, die gebaseerd is op wetenschappelijk gefundeerde kansberekeningen en verstandige strategieën.
Prof.dr.ir. Pier Vellinga en ir. Florrie de Pater zijn beiden werkzaam bij de Vrije Universiteit, Amsterdam.
Verder zijn zij verbonden aan het nationaal programma Klimaat voor Ruimte. Vellinga als voorzitter van het bestuur, De Pater is verantwoordelijk voor de communicatie.
florrie.de.pater@falw.vu.nl

Maatregelen

n Doorgaan met monitoren hoe het klimaat verandert, wat er met de polen geschiedt en hoeveel de zeespiegel stijgt;
n V erbeteren van prognoses voor klimaatverandering en zeespiegelstijging door onderzoek;
n Versneld op orde brengen van de 50 procent primaire waterkeringen die volgens de Inspectie van Verkeer en Waterstaat in de huidige situatie niet aan de wettelijke Delta-veiligheidsnorm voldoen;
n Ontwikkelen van slimme veiligheidsconcepten voor kust en rivierengebied. Dubbele waterkeringen en compartimentering kunnen daar onderdeel van uitmaken;
n Voorzorgsmaatregelen nemen ten aanzien van klimaatgevoelige infrastructuur zoals dijken, daar waar we vrij grote zekerheid hebben over de toekomst;
n Flexibele planning toepassen vooral daar waar de kansen klein zijn, maar de gevolgen groot;
n De dialoog met de bevolking aangaan teneinde begrip te kweken voor maatregelen. We kunnen ons niet meer veroorloven dat dijkversterking of het slopen van woningen in potentiële noodoverlooppolders 20 jaar duurt vanwege verzet van omwonenden. Ook wetgeving zou daartoe wel eens aangepast moeten worden.

Reageer op dit artikel