nieuws

MIT: in beton gegoten dat nog niet is uitgehard

bouwbreed

De Tweede Kamer wil meer gestructureerd over het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) praten. Maar het CDA wenst wel enige speelruimte te houden, zegt woordvoerder Jan Mastwijk. Dat minister soms over hun politieke graf heen regeren, hoeft niet per definitie verboden te zijn. Want: regeren is vooruitzien, medeoverheden en bedrijfsleven hechten aan enige consistentie. Bovendien leidt elke vier jaar een compleet andere koers gaan varen, tot aantasting van de rechtszekerheid en de bestuurlijke betrouwbaarheid. Het is dus niet zo verwonderlijk dat een minister van Verkeer en Waterstaat zegt: “Het MIT is in beton gegoten”, als de Kamer weer eens probeert tussentijds wat te wijzigen. Zo’n afspraak komt uiteraard een minister, van welke politieke kleur dan ook, goed uit. Immers, je laat de Kamer de pecunia voor een lange reeks van jaren vastleggen en daarna zwiep je met een krachtig gebaar elke claim vanuit de regio voor een tunneltje hier of een spoorlijntje daar van tafel.

De Tweede Kamer wil meer gestructureerd over het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) praten. Maar het CDA wenst wel enige speelruimte te houden, zegt woordvoerder Jan Mastwijk. Dat minister soms over hun politieke graf heen regeren, hoeft niet per definitie verboden te zijn. Want: regeren is vooruitzien, medeoverheden en bedrijfsleven hechten aan enige consistentie. Bovendien leidt elke vier jaar een compleet andere koers gaan varen, tot aantasting van de rechtszekerheid en de bestuurlijke betrouwbaarheid. Het is dus niet zo verwonderlijk dat een minister van Verkeer en Waterstaat zegt: “Het MIT is in beton gegoten”, als de Kamer weer eens probeert tussentijds wat te wijzigen. Zo’n afspraak komt uiteraard een minister, van welke politieke kleur dan ook, goed uit. Immers, je laat de Kamer de pecunia voor een lange reeks van jaren vastleggen en daarna zwiep je met een krachtig gebaar elke claim vanuit de regio voor een tunneltje hier of een spoorlijntje daar van tafel.

Verstarring

Het MIT is in beton gegoten, maar dat beton is nog niet helemaal uitgehard. En dat is maar goed ook, want geld voor infra onwrikbaar vastleggen voor een periode van 15 jaar leidt tot verstarring en schijnzekerheid. Ik hoef maar te verwijzen naar de discussie over de luchtkwaliteit waardoor zo’n beetje half Nederland qua wegenbouw op slot kwam te zitten. Ruimte en flexibiliteit behoren simpelweg deel uit te maken van het MIT. Er is ook een keerzijde. Als Delft niet zeker kan zijn van de beloofde gelden voor de Spoortunnel, gaat er natuurlijk iets ontzettend fout. Dat geldt ook voor de ondertunneling van de A2 bij Maastricht en de N33 tussen Assen en Zuidbroek in Groningen. Er zijn van die dingen, die leg je vast en daar blijf je verder netjes met je handen af. Maar de wereld om ons heen verandert voortdurend. Ook het denken over infrastructuur en over de vraag welke oplossing bij een bepaald probleem het meest voor de hand ligt. De CDA-fractie in de Tweede Kamer vindt dat roeren in het nog uitgeharde beton van het MIT mogelijk moet blijven, als dat maar niet leidt tot aantasting van de wapening, zeg maar ‘de harde kern’ van het MIT.

Flexibiliteit

Maar als er iets in de toplaag verandert, is dat niet zo’n ramp. Al was het alleen maar om Bouwend Nederland aan de gang te houden in geval er – zie de luchtkwaliteit– tijdens de rit een kink in de kabel komt. Als het hele MIT écht was uitgehard, was Hart voor Dieren niet geregeld en had men in Nijverdal naar een goede oplossing van de overlast kunnen fluiten. Flexibiliteit blijft nodig. Het is daarom ook goed dat verkeersminister Peijs probeert een aantal projecten op voorraad te houden. En de Tweede Kamer zal haar daarbij graag helpen. Die projecten kunnen dan van de plank worden gehaald als ergens – om wat voor reden dan ook – vertraging optreedt. Daarbij hoort dan natuurlijk dat het geld flexibel is en dat er van de ene jaarschijf naar de andere kan worden geschoven. Maar nu Rijkswaterstaat een Baten- en Lastendienst is geworden en meer bedrijfsmatig gaat plannen en werken, zou dat geen probleem moeten zijn. Als het om ‘plankprojecten’ gaat, wordt een bijzondere plaats ingenomen door die projecten die weliswaar een plaats in het MIT hebben gevonden (of misschien nét niet), maar waarvan de uitvoering zeker niet voor 2014 begint. Vaak moet daarvoor nog een zogenaamde verkenning worden gestart. De netwerkanalyses die de regio’s hebben opgesteld en waarover Peijs op dit moment met die regio’s praat, zullen op die lijst van ná 2014 zeker van invloed zijn. De CDA-fractie heeft die netwerkanalyses, die wensenlijsten van de regio’s, met veel belangstelling bekeken. Want de vervoersstromen in de regio’s zijn voor de vaderlandse economie van groot belang. En in die netwerkanalyses zetten de regio’s op en rij hoe de komende jaren op een samenhangende manier naar de verschillende vervoersstromen in een regio moet worden gekeken. Dat is ook in het belang van de nationale economie. Je bent er niet met te zorgen voor goede ontsluiting in de Randstad en andere stedelijke gebieden. Je doet er verstandig aan – in dit steeds maar voller wordende land – ook de mogelijkheden van de regio’s te benutten.

Bijkomstigheid

Om te voorkomen dat investeren in de regio, bijvoorbeeld in Brainport Brabant en in Noord-Nederland (via Langman) uiteindelijk dreigt uit te draaien op desinvesteren omdat die plekken door de congestie niet of slecht bereikbaar zijn, is tijdig aandacht voor de ontsluiting van de regio nodig. Een niet doorslaggevende, maar wel prettige bijkomstigheid is dat je voor hetzelfde geld veel meer kilometers kunt aanleggen omdat het aantal te nemen obstakels en drempels doorgaans geringer is. Een ontsluiting in de Randstad is 3 tot 8 keer zo duur als die in een regio. Om die redenen heeft de CDA-fractie – samen met anderen – tijdens de behandeling van het MIT aandacht gevraagd voor en moties ingediend over de zuidelijke ringweg Groningen en het gebied Groningen/Assen, de N35 nabij Zwolle, de N69 tussen Eindhoven en de Belgische grens, de brug in de N50 bij Ens, de tunnel bij Sluiskil en de N18 Enschedé-Varsseveld. Regionale projecten waarbij met relatief weinig geld veel kan worden gedaan aan bereikbaarheid en leefbaarheid, óók in het belang van de economie. Het MIT is in beton gegoten. De Tweede Kamer heeft in de toplaag nog wat wijzigingen aangebracht. En zo hoort het ook.
Jan Mastwijk uit Hoogeveen is lid van de Tweede Kamer voor het CDA. Daarbij is hij woordvoerder over het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels