nieuws

Zorg moet af van fixatie op traditioneel aanbesteden

bouwbreed Premium

De zorg denkt veel te weinig na over de manier waarop zij hun bouwwerken aanbesteden. Dat vindt Johan Vijverberg, hoofd bouwzaken van het College Bouw Zorginstellingen. “Heb je een ambitieuze huisvestingsvraag, dan moet je een beroep doen op de creativiteit van de bouwer.”

Vijverberg heeft het verhaal meer dan eens van ziekenhuisbestuurders gehoord. “Wij willen wel bouwen, maar het duurt altijd zo lang.” Met dat verhaal neemt de bouwspecialist van het College Bouw Zorginstelling, dat namens het ministerie van Volksgezondheid toezicht houdt op de huisvesting in de zorgsector, geen genoegen meer. “Als je vraag niet duidelijk is en je niet vastlegt wat de planning is, dan moet je niet raar opkijken als een architect drie jaar lang op een ontwerp zit te tekenen.”
Om de bestuurders in de zorg een aantal stevige handvaten te geven voor het formuleren van hun huisvestingsvraag, publiceert de als Bouwcollege bekendstaande organisatie binnenkort het cahier ‘Innovatief aanbesteden: creativiteit in gebondenheid’.
In het boekwerk worden aan de hand van een aantal voorbeeldprojecten nieuwe aanbestedingsmethodes besproken. Vijverberg: “Bij traditioneel aanbesteden wordt eigenlijk alleen op prijs geselecteerd. Kies je voor bijvoorbeeld ‘design&construct’ dan wegen ook andere factoren mee die voor beide partijen voordeel op kan leveren.”

Veiling

He t Bouwcollege heeft niet alleen naar contracten gekeken waarbij de aannemer niet alleen de bouw maar ook het ontwerp en het beheer voor zijn rekening neemt. Onder begeleiding van Vijverberg is ook het veilen van een bouwopdracht uitgeprobeerd. Daarbij ging het om de bouw van 12.000 vierkante meter kantoorruimte in het Brabantse Vught voor een verslavingskliniek. De opdracht ging uiteindelijk voor 13 miljoen euro weg.
“Aannemers die op de opdracht inschreven moesten van te voren verklaren dat ze geen bezwaar zouden maken tegen veiling”, vertelt Vijverberg over het project. “Daarna is een procedure voor het biedingsproces vastgelegd en hebben de bouwers die door de voorselectie kwamen een trainingssessie gevolgd. Zo konden zij eerst oefen, zonder dat het direct consequenties had.” De opdracht ging uiteindelijk zo’n 4 procent onder de begroting de deur uit.
De veiling van het kantoorgebouw was een succes, maar is volgens Vijverberg niet bij alle bouwprojecten in de zorg te gebruiken. “Het gaat daarbij niet zozeer om de omvang, maar vooral om de complexiteit van het project. Voor een veiling moet het toch om een relatief eenvoudige opdracht gaan.”
Publiek private samenwerkingen (pps), die in het Verenigd Koninkrijk veel zijn toegepast om ziekenhuizen uit de grond te stampen, zijn wat Vijverberg betreft in Nederland geen optie. “In Engeland speelde het probleem dat de Britse overheid te weinig geld had om de huisvesting de nodige impuls te geven. Maar in Nederland is dat niet het geval. Hier is geld genoeg. Bovendien zie je dat in Engeland zelfs niet meer wordt ingeschreven op pps-projecten in de zorg. Vermoedelijk zijn ze te veel uitgeknepen”, licht Vijverberg zijn kritische houding toe.
Naast het feit dat er in Nederland voldoende geld is om de noodzakelijke nieuwbouw uit te voeren, speelt ook mee dat ziekenhuizen normaalgesproken geen btw betalen maar als gevolg van de pps wél bt w-plichtig worden. “Dat levert de instellingen een voordeel op van zo’n 18 procent”, legt Vijverberg uit. En dat voordeel kunnen bouwondernemingen niet overbruggen. “Met btw vallen pps-achtige constructies altijd duurder uit. Financiering van ziekenhuizen zit er dus niet in. Maar ontwerpen, bouwen, onderhouden en zelfs beheren kan natuurlijk wel.”

Vernieuwend

Op een vernieuwende manier samenwerken met de bouwer is volgens Vijverberg niet voor alle opdrachtgevers in de zorgsector weggelegd. “Je moet natuurlijk wel bepaalde kennis en ervaring in huis hebben of die in willen huren of kopen.” Het nieuwe aanbesteden komt daarmee automatisch terecht bij de grotere instellingen, bijvoorbeeld de academische ziekenhuizen en grote zorginstellingen. “Die bouwen bijna ieder jaar wel wat en hebben hun organisatie hierop aangepast. Maar de meeste kleinere instellingen bouwen eigenlijk maar eens in de veertig jaar.”

Reageer op dit artikel