nieuws

Risicomijdend gedrag is vaak onnodig Innovatief aanbesteden

bouwbreed

De overheid kiest regelmatig voor innovatief aanbesteden. Is dat nu een uitdaging of valt deze vorm van aanbesteden onder risicomijdend gedrag? Roel Smit poneert dat laatste als stelling. De opdrachtgever wordt dikwijls de gevangene van zijn eigen contract. Daardoor blijven kansen liggen om een interessant gebouw te realiseren en wordt veel geld betaald om risicos af te kopen die niet bestaan.

In de weg- en waterbouwsector wordt reeds lang gewerkt met alternatieve contractvormen. En dat is verklaarbaar. In deze sector is er veelal een nauwe relatie tussen het ontwerp en de methode van uitvoeren. Het ontwerp van een boortunnel is wezenlijk anders dan dat van een afgezonken tunnel. De verschillen in uitvoeringsmethode en de -kosten kunnen substantieel zijn. Daarom wordt de aannemer vaak betrokken bij de keuze van de uitvoeringsmethode. Dat kan bijvoorbeeld door slechts de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een ontwerp te formuleren en het gewenste eindresultaat. En vervolgens aannemers te vragen het plan verder uit te werken en hiervoor een prijsaanbieding te doen. Er is dan sprake van een �design and construct� contractvorm. Dit contract komt in een vroeg stadium tot stand. In tegenstelling tot de traditionele vorm is de aannemer dan verantwoordelijk voor uitvoering en ontwerp. De contractvorm is ontwikkeld omdat de opdrachtgever de markt de mogelijkheid wil bieden om alternatieve ontwerpen in te dienen. Op deze manier ontstaat een optimale verdeling van inzet van expertise en verantwoordelijkheid. Een belangrijke voorwaarde voor succes is dat de opdrachtgever al zijn eisen in het begin vastlegt. En dat hij daarna een afstandelijke rol aanneemt. Hij toetst slechts het ontwerp aan de eisen.

Voortschrijdend

Hoe anders is het in de utiliteitsbouw. En dan heb ik het voornamelijk over de specifieke gebouwen als een gemeentehuis, ziekenhuis etcetera voor een bekende gebruiker.

In tegenstelling tot de weg- en waterbouw is er weinig relatie tussen ontwerp en uitvoering. Dat wil niet zeggen dat een aannemer het ontwerp niet verder kan optimaliseren. Maar het leidt niet tot wezenlijk andere ontwerpen. Verder wil de opdrachtgever – tevens de gebruiker – verregaand invloed hebben op het ontwerp. Een abstract programma van eisen zegt niet zoveel. Een gebruiker beoordeelt met name oplossingen. En naarmate het ontwerp vordert neemt het inzicht toe. Dat wordt vaak geringschattend �voortschrijdend inzicht� genoemd. Maar dat is onvermijdelijk bij complexe gebouwen waarbij ontwerp en gebruiker een zo innige relatie hebben. Dat impliceert dat het vrijwel onmogelijk is om in een vroeg stadium een contract te sluiten op basis van een vrij abstract programma van eisen. Vooropgesteld dat de opdrachtgever/gebruiker invloed op het ontwerp wenst te behouden. Waarom dan toch alternatieve contractvormen als design and construct?

De belangrijkste reden is dat de integrale verantwoordelijkheid voor ontwerp en uitvoering dan door een partij wordt gedragen: de aannemer. Op zich begrijpelijk. Bij traditionele contractvormen is er de discussie over wie verantwoordelijk is voor fouten en onvolkomenheden. Dat een opdrachtgever zich daar tevoren tegen wil indekken is niet onlogisch. Een ander motief is vroege prijszekerheid. Beide motieven zijn op zich legitiem. Maar deze motieven zijn helaas een eigen leven gaan leiden. Er zijn voorbeelden van projecten waarbij alle risico�s eenzijdig op de aannemer worden afgeschoven. De aannemer moet meestal op basis van vrij summiere informatie en in korte tijd een prijs op tafel leggen, waarbij hij alle verantwoordelijkheid en dus alle risico�s moet accepteren. En sommige risico�s kan hij niet overzien en niet beheersen. Dat impliceert dat de aannemer in een ruime markt veel geld toucheert voor het afkopen van die risico�s. In een krappe markt accepteert hij noodgedwongen te veel risico�s. Dat lijkt mooi voor de opdrachtgever maar een onredelijk contract heeft later zijn prijs.

De vroege prijszekerheid is ook betrekkelijk. Die bestaat bij de gratie van �bemoei je als opdrachtgever niet met het ontwerp�. Bij specifieke gebouwen is dat – zoals eerder betoogd – ondenkbaar. Dus moet de opdrachtgever kiezen tussen afwachten welke kwaliteit hij krijgt tegen de overeengekomen prijs of zich actief bemoeien met het ontwerp en de nodige prijsaanpassingen accepteren. De opdrachtgever is dus gevangene van zijn eigen contract geworden. Helaas leidt dit vaak tot gebouwen van de gemiste kansen. Te weinig onderscheidend, te weinig kwaliteit. Of een geweldig gebouw met een vaste prijs achteraf. Dat zijn de zakelijke argumenten en de harde feiten. Maar er is meer. De geest achter design and construct is dat er een samenwerking tussen opdrachtgever en aannemer op gang komt. Op basis van wederzijdse competenties. Waardoor een betere prijs/kwaliteit verhouding ontstaat dan in de traditionele situatie. En samenwerking ontstaat alleen als er een evenwichtig contract is. Zonder twistappels.

Wat is de moraal? De juiste contractvorm is afhankelijk van het soort project, de opdrachtgever en in zekere zin van de marktomstandigheden. Dat vereist een zorgvuldige afweging welke vorm voor dat specifieke project de juiste is. Probeer vooral niet alle risico�s af te schuiven in ruil voor een dwangbuiscontract.

Veel risico�s zijn prima te beheersen en hoeven dus niet afgeschoven te worden. En bovenal: risicomijdend gedrag leidt tot �grijze� gebouwen. Ik houd hier geen pleidooi tegen het toepassen van alternatieve contractvormen. In tegendeel. Deze kunnen veel voordelen bieden. Maar dat kan alleen door een maatwerk contractvorm te ontwikkelen. Waarbij een optimale mix bereikt wordt van invloed op het ontwerp, beheersen van risico�s en vroege prijszekerheid. Bijvoorbeeld door het casco van een gebouw op basis van design and construct aan te besteden en het interieur zelf verder te ontwikkelen en vervolgens separaat aan te besteden. Maar neem de vrijheid om alle vormen af te wegen. Inclusief de traditionele vormen, die nog steeds met veel succes worden toegepast. Vaardig dus niet bij voorbaat een oekaze uit dat er een �innovatieve� contractvorm of pps constructie gekozen moet worden.

Abstract programma van eisen zegt niet zoveel

Innovatief aanbesteden is meestal niet innovatief. De term wordt gebruikt als tegenhanger van traditioneel aanbesteden.

In overheidsland spreekt men ook graag over pps constructies, wat overigens een nietszeggende enveloppe term is. Bij traditioneel aanbesteden is er een nauwe scheiding tussen ontwerp en uitvoering. Het ontwerp komt tot stand onder verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. Door middel van een aanbesteding wordt het project aan een marktpartij gegund, die het vervolgens realiseert.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels