nieuws

Constructieve veiligheid niet gediend met stemmingmakerij

bouwbreed Premium

Constructieve veiligheid in patstelling. Dat concludeerde prof. ir. Leo Wagemans vorige week naar aanleiding van de uitreiking van het ‘Plan van Aanpak Constructieve Veiligheid’ aan de voorzitters van Bouwend Nederland en NEPROM, de heren Brinkman en Werner. Hij baseert zich op eerdere publicaties rond dit thema en gebruikt bij zijn kwalificatie van betrokken partijen termen als ‘naïef’, ‘triest’, ‘bedroevend’ en ‘schandalig’. Bob Gieskens betreurt het dat Wagemans niet de moeite heeft genomen zelf aanwezig te zijn bij de aanbieding van het document, want daar waren hele andere geluiden te horen.

Constructieve veiligheid in patstelling. Dat concludeerde prof. ir. Leo Wagemans vorige week naar aanleiding van de uitreiking van het ‘Plan van Aanpak Constructieve Veiligheid’ aan de voorzitters van Bouwend Nederland en NEPROM, de heren Brinkman en Werner. Hij baseert zich op eerdere publicaties rond dit thema en gebruikt bij zijn kwalificatie van betrokken partijen termen als ‘naïef’, ‘triest’, ‘bedroevend’ en ‘schandalig’. Bob Gieskens betreurt het dat Wagemans niet de moeite heeft genomen zelf aanwezig te zijn bij de aanbieding van het document, want daar waren hele andere geluiden te horen.

Niemand is uiteindelijk gebaat bij stemmingmakerij. We moeten dan ook met respect voor elkaars kennis, rollen en posities gezamenlijk aan oplossingen werken.
Terecht is er veel aandacht voor de problemen rond constructieve veiligheid in de bouw. Betrokken partijen zijn ook de laatste om dat toe te geven. Tijdens de uitreiking van het plan van aanpak erkende NEPROM-voorzitter Dietmar Werner dat (private) opdrachtgevers te weinig oog hebben gehad voor verwatering en versnippering van verantwoordelijkheden en ook Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland gaf aan dat een aantal zinvolle aanbevelingen in het plan van aanpak terug zijn te vinden.
Al bij de discussie, volgend op de bijeenkomst zijn al enkele vervolgafspraken gemaakt waarbij beide voorzitters duidelijk maakten ook zelf het initiatief te zullen nemen. Van een patstelling is dus zeker geen sprake.
Wagemans concludeert in Cobouw, 31 oktober 2006 (nummer 202) dat het met de constructieve veiligheid in Nederland structureel mis is. Alle partijen doen het verkeerd en dat kan alleen worden opgelost door de beroepsgroep van de constructeurs. Behalve dat dit nu juist wel een heel naïeve voorstelling van zaken is, dragen dergelijke uitspraken zeker niet bij aan het doorbreken van een eventuele patstelling. Onderzoek van de CUR-werkgroep Leren van Instortingen, waar Wagemans zelf lid van is, wijst uit dat in alle onderzochte instortingsgevallen in ieder geval ook sprake is van ontwerp- en/of constructiefouten en dat in veel gevallen een hoofdconstructeur was aangesteld. Nee, dan hebben Wagemans’ collega’s die wel aanwezig waren bij de presentatie van het plan van aanpak, een realistischer beeld.
Er valt het nodige te verbeteren in eigen huis, als het gaat over opleiding, interne kwaliteitsborging bij het ontwerpproces en ook de professionele, assertieve opstelling van constructeurs naar opdrachtgevers die voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Problemen met de bouwkwaliteit vinden in het algemeen hun oorsprong in de bekende versnippering van het bouwproces. En het gebrek aan lerend vermogen in de sector wordt gevoed door de sterke neiging om altijd eerst naar anderen te wijzen en de meeste aandacht te besteden aan het zorgen dat een ander de rekening betaalt. Als we daar vanaf willen, moeten we ophouden met stemmingmakerij en met respect voor elkaars kennis, rollen en posities gezamenlijk aan oplossingen werken.

Opzichter

Natuurlijk moeten opdrachtgevers en bouwers de rol van de constructeur serieus nemen, maar mogen we dan van de constructeurs hetzelfde verwachten?
Wagemans pleit ervoor de opzichter met onmiddellijke ingang terug te brengen op de bouw. Waar hij exact op doelt is mij niet duidelijk. Kwaliteitsborging is een integraal onderdeel van het werk van iedere individuele bouwpartij. Dat vergt een combinatie van vakmanschap, kwaliteitscontroles, direct toezicht van leidinggevenden en ook bijvoorbeeld steekproefsgewijze toetsing door onafhankelijke deskundigen.
Dagelijks toezicht door of namens de opdrachtgever en/of de overheid is niet alleen een dure illusie, het is ook het paard achter de wagen spannen. Immers, hierdoor wordt kwaliteitsborging beperkt tot het ontdekken van reeds gemaakte fouten en wordt geen aandacht besteed aan het voorkomen van fouten. Het goed organiseren van kwaliteitsborging in eigen huis is bovendien een essentiële voorwaarden om tot verbetering te kunnen komen en te leren van fouten.

Systematisch

Verbetering van de constructieve veiligheid is in het belang van alle betrokken partijen, niet in de laatste plaats vanwege de maatschappelijke gevolgen en onrust bij ieder incident. Een systematische aanpak, waarbij besluitvorming en communicatie plaatsvindt op basis van feiten, is essentieel. In zo’n aanpak hoort een gedegen analyse van alle incidenten los van de schuldvraag een centrale rol te spelen.
De ervaringen van de werkgroep Leren van Instortingen zijn hoopgevend. Ik pleit in het verlengde daarvan voor een centrale registratie van bouwincidenten, zoals bijvoorbeeld in de luchtvaart. Behalve een enorm leerpotentieel, kan zo’n registratie ook laten zien of het nu werkelijk zo slecht gesteld is met de constructieve veiligheid in de Nederlandse bouw. Ik denk van niet, maar de bouwsector en de maatschappij hebben recht op een serieus antwoord op die vraag. De suggestie die Wagemans daarover vorige week wekte, kan ik alleen maar kwalificeren als een wetenschapper onwaardig.
Bob Gieskens
Senior beleidsmedewerker Bouwkwaliteit bij Bouwend Nederland, Zoetermeer
info@bouwendnederland.nl

Reageer op dit artikel