nieuws

Twike brengt verleden en toekomst Limburg samen

bouwbreed Premium

– Ze zijn zuinig en comfortabel, weet Gène Bertrand van Industrion in Kerkrade. Zes Twikes, zoals deze elektrische tweezitters zijn genoemd, zijn beschikbaar voor wie het industriële verleden én de toekomst wil aanschouwen in het Limburgse land. Routes zijn uitgezet met thema’s variërend van historisch erfgoed tot duurzame energie.

Het tekent de ambitie van Industrio n als opvolger van het mijnbouwmuseum, dat was gericht op het rijke verleden van Limburg rond de mijnbouw. Dat is geschiedenis, voortlevend in zorgvuldig bewaarde monumenten en in de hoofden van oud-mijnwerkers, wiens aantal rap afneemt.
Industrion ontwikkelt zich intussen tot een centrum dat de liefde wakker wil maken voor techniek en haar voortbrengselen. Het provinciale museum organiseert daarom veel activiteiten voor de jeugd, om die, zoals Bertrand het noemt, “sensibiliteit voor de techniek en bètavakken bij te brengen.”
“Twee jaar geleden ging Industrion nog hoofdzakelijk over de geschiedenis, dat was zo’n 80 tot 90 procent van ons aanbod. Maar we zijn ons ook gaan richten op wetenschap en samenleving. Nu streven we naar zo’n 40 procent verleden, 30 tot 40 procent hedendaagse zaken en nog eens 30 tot 40 procent toekomst.”
Scholieren zullen na een bezoek nooit meer denken dat techniek saai is, hoopt hij. Een doelstelling die het bedrijfsleven in de regio tevreden laat knorren. Daar wordt geschreeuwd om jongeren die de techniek willen omarmen. De mijnbouw mag dood zijn, sectoren als de chemie, de keramische industrie en zeker ook het bouwvak zijn in Limburg springlevend.
Uitstapjes
Met de Twike kunnen voorlopig drie routes van zo’n 35 kilometer worden gereden in de omgeving van Kerkrade. Uitgebreide routes met uitstapjes naar België of Duitsland zijn mogelijk met eigen vervoer en, zo droomt Bertrand vooruit, later ook met de Twike. “Met een volle accu houden ze het 80 tot 90 kilometer vol. Met horecabedrijven kunnen we afspreken dat daar tijdens een stop wordt bijgeladen.”
In de Euregio valt aan te leggen bij zogenoemde ankerpunten, verschillende musea in schatkamers van het verleden en wellicht ook de toekomst. “Er is bij elkaar zoveel te zien, je kunt daarmee wel twee tot drie weken zoet zijn.”
In de nabijheid van Industrion is nu een 35 kilometer lange mijnbouwroute beschikbaar. Een van de hoogtepunten is de monumentale schacht Nulland. Maar ook de mijnwerkerswijk De Hopel, die in zijn geheel op de monumentenlijst staat. Het is een wijk die geenszins armoedig oogt. “Mijnwerkers hadden zwaar werk maar werden vergeleken met andere arbeiders goed betaald”, verklaart Bertrand. Met De Hopel kregen ze van hun werkgever een buurt met veel groen, als tegenwicht tegen hun donkere ondergrondse werkomgeving.
Verder zijn er een door de Staatsmijnen aangelegde botanische tuin en een mijnwerkerskapel te zien. In die kapel komt het verleden tot leven in de vorm van gedenkstenen voor alle onder- en bovengronds omgekomen mijnwerkers. Hun oud- collega’s houden er nog jaarlijks de Sint-Barbaraviering.
Maar ook latere verworvenheden zijn het bekijken waard, blijkt onder meer uit een route die kan worden gereden in de buurt met als thema industriële architectuur.

Reageer op dit artikel