nieuws

Investeer in gebieden die klimaatbestendig zijn

bouwbreed Premium

Het klimaat verandert. Hoe veel en hoe snel is de vraag. Maar dat we in de komende decennia voor ingrijpende veranderingen staan laat zich raden. De urgentie lijkt door te dringen tot de politiek, hoewel de recente verkiezingsdebatten vooral over andere zaken gingen. Het streven naar een klimaatbestendig Nederland verdient een klimaatbestendig kabinet. En of dat er komt is twijfelachtig.

Hoe zijn wij gewend om in de huidige beleidspraktijk te handelen; hoe gaan we op dit moment eigenlijk om met het klimaat? Een aantal constateringen:

1. Het huidig nationaal klimaatbeleid dreigt zichzelf op een eiland te plaatsen door klimaatbestendigheid vooral op te vatten als beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daardoor staat het verhogen van dijken met stip bovenaan de agenda.
2. De WRR beweert met droge ogen dat we ons de komende 500 tot 1000 jaar nog geen zorgen hoeven te maken over zeespiegelrijzing (Ruimteconferentie, 30 oktober 2006). De WRR adviseert onze regering. Zolang klimaatverandering door gerenommeerde instanties nog wordt gebagatelliseerd is bewustwording van alle Nederlanders nog een eind weg.
3. Onze bestuurders worden door de wetenschap nogal eens met de boodschap het moeras in gestuurd dat er nog zoveel onzeker is omtrent de exacte gevolgen van klimaatverandering: er is meer studie vereist. Tot we weten hoe het zit, is energie besparen en dijken verhogen het beste wat gedaan kan worden.
4. Het programma Klimaat voor Ruimte wordt gedomineerd door wetenschappelijk onderzoek naar klimaatmodellen, zodat we over een paar jaar exacter weten wat we nu in hoofdlijnen al lang weten. Een innovatieve ruimtelijke benadering, waarin onorthodoxe plannen worden ontwikkeld voor de op ons afkomende veranderingen bestaat niet. In het Adaptatieprogramma Ruimte en Klimaat (ARK) wordt een nationale strategie ontwikkeld hoe om te gaan met de ruimte als klimaatverandering plaatsvindt. De focus is gericht op communicatie, bewustwording en betrekken van partijen; een flauw compromis na eindeloos polderen is het gevolg. Het ontbreekt in de strategie aan een nationale analyse van de ruimtelijke effecten van klimaatverandering en er is geen visie op de sturing van ruimtelijk-economische patronen vanuit de nationale overheid. Ook hier wordt niet gewerkt aan noodzakelijke innoverende plannen. Een ruimtelijke, creatieve en ontwerpgerichte strategie op nationale schaal ontbreekt. Daardoor worden kansen gemist.
5. Er is geen financiële verbinding tussen de gevolgen van klimaatverandering en het ruimtelijk-economisch beleid. Daardoor wordt geïnvesteerd op de gevaarlijkste en duurste plekken en zijn we meer geld kwijt dan nodig voor beveiliging van ons land.
Het bovenstaande noopt te constateren dat beleid, wetenschap en bestuur elkaar in een wurggreep houdt, die nodeloos veel tijd verloren doet gaan. Tijd die we eigenlijk niet meer ruim in voorraad hebben. Klimaatverandering schrijdt immers voort. Het is de hoogste tijd voor een vernieuwende strategie.

Onbetaalbaar

De scheiding tussen klimaatverandering en het ruimtelijk-economisch beleid leidt tot een nodeloos hoge hypotheek op de toekomst. Wanneer we doorgaan met het doen van grote investeringen in een klein en kwetsbaar deel van ons land, de Randstad, dan verhogen we daar de economische waarde nog maar eens. Reden vervolgens voor een verhoogde en dure inzet op het versterken van dijken en duinen in West-Nederland. De verzekeringspremie van de Randstad zal daardoor over 30 jaar onbetaalbaar zijn geworden, omdat zowel de risico’s als de waarde van de Randstad tegen die tijd exponentieel zullen zijn gegroeid. Maar waarom investeren we eigenlijk miljarden op de plek, waar het risico het grootst is? Waarom bouwen we 100.000 nieuwe woningen in de diepste polders en laten we 250.000 nieuwe mensen wonen op de gevaarlijkste plek van Noord-West Europa? Om mee te kunnen in de wereldwijde concurrentieslag? Want wat als de zeespiegel niet pas over 100 jaar, maar al over 20 of 30 jaar decimeters is gestegen, of met meters omhoog is gekomen, zoals David Carlson bij de opening van het International Polar Year heeft voorspeld. En als die enorme superstorm zich plotseling binnenkort voordoet. Ach, die kans is nihil misschien, maar wie wil een dergelijke mogelijkheid bewust verdringen, zijn ogen sluiten en bidden dat alles goed komt? Ons nieuwe kabinet? We zullen onze ruimte op nationale schaal zo moeten inrichten en onze investeringen daar doen dat het meest beroerde klimaatscenario met een glimlach tegemoet getreden kan worden. Daarvoor moeten we ons economisch, ruimtelijk en mobiliteitsbeleid wel koppelen aan kennis over welke effecten van klimaatverandering zich waar voordoen. Om het simpel te zeggen: investeren in wonen en werken op plekken waar je niet overspoeld kan worden, of in lage delen van het land overstromingsbestendige woningen waarmee je al dan niet tijdelijk op of in het water woont en werkt, investeren in wegen die altijd droog liggen, investeren in natuur die warmte, droogte, hevige stormen en ultra-natte tijden aankan en investeren in landbouw die in dito omstandigheden floreert, met langere groeiseizoenen, zoutminnende cultures of zelfs drijvend.

Waterbuffers

In de lage delen van het land zouden we moeten investeren in een systeem waarin de zee de ruimte krijgt in grootschalige waterbuffers; daar immers stroomt het water vanzelf heen. Temidden van dit watersysteem zullen de resten hoogland eilanden vormen voor ontspanning en recreatie. Onze nationale investeringsstrategie zal dus moeten verschuiven van het stimuleren van de economische groei in de Randstad naar investeringen in klimaatbestendige gebieden. Een robuuste en flexibele kustverdediging, zoals beschreven in het eerste deel van het drieluik, en een nieuwe nationale strategie bedenken is één, ze vastleggen in harde afspraken, te beginnen in het nieuwe regeerakkoord is de proof of the pudding. Daarover meer in het laatste deel van dit drieluik.
Ir. Rob Roggema, manager Strategie en Omgevingsbeleid, Provincie Groningen, prof.dr. Jusuck Koh, Leerstoel Landschapsarchitectuur, Centrum Landschap, Wageningen Universiteit en Research Centrum en dr.ir.Andy van Den Dobbelsteen, universitair docent Climate Design, Faculteit Bouwkunde.
r.roggema@provinciegroningen.nl

Reageer op dit artikel