nieuws

Flexibel werken voorkomt arbeidsuitval ouderen

bouwbreed

De beroepsbevolking vergrijst. Dat vraagt om een flexibeler aanpak van het werk. Cees van Vliet is van mening dat werkgevers en werknemers vaker de handen ineen moeten slaan om te voorkomen dat ouderen uitvallen. En dat kan op veel manieren. Behalve het werk kunnen waar nodig ook de arbeidstijden worden aangepast.

Er is veel belangstelling voor de vergrijzing in onze bedrijfstak. Mijn gevoel bij het onderwerp is tweeledig. Aan de ene kant biedt de toename van het aantal ouderen op de bouwplaats kansen. Ouderen hebben veel ervaring en kennen vaak beter dan hun jongere collega’s het klappen van de zweep.
Toch leeft bij mij ook sterk het gevoel dat het toenemende aantal grijze bouwvakkers tot grote problemen kan leiden. Zij kampen vaker met lichamelijke klachten en verzuimen langer. Als er in de toekomst meer ouderen op de bouwplaats werken, zou dit dus kunnen leiden tot een hoger verzuim.

Ontlast

Werkgevers hebben zelf grote invloed op het uiteindelijke effect van de vergrijzing. In veel bedrijven wordt nu al hard gewerkt om de vergrijzing het hoofd te bieden. Zo tracht men het werk flexibeler in te delen, zowel wat de inhoud van het werk betreft als de arbeidstijden. Hierdoor worden de oudere werknemers ontlast en kunnen zij langer gezond aan het werk blijven. Deze aanpak zou wat mij betreft alom bespreekbaar moeten zijn. Dat betekent dat werkgevers hun werknemers vaker vragen om hun mening over zaken als het werk, de werkinhoud en de arbeidstijden.
Vast en zeker zijn niet alle werkgevers direct enthousiast over dit idee. Op veel plekken is de leus van oudsher immers niet zeuren, maar poetsen. Bovendien is er in veel bedrijven nu al een tekort aan arbeidskracht. Door de werknemers korter te laten werken, vergroot je dat tekort alleen maar. Maar is dat niet een schoolvoorbeeld van het kortetermijndenken? Door niet voldoende te anticiperen op de vergrijzing en alle problemen die deze met zich mee kan brengen, is het immers wachten op problemen. Door mogelijkheden te scheppen om het werk flexibel in te vullen, neemt de kans toe dat de oudere werknemer voor een langere periode gezond aan het werk blijft. Per saldo neemt hierdoor de beschikbaarheid van arbeidskracht toe. Dit voorkomt ook dat het werk over een veel kleiner aantal werknemers wordt verdeeld. En dat betekent weer minder gezeur. Wanneer de oudere werknemers bijvoorbeeld door kortere arbeidstijden worden ontlast, zou dat kunnen betekenen dat de jongere werknemers soms langere dagen maken. Is dit erg? Ik denk het niet. Ouderen hebben vaak een minder grote financiële behoefte dan hun jongere collegae. Mensen die nog aan het begin van hun loopbaan staan, willen namelijk juist vaak meer en langer werken. Sommigen doen dat al, maar dan buiten werktijd. Zij werken vaak nog voor een eigen huis en hun gezin. Met het maken van langere dagen verdienen ze extra geld. En hoe kan dat beter dan binnen het eigen bedrijf?

Taakroulatie

Flexibel werken kan ook betekenen dat de taken anders wordt verdeeld. Ook dat zou veel vaker dan nu bespreekbaar moeten zijn. Werknemers werken nu nog vaak zij aan zij, terwijl bij met name de oudere werknemers regelmatig sprake is van een verminderd werkvermogen. Door hen dezelfde taken te geven, laat de werkgever hen roofbouw plegen. Het zou mogelijk moeten zijn dat deze werknemers de wat minder zware klussen op zich nemen.
Het functioneringsgesprek is bij uitstek een moment om dit soort opties bespreekbaar te maken. Overigens is dit gesprek nog niet in alle bedrijven gemeengoed. Dat kan dus beter, want het gestructureerd vormgeven aan de dialoog over de persoonlijke werkomstandigheden past in de lijn van meer openheid in de organisatie. Deze openheid is nodig om ervoor te zorgen dat eventuele problemen met het werk vroegtijdig aan het licht komen, zodat er daadwerkelijk iets aan kan worden gedaan.
Deze maand bepleitte Hout- en Bouwbond CNV het langer werken in de bouw, mits dat niet tot overbelasting leidt. Dat vind ik terecht. Ook jongeren worden namelijk ouder. Zij kunnen op vroege leeftijd klachten oplopen die zich op latere leeftijd op vervelende wijze manifesteren. In dit geval schiet het flexibeler werken zijn doel voorbij. Hoewel ik verwacht dat flexibel werken uiteindelijk alle werknemers in het bedrijf ontlast, blijft het belangrijk om te werken aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Dit kan er voor zorgen dat de zwaarste lasten niet per definitie op de schouders van de jonge mensen terecht komen. En tegelijk wordt ook het werk voor de ouderen in het bedrijf gemakkelijker uitvoerbaar. Bijvoorbeeld door de inzet van hulpmiddelen, het verbeteren van de begaanbaarheid van het bouwterrein en het verlichten van het materiaal. Arbouw zal zijn best blijven doen om de gezondheid en veiligheid op de werkplek te verbeteren, maar kan hiervoor slechts de voorwaarden scheppen.

Leeftijdsbewust

De kwaliteit van de arbeidsomstandigheden blijft grotendeels afhankelijk van de inspanningen in de bedrijven. Die inspanningen worden deels bepaald door de werkgevers, maar natuurlijk dragen ook de werknemers zelf verantwoordelijkheid. Hun gedrag op de werkplek is van invloed, maar ook hun manier van leven. Overgewicht, roken en te weinig bewegen zijn regelrechte verzuimoorzaken. De werknemer is niet alleen naar zichzelf verplicht om verzuim te voorkomen, maar ook naar zijn werkgever. Het past bij een moderne bedrijfstak om flexibel werken mogelijk te maken. Dat is een belangrijk onderdeel van het leeftijdsbewust personeelsbeleid. Dit uit zich in speciale projecten en daar vallen wat mij betreft ook de loopbaanprojecten onder, waarbinnen werknemers met verhoogde kans op uitval worden geleid naar een andere functie. Het zijn nuttige inspanningen die er uiteindelijk voor kunnen zorgen dat de bouwnijverheid de vergrijzing niet met lede ogen, maar met vertrouwen tegemoet kan zien.
Cees van Vliet
Algemeen directeur Arbouw
Amsterdam

Reageer op dit artikel