nieuws

Zestig jaar Het Zwarte Corps: van 20 man in een zaaltje tot 12 duizend nu

bouwbreed

“Verlies de vakman niet uit het oog.” Kees van Dongen voorzitter van Het Zwarte Corps (HZC) doet een oproep aan die groep opdrachtgevers en uitvoerende bedrijven die slechts naar cijfers en regels kijken en geen gevoel hebben voor de vakmensen in de praktijk. “Dat werkt in de hele linie door.”

60 jaar na oprichting vertegenwoordigt de vakbond van monteurs en machinisten met bijna 12.000 leden meer dan 60 procent van de Nederlandse doelgroep. Daar is Van Dongen trots op. “Bedenk dat het corps is ontstaan uit twintig machinisten in een zaaltje.” In 1946 vlak na de oorlog werkten de 20 machinisten aan de aanleg van Schiphol. Ze startten een eigen vakbond, omdat niemand zich echt bekommerde om hun belangen. Het Zwarte Corps, een afgeleide van Het Zwarte Koor, refereert aan de zwarte ketelpakken die ze droegen en de op olie gestookte asfaltmachines waarmee ze werkten. 

Met de techniek veranderde de rol van de machinist aanzienlijk. “Als je op een foto kijkt van 60 jaar geleden, dan kun je hem naast de grote tandwielen van de machines aan de hendel zien trekken”, blikt Van Dongen terug. Spierballen, steenkolen en doofheid maakten plaats voor ergonomisch ingerichte cabines, nek- en rugklachten. “Daarom is een goede stoel en een ruime cabine nu zo belangrijk. Daar mag niet op bezuinigd worden.” Het gebeurt nog wel.

Verder geldt de huidige machinist volgens Van Dongen als een belangrijke spil in het bouwproces, omdat hij gedurende het hele project op de bouwlocatie aanwezig is. “Het is e en gedreven vakman met verantwoordelijkheidsgevoel. Een individualist. Eén hobby hebben ze allen gemeen; ‘ze zijn gek op materieel. Maar, een ieder heeft zijn eigen merkvoorkeur.” 

Actueel is de toenemende vraag naar nieuw opgeleid personeel. De natuurlijke aanwas vangt daar een deel van op. Zonen treden in de voetsporen van hun vaders. Met een imagoprobleem onder jongeren kampt het vak volgens Van Dongen niet. “Vakmanschap loont”, hoewel volgens hem ten aanzien van de vergrijzende spoor- en wegwerkdisciplines extra aandacht nodig is. “Daar kom je veel onregelmatigheid in de vorm van nacht- en weekendwerk tegen. Zware omstandigheden. Zonder een passende beloning zal de bereidheid onder jongeren steeds moeilijker te vinden zijn.” Overheden zouden wat hem betreft ook minder werk moeten opbulken en meer in de winter moeten aanbesteden. Werken in verontreinigde grond is ook een aandachtspunt van de club van ‘korte lijnen en saamhorigheid’. “Uit intern onderzoek blijkt dat er op dit onderwerp nog veel te verbeteren valt.” Over het Europese trilbeleid zijn middels het A-blad ergonomie en trillingen van machines de benodigde afspraken gemaakt. 

Vakman• Met voorlichtingsbijeenkomsten en vakinhoudelijke dagen wil HZC de komende tien jaar machinisten met collega-machinisten in contact blijven brengen. ‘Vakmanschap is in een snel veranderende wereld het motto.’ Op dat vlak valt volgens Van Dongen veel winst te behalen. Door schaalvergroting en het steeds meer inhuren van personeel bemerkt hij dat de kwaliteiten van de vakman minder worden (h)erkend. “Zijn kwaliteiten worden niet meer ten volle benut. Om succesvol werk te kunnen afleveren is samenwerking nodig. De vakman moet serieus genomen worden, anders gaan er dingen mis in de praktijk.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels