nieuws

Staalbouw vergt een integrale benadering

bouwbreed Premium

Iedereen denkt in beton, maar ook in latere ontwerpfasen is het nog mogelijk over te stappen op staal, klonk het op de Staalbouwdag. Maar dan moet er wel integraal worden ontworpen en moeten niet slaafs balken en kolommen worden vervangen door staal.

Ze troffen elkaar nu eens niet in de bouwkeet, maar op het podium van het Cinemec in Ede: de bouwkostendeskundige, de bouwmanager, de constructeur en de architect. Daar discussieerden ze over de vraag hoe de voordelen van staal beter kunnen worden benut in de bouw. Want in de hallenbouw mag staal dan een marktaandeel van bijna 90 procent hebben; in de woningbouw is dat amper 5 procent en ook op andere deelgebieden is nog veel te winnen.
Peter van der Pijl van de Brink Groep verwoordde het probleem kernachtig: “De hele wereld denkt in beton. Als ik een calculatie moet maken voor een betonnen woongebouw kan ik precies de bekisting uitrekenen, de hoeveelheid wapening, het aantal kuubs beton en wat er verder bij komt kijken. Maar moet ik iets in staal berekenen, dan kom ik niet verder dan de benodigde tonnen staal vermenigvuldigd met de prijs. We missen kengetallen voor het calculeren van lassen, conserveren, brandveilig maken en andere noodzakelijke nabewerkingen. Daar begint de schroom al voor staal. En die wordt aangemoedigd doordat ook de aannemers, bouw- en woningtoezicht , en alle anderen in beton denken.”

Korte bouwtijd

Niettemin is een kostendeskundige wel degelijk in staat om een voorontwerp in beton om te buigen naar staal, denkt A.C. Klein Gunnewiek. “Per saldo ontlopen de kosten van een constructie in beton of in staal elkaar niet veel. Vooral als een korte bouwtijd een rol speelt, dan wint staal het van beton. Dat komt alleen tot uiting als zich dat ook vertaalt in een kostenvoordeel. Bijvoorbeeld doordat er eerder huuropbrengsten te verwachten zijn. Als je dat voordeel kunt calculeren, kun je als kostendeskundige aanzetten tot een rigoureus andere uitvoeringswijze “
Maar de partij bij uitstek om aan te sporen tot zo’n switch is volgens Hans Ketel van CAE Nederland de constructeur. “Die heeft legio mogelijkheden om vanuit een betonnen schets te komen tot een stalen ontwerp. Maar dan moet hij het wel integraal benaderen en ook nadenken over bijvoorbeeld anderssoortige installaties.”
“En vooral de vloeren niet vergeten”, benadrukte Van der Pijl van de Brink Groep. “Anders wordt een ontwerp simpelweg ‘verstaald’. Dan zijn de betonnen kolommen en balken ineens veranderd in staalprofielen, maar is de vloer die zij dragen net zo’n dik betonnen geval gebleven. Terwijl je dan ook veel beter een lichte staalplaatbetonvloer kunt toepassen. Dan kun je ook weer besparen op je staal en op je fundering. Alles grijpt in elkaar. Het is een taak voor de kostendeskundige om ervoor te zorgen dat die conceptuele sprong dan ook volledig wordt gemaakt.”

Vormvrijheid

En de architect? Die kiest natuurlijk vooral voor staal vanwege de de vormvrijheid die het hem oplevert, benadrukte Arnold Spruijt van KOW Architectuur. “Omdat je soms dingen wilt maken die niet kunnen in andere materialen. Het slankste ontwerp is wat Spruijt betreft daarbij niet leidend. Maar om de kosten in de vingers te houden, heeft KOW tegenwoordig een eigen kostendeskundige in huis, die al vroeg de consequenties kan aangeven van ontwerpkeuzen.

Reageer op dit artikel